Yuri van Gelder krijgt geen kans om de finale te turnen

Yuri van Gelder mag niet naar de finale ringen op maandag 15 augustus 2016. De voorzieningenrechter heeft vrijdag 12 augustus de eis van van Gelder en advocaat Cor Hellingman niet gehonoreerd.

Het feitenrelaas:

5 augustus (de dag voor de wedstrijd voor de plaatsing finale) haalt van Gelder zijn vriendin op van het vliegveld. Coach Bram van Bokhoven wist hiervan.

Op 6 augustus plaats van Gelder zich voor de finale.

Technisch directeur van de Turnbond, Hans Gootjes, vertelt Epke Zonderland en Yuri van Gelder dat ze zijn uitgenodigd voor een interview bij de NOS. Zonderland en van Gelder stemmen in. Van Gelder vraagt aan Gootjes of het Holland Heineken Huis (HHH) ver is van de interview locatie. Gootjes zegt dat het vlakbij elkaar ligt. Later bleek dat het een uur à anderhalf uur rijden is.

Gootjes, Zonderland en van Gelder gaan naar de NOS.

Na het NOS-optreden gaat van Gelder naar het HHH.

Op 20.55 appt van Bokhoven naar van Gelder. Er ontstaat het volgende chatgesprek:

Gefeliciteerd!!!!

In reactie hierop heeft van Gelder geantwoord:

Yeah (….) jij ook (…) ben opweg naar HHH dan weet je dat!!!

Ben niet te laat terug

Bram van Bokhoven heeft als volgt gereageerd:

Ok ! Niet drinken en rond 12 thuis !!! Je zit nog gewoon in het toernooi en de wedstrijd !!!

Hierop heeft van Gelder gereageerd:

Ja ik zit nu net in taxi ik kom daar over 50 min aan! Dus wordt uurtje later ok (…)

Hierop heeft van Bokhoven gereageerd:

En let op want noc nsf loopt daar ook rond !! Iedereen weet zo dat jij in hhh zit !!

Van Gelder heeft vervolgens geappt:

Yes (…) thanx! Kom goed

Van Bokhoven heeft geantwoord:

We moeten morgen trainen !!! Ochtend van 9.30 tot 11 !! Dan komt het goed uit met nog 4 volle trainingen !

Diezelfde avond om 23:38 uur heeft Van Bokhoven van Gelder het volgende bericht gestuurd:

Laat effe weten wanneer je terug bent ? Ik zie je morgenvroeg wel !

Van Gelder geeft aan dat hij na 23.30 uur geen berichten meer gezien heeft. Zijn telefoon zou ontploft zijn met berichten.

Van Gelder heeft volgens eigen zeggen 4 à 5 biertjes gedronken in het HHH.

Van Gelder wilde graag naar het HHH om zijn gasten uit Nederland te ontmoeten. Een daarvan was zijn oud jeugdtrainer.

Om 13.00 uur sluit het HHH. De gasten van van Gelder vragen hem om hun naar hun appartement te begeleiden. Ze kennen de taal niet en kennen de weg niet. Van Gelder brengt ze weg. Blijft daar nog even voor een boterham, wat praten en een cola.

Tegen 03.00 uur appt van Gelder naar Jeffrey Wammes om hem mee te nemen naar het Olympisch dorp. Wammes was in een nachtclub met de vriendin van van Gelder en de vriend van Jeffrey Wammes. Yuri haalt ze rond 03.00 uur op. De nachtclubgasten hebben wat problemen met betaling. Yuri gaat de nachtclub binnen tot de kassa en bemiddelt.

De vriendin van van Gelder en de vriend van Wammes worden naar huis gebracht en Yuri en Jeffrey gaan naar het Olympisch dorp. Daar komen ze om 05.08 uur aan. Ze gaan stil naar binnen. Maken geen andere sporters wakker.

Yuri is niet present op de training op zaterdag om 9.30 tot 11.00 uur. Van Bokhoven appt nog om 9.12 uur naar van Gelder met de vraag: waar ben je?

Yuri van Gelder heeft verzuimd om van Bokhoven te informeren over het opdagen bij de training op zaterdagochtend. Rust is op dat moment ongetwijfeld beter dan kort slapen en weer trainen, maar het getuigt van disrespect om je trainer niet te informeren. En waarom heeft van Gelder niet een taxi geregeld voor zijn gasten en de taxichauffeur een goede instructie gegeven? Van Gelder wist dat het anders heel laat zou worden. Hij kent immers het verkeer in Rio. En waarom vond hij het nodig om Jeffrey Wammes op te halen uit de nachtclub? Die had toch ook zelfstandig naar het Olympisch dorp kunnen gaan.

Yuri slaapt lang uit. Volgens collega turners Epke Zonderland, Bart Deurloo en Frank Rijken zou hij onsamenhangende taal hebben uitgekraamd toen hij rond 15.00 uur uit bed kwam. Van Gelder zou gezegd hebben dat hij in een club Deperado’s gesponsord heeft gekregen. Toen de collega’s hem hebben aangesproken op zijn gedrag en aangegeven hebben dat de leiding not amused zou zijn, zou van Gelder hebben gezegd dat hij daar ‘schijt aan heeft’. Deze lezing is niet ontkend door Yuri of de raadsman.

Opmerkelijk is dat trainer Bram van Bokhoven een interview heeft gegeven aan de Telegraaf, die gepubliceerd is op de dag van de uitspraak. Volgens van Bokhoven was er sprake van een vertrouwenscrisis. Hij heeft de leiding gevraagd om Yuri van Gelder naar huis te sturen.

De zitting en de uitspraak

Ik heb de hele zitting bekeken en beluisterd. Het pleidooi van de advocaat van Yuri van Gelder, Cor Hellingman, was stevig en overtuigend. Het pleidooi van mr. Harro Knijff namens NOCNSF was erg mager. De voorzieningenrechter stelde erg veel vragen aan Knijff en geen enkele aan Hellingman. Wel nog een paar aan van Gelder zelf. Tijdens de zitting kwamen er geen konijnen meer uit de hoed van apert slecht gedrag van Yuri. Het geheel was minder dan al in de media de ronde deed. Ik sloot niet uit dat de rechter de claim van van Gelder zou honoreren. Uiteindelijk heeft de voorzieningenrechter het verzoek van Yuri van Gelder toch afgewezen. We weten nog niet op welke grond. Het zou best kunnen zijn dat hij geen rechtsgrond zag om het verzoek toe te wijzen. Het betekent nog niet dat de rechter de keuze van NOCNSF ondersteunt. Want als je nu het complete feitenrelaas leest en tot je door laat dringen en een afweging moet maken van belangen, wat zou je dan besluiten? De overtredingen van Yuri van Gelder enerzijds (alcohol gedronken, te laat thuis en training verzuimd zonder aankondiging) en het belang om de finale te turnen, dan lijkt het belang van van Gelder om de kans op een medaille te winnen toch groter? Ben erg benieuwd naar de toelichting op het vonnis van de voorzieningenrechter. Ondertussen is de droom voor Yuri van Gelder voorbij. Mede door zijn eigen toedoen!

Michiel Verbeek, 13 augustus 2016

Michiel Verbeek, 13 augustus 2016

Op maandag 15 augustus komt de voorzieningenrechter met de volgende motivatie van zijn oordeel. De eiser hieronder is Yuri van Gelder.

4.1.

Het spoedeisend belang is gegeven nu de desbetreffende finale op maandag 15 augustus 2016 plaatsvindt.

4.2.

Het gaat in dit kort geding in de eerste plaats om de vraag of het besluit van NOCNSF om [eiser] uit te sluiten van verdere deelname aan de Olympische Spelen rechtmatig/vernietigbaar is. Bij de beantwoording van die vraag moet worden vooropgesteld dat NOCNSF dit besluit heeft genomen op grond van de overeenkomst die tussen NOCNSF en [eiser] is gesloten. In die overeenkomst zijn rechten en verplichtingen van beide partijen vastgelegd met betrekking tot voorbereiding op en deelneming aan de Olympische Spelen. Voor zover hier van belang is de kern daarvan dat NOCNSF zich tegenover [eiser] heeft verplicht zich zo veel als in haar vermogen ligt in te spannen om [eiser] zo succesvol mogelijk aan de Olympische spelen te laten deelnemen (art. 6.1). Daartegenover staat dat [eiser] zich heeft verplicht zich te zullen inspannen om maximale sportieve prestaties te leveren en daartoe volledig en toegewijd en met optimale sportieve inzet uitvoering te geven aan het trainings- en wedstrijdprogramma (art. 6.3). In dat verband was [eiser] tevens verplicht zich te gedragen op een zodanige wijze als van een goed lid van TeamNL mag worden verwacht (art. 6.4). In art. 20 van de overeenkomst is verder vastgelegd dat als [eiser] zich niet aan die verplichtingen houdt NOCNSF bevoegd is maatregelen te nemen zoals in dat artikel zijn omschreven. Die bevoegdheid heeft NOCNSF dus op grond van wat in die overeenkomst met [eiser] is afgesproken. [eiser] is daarom op grond van de overeenkomst in beginsel verplicht de door NOCNSF nodig geoordeelde maatregel tegen zich te laten gelden. Welke maatregelen NOCNSF in geval van niet nakoming door [eiser] van zijn verplichtingen in de gegeven omstandigheden nodig acht, moet daarom in beginsel aan het oordeel van NOCNSF worden overgelaten. Het is niet aan de rechter te bepalen of, en zo ja welke maatregelen nodig waren. De rechter kan alleen achteraf beoordelen of NOCNSF in de gegeven omstandigheden in redelijkheid tot de genomen maatregel heeft kunnen komen. Daarbij past de rechter aanmerkelijke terughoudendheid. Alleen indien het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat [eiser] aan het besluit van NOC*NSF zou zijn gebonden, is er plaats voor rechterlijk ingrijpen, zoals voor het geval van een bindende partij beslissing ook volgt uit art. 7:904 lid 1 in verbinding met art. 7:906 BW.

4.3.

Omtrent de gebeurtenissen die tot de maatregel hebben geleid, moet op grond van wat er uit de overgelegde verklaringen blijkt en wat er op de zitting is gezegd het volgende worden vastgesteld. [eiser] heeft op zaterdagavond 6 augustus 2016 om 19.08 uur het Olympisch dorp verlaten en is daar pas op zondagmorgen om 5.08 uur teruggekeerd. Dat blijkt uit de pasregistratie. Vast staat dat [eiser] toen naar NOS is vertrokken en daarna naar HHH is gegaan. Dat heeft hij zelf aan [coach] geappt. Uit de gevolgde appwisseling blijkt dat [coach] hem heeft gewaarschuwd niet te drinken en om 12.00 uur thuis te zijn met de waarschuwing dat ‘hij nog gewoon in het toernooi en de wedstrijd’ zit. Ook blijkt daaruit dat [eiser] is gewaarschuwd dat iedereen en ook NOCNSF kon zien dat hij in HHH zit. Tenslotte heeft [coach] [eiser] gewaarschuwd dat hij de volgende morgen moest trainen van 9.30 uur tot 11.00 uur en dat dit paste in het trainingsprogramma. Vast staat verder dat [eiser] desondanks de volgende ochtend niet op de training is verschenen, in het appartement heeft liggen slapen en om 15.00 uur uit zijn bed is gekomen. Op een app van [coach] van zondagochtend 9.12 uur -kort voor de aanvang van de training om 9.30 uur- met de vraag waar hij zat, heeft [eiser] niet gereageerd. Het staat verder vast - [eiser] heeft dat zelf op de zitting verklaard- dat hij in HHH vier of vijf biertjes heeft gedronken. Wat er verder die nacht is gebeurd kan niet nauwkeurig worden vastgesteld. Vast staat wel dat [eiser] op enig moment in een nachtclub is geweest waar toen zijn vriendin en vrienden waren. Volgens [eiser] heeft hij na zijn bezoek aan HHH verder geen alcohol gedronken. Daartegenover staat de verklaring van [coach] dat hij van drie andere sporters en een trainer/coach in het appartement heeft gehoord dat [eiser] nadat hij om 15.00 uur uit bed kwam een onsamenhangend verhaal ophing en onder andere vertelde dat hij naar een club was geweest en Desperado’s ‘gesponsord’ kreeg. Verder heeft [coach] verklaard dat ‘het fysiek duidelijk aan [eiser] te zien en te merken aan zijn manier van praten (was) dat hij het bont had gemaakt, die nacht’. Dit laatste heeft [coach] dus uit eigen waarneming. De voorzieningenrechter heeft geen reden aan de juistheid van die verklaring omtrent hetgeen verschillende personen hebben waargenomen te twijfelen. [eiser] heeft niet gemotiveerd een verklaring ervoor gegeven dat en waarom het niet klopt of kan kloppen wat deze personen hebben waargenomen. Hij heeft van zijn kant geen schriftelijke verklaringen overgelegd van de personen met wie hij die nacht heeft doorgebracht over wat er is gebeurd om daarmee de lezing van de zijde van NOCNSF te ontkrachten. Het moet er daarom voor worden gehouden dat [eiser] na het verlaten van HHH nog aanmerkelijk meer heeft gedronken en die nacht behoorlijk is doorgezakt.

4.4.

Het feit dat [eiser] op zondagochtend niet bij de training is verschenen, levert onmiskenbaar een tekortkoming op in de nakoming van zijn verplichtingen op grond van art. 6.3 van de overeenkomst. Het lijdt weinig twijfel dat [eiser] ervan op de hoogte had kunnen en behoren te zijn dat er op zondagochtend om 9.30 uur een training was en dat hij daar werd verwacht. [coach] heeft hem dat de avond tevoren speciaal in niet mis te verstane bewoordingen geappt. [eiser] heeft daarop niet gereageerd, maar dat hij daarvan geen kennis heeft genomen vindt de voorzieningenrechter niet erg aannemelijk. Deze app van [coach] was kennelijk het sluitstuk van de appwisseling van 20.55 uur die avond. Het ligt niet erg voor de hand dat het laatste bericht (in een reeks van waarschuwingen en instructies) dan niet meer wordt gezien. In ieder geval is het voor risico van [eiser] als hij daarvan geen kennis heeft genomen. Maar ook los hiervan had [eiser] op de voet van art. 6.3 van de overeenkomst als loyale en volledig toegewijde olympiër in de aanloop naar een finale op de hoogte behoren te zijn van die training en van het feit dat hij daarbij ook aanwezig diende te zijn, zoals alle andere turners die daar werden verwacht wel zijn verschenen en daarvan dus op de hoogte waren. Het is niet aannemelijk dat die daarvan pas op zaterdagavond allemaal afzonderlijk per appbericht op de hoogte zijn gebracht.

4.5.

Wat betreft de verplichting op grond van art. 6.4 van de overeenkomst zich als goed lid van TeamNL te gedragen zowel tijdens de sportbeoefening als daarbuiten, geldt het volgende. Het standpunt van [eiser] dat die bepaling alleen ziet op de periode van voorbereiding en niet op de periode, na kwalificatie, van deelneming aan de Olympische Spelen, moet worden verworpen. Die opvatting zou tot het ongerijmde resultaat leiden dat voorafgaande aan de Spelen van de topsporter gedrag als van een goed teamlid mag worden verwacht, maar tijdens de Spelen niet meer, terwijl ten zeerste voor de hand ligt dat gedrag als van een goed teamlid tijdens de Spelen eens te meer mag worden verwacht. Art. 6.4 kan in redelijkheid niet anders worden begrepen dan dat dit vereiste ook ziet op de periode van deelneming aan de Spelen. Voor de gedachte dat uit art. 6.4 van de overeenkomst volgt dat accreditatie bij OCOG niet meer door NOC*NSF ongedaan kan worden gemaakt, ontbreekt elk aanknopingspunt.

4.6.

Iets anders is wat gedrag op zodanige wijze als van een goed teamlid mag worden verwacht dan inhoudt. Niet vastgesteld heeft kunnen worden dat er, afgezien van de algemene en abstract geformuleerde normen in de IOC Code of Ethics, nauwkeurig en welomschreven gedragsregels zijn en dat, en zo ja op welke wijze, NOCNSF die met de teamleden heeft gecommuniceerd. In aanmerking genomen dat wegens niet nakoming van de verplichtingen op grond van art. 6.4 NOCNSF op grond van art. 20 van de overeenkomst de bevoegdheid heeft vergaande maatregelen te nemen jegens de topsporter, zou op dit punt zeker meer zorgvuldigheid van NOC*NSF verwacht mogen worden. Met het oog hierop zou tevoren verifieerbaar duidelijk moeten zijn welk gedrag wordt verwacht en welk gedrag niet wordt geaccepteerd. Het enkele feit dat [eiser] zonder toestemming het Olympisch dorp heeft verlaten en alcohol heeft gedronken (los van de hoeveelheid daarvan), kan daarom niet als schending van art. 6.4 van de overeenkomst worden beschouwd. Dat enkele feit zou ook in redelijkheid niet een maatregel van uitsluiting van deelname hebben kunnen rechtvaardigen. Maar die maatregel is ook niet op dat enkele feit gebaseerd zoals hierna zal blijken. Ondertussen betekent dit niet dat, ook indien dergelijke nauwkeurige en welomschreven gedragsregels ontbreken, aan art. 6.4 geen enkele betekenis toekomt. Voor zover redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de topsporter op bepaalde punten behoort te weten en/of te begrijpen wat van hem mag worden verwacht, kunnen op niet nakoming van die verplichting ook maatregelen worden gebaseerd (afhankelijk uiteraard van de aard en de ernst van de gedragingen, waarover hierna meer). Dat geldt zeker voor zover het gaat om gedrag dat rechtstreeks van betekenis is voor de nakoming van de verplichtingen van art. 6.3 van de overeenkomst.

4.7.

De manier waarop NOCNSF de gedragingen van [eiser] heeft opgenomen moet met inachtneming hiervan worden getoetst. Het niet verschijnen op een training kon NOCNSF in de gegeven omstandigheden als een tamelijk ernstige tekortkoming van de nakoming van art. 6.3 opvatten. Het gaat hier om topsport. Om daarin werkelijk een topprestatie te kunnen leveren, moeten topsporters zich nu eenmaal ten zeerste gedisciplineerd houden aan een tamelijk rigide en nauwkeurig vastgesteld schema van trainingen, voeding, slaap en leefwijze. Art. 6.3 van het contract verlangt van de topsporter dat hij volledig en toegewijd en met optimale sportieve inzet uitvoering geeft aan het wedstrijd- en trainingsprogramma. Het ging hier om een training die klaarblijkelijk een onmisbaar onderdeel vormde in het schema van trainingen in de aanloop naar de finale. [eiser] was daarop nog speciaal gewezen door [coach] . Met datgene waartoe [eiser] volgens het contract verplicht was, verdraagt zich niet dat hij in plaats van naar de training te komen van 5.08 uur tot 15.00 uur in zijn bed lag en daar klaarblijkelijk een roes lag uit te slapen. Het voorafgaande gedrag, ondanks de nodige waarschuwingen, van een nacht doorzakken terwijl [eiser] midden in een trainings- en wedstrijdprogramma zat, verdraagt zich evenmin met de naleving van die verplichting. Daarbij geldt dat [eiser] de aanwijzingen en waarschuwingen van [coach] in het licht van zijn verplichtingen uit de artt. 6.3 en 6.4 van de overeenkomst niet zomaar kon negeren, zoals hij heeft gedaan.

4.8.

Hierbij moet in het oog worden gehouden dat het niet vrijelijk aan [eiser] was te doen en laten wat hij wilde en te bepalen wat wel en niet nodig en goed was. Aan het contract met NOCNSF zitten rechten en verplichtingen. Door middel van dit contract maakt NOCNSF het voor [eiser] mogelijk uit te komen op de Olympische Spelen en heeft NOCNSF zich jegens [eiser] verplicht hem met alle faciliteiten en zorg te omringen om hem daadwerkelijk zo succesvol mogelijk te laten deelnemen. Daarop kan [eiser] jegens NOCNSF aanspraak maken, maar daartegenover staat dan dat [eiser] jegens NOCNSF van zijn kant verplicht is daaraan volledig, toegewijd en met optimale inzet mee te werken. Daarop kan NOCNSF jegens [eiser] aanspraak maken. En dat NOC*NSF daarop ook werkelijk aanspraak maakt, is begrijpelijk gezien de investeringen die zij in de topsporter moet doen.

4.9.

De vraag resteert of NOCNSF de maatregel van uitsluiting van deelname in de gegeven omstandigheden in redelijkheid heeft kunnen nemen. Voorop staat dat deze maatregel [eiser] bijzonder zwaar treft. Na jarenlange voorbereiding is hem de mogelijkheid op een Olympische finale ontnomen terwijl dat waarschijnlijk zijn laatste kans daarop was. Voor [eiser] is het missen daarvan ongetwijfeld een persoonlijk drama. Iedereen, inclusief NOCNSF, had hem in die finale willen zien uitkomen. Met de terughoudendheid die bij de rechterlijke toetsing in een geval als dit moet worden betracht, kan echter niet worden gezegd dat NOCNSF in redelijkheid niet tot deze maatregel heeft kunnen komen. Ten eerste was sprake van een niet nakoming van verplichtingen die NOCNSF in de gegeven omstandigheden als ernstig kon opnemen (zie hiervoor). In aanmerking genomen het problematische verleden van [eiser] en het feit dat hij zelf te kennen gaf niet in te zien dat hij iets verkeerd heeft gedaan, is begrijpelijk dat NOCNSF er geen vertrouwen meer in had dat [eiser] zich verder wel behoorlijk aan zijn verplichtingen zou houden. Daarbij komt, ten tweede, dat aannemelijk is dat de gedragingen van [eiser] en een acceptatie daarvan door NOCNSF ondermijnend zouden zijn voor het moreel van de andere leden van het turnteam en voor het hele TeamNL. Elke topsporter zit in hetzelfde keurslijf van trainingen en een bepaalde leefwijze dat klaarblijkelijk noodzakelijk is voor een topprestatie en tot inachtneming waarvan hij ook jegens NOCNSF contractueel is verplicht. Het is aannemelijk, zoals namens NOCNSF is betoogd, dat het bepaald niet goed zou werken als een lid vrijelijk zegt en door zijn gedrag toont dat hij hieraan geen boodschap heeft. Ten derde is duidelijk dat er door het gebeurde tussen [coach] en [eiser] een complete vertrouwensbreuk is ontstaan. [coach] en NOCNSF zijn klaarblijkelijk tot de conclusie gekomen dat die breuk niet meer viel te lijmen. Het is begrijpelijk dat NOCNSF meende op deze manier met [eiser] niet verder te kunnen naar de finale. Namens [eiser] is nog wel bepleit dat [coach] dan maar moest vertrekken, maar dat miskent dat het tenslotte [eiser] is geweest die door zijn gedrag de vertrouwensbreuk met [coach] heeft bewerkstelligd en niet omgekeerd. Voor de suggestie van de raadsman van [eiser] dat [coach] een angstige trainer is die bang is om zijn baan te verliezen en daarom op het vertrek van [eiser] heeft aangestuurd, ontbreekt elke aanwijzing en elke onderbouwing. Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat de maatregel van uitsluiting in geen verhouding stond met de situatie die door toedoen van [eiser] is ontstaan. Het is mogelijk dat anderen in de gegeven omstandigheden tot een andere afweging waren gekomen dan de betrokkenen aan de kant van NOC*NSF hebben gemaakt, met minder -voor velen- teleurstellende gevolgen. Maar dat is niet de maatstaf.

4.10.

Los van deze inhoudelijke kant kan niet worden gezegd dat het besluit om [eiser] van verdere deelneming uit te sluiten onzorgvuldig is tot stand gekomen. Gedurende maandag 8 augustus 2016 is [eiser] tot twee keer toe gehoord, ook over het voornemen tot uitsluiting van deelname. Dat [eiser] daar niet de gelegenheid heeft gehad zijn verhaal te doen, kan niet worden vastgesteld. De verklaring van de deelnemers aan die gesprekken bieden grond aan de veronderstelling dat hij zijn verhaal daar wel heeft gedaan. Verder moet worden vastgesteld dat gedurende de gehele maandag de betrokkenen herhaaldelijk onderling beraad hebben gehad alvorens het besluit tot uitsluiting van deelname definitief is genomen. Er is geen reden om aan te nemen dat dit besluit lichtvaardig is genomen, wat ook niet voor de hand ligt omdat NOC*NSF er zelf ook belang bij had dat [eiser] wel in de finale zou kunnen uitkomen.

4.11.

Op grond van het voorgaande moeten de vorderingen worden afgewezen. [eiser] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van NOC*NSF worden begroot op:

- griffierecht € 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.435,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van NOC*NSF tot op heden begroot op € 1.435,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 12 augustus 2016. De overwegingen waarop dit vonnis stoelt zijn afzonderlijk vastgelegd op 15 augustus 2016.

Terug naar top