Wie is schuldig aan de bouwfraude? 290204

Afgelopen week kwamen er weer nieuwe berichten over misstanden in de bouw. Het Radio 1 programma Argos op vrijdag 27 februari 2004 had een paar duidelijke praktijkvoorbeelden. Uit de publicaties van de afgelopen week bleek dat er na het rapport van de Commissie Bouwfraude onder leiding van Marijke Vos nog niet veel is veranderd. En dat rapport is inmiddels al weer bijna een jaar oud. Politici buitelen over elkaar heen om de bouwwereld aan de schandpaal te nagelen. Daarmee krijgen de hoogstaande opvattingen over integriteit van politici en hun imago als crimefighters meer glans. Het gekke in het debat over de bouwfraude is dat de praktijk van voor 1992 plotseling vanaf dat jaar als frauduleus wordt beschouwd. De vraag die mij in deze kwestie vooral bezighoudt is of de bouwwereld met de inachtneming van de letter van de Europese regels van 1992 probleemloos verder kan functioneren? Dat is volgens mij niet het geval. De politici die zo scherp als ze kunnen de bouwpraktijken veroordelen vergeten gemakshalve dat er een flink probleem zit in de structuur. Als er niets aan die structuur gebeurt dan gaan er of flinke klappen vallen in de sector of de sector gaat ondergronds met de bestaande praktijken voort. Voor politici als Marijke Vos (Groen Links en voorzitter van de commissie) en Adri Duivesteijn (PvdA en lid van de commissie) is de zaak eenvoudig. Aannemers hebben zich schuldig gemaakt aan oplichterij. Door onderlinge afspraken worden prijzen kunstmatig hoog gehouden. De laagste inschrijver bij een openbare aanbesteding krijgt het werk, maar moet of verrekengeld toevoegen aan de prijs of er worden claimrechten verdeeld. Die claimrechten kunnen in een volgende ronde worden ingezet om een hogere prijs te kunnen verlagen bij de verdeling van werk. De crimefighters denken dat de overheid in de afgelopen jaren voor vele miljoenen is getild door de aannemers. Laat ik proberen een hele andere kijk op de zaak te geven. Mijn stelling is dat het systeem van openbare aanbesteding marktwerking niet bevordert, maar frustreert. Iedere aannemer wil werk. Om in de gunst te komen bij klanten moet een onderneming zich onderscheiden van de concurrenten. Daarvoor is een rechtstreekse relatie tussen aanbieder en vrager nodig. De ene onderneming kan excelleren in bouwwerken door snelheid. Een andere door een bepaalde kwaliteit en weer anderen door de prijs. Voor een goede marktwerking is transparantie essentieel. Aanbieders en vragers moeten goed kunnen overzien wat er voor welke prijs/kwaliteitsverhouding wordt aangeboden. Echter bij een openbare aanbesteding komen normale marktprincipes niet aan de orde. Er wordt een bestek opgemaakt door de opdrachtgever of namens de opdrachtgever door een architect of derde partij. Vervolgens mogen aannemers uitsluitend concurreren op de prijs. En dat is uitsluitend in het voordeel van de opdrachtgever. Zonder vooroverleg en onderlinge afspraken kan geen enkele onderneming in deze sector een eerlijke prijs/kwaliteitsverhouding handhaven. De onderneming die dat doet zal bij iedere openbare aanbesteding aan het kortste eind trekken. Er zal bij iedere aanbesteding wel een partij zijn die de opdracht heel hard nodig heeft om op z'n minst een deel van de kosten terug te verdienen. Bij een openbare aanbesteding is geen sprake van een goede marktwerking, omdat er alleen op de prijs geconcurreerd kan worden. Wat is nu het antwoord van de aanbieders? Een systeem ontwikkelen waarbij de scherpe consequentie van 'de laagste prijs wint altijd' wordt verzacht. Bij grote werken moeten aannemers veel kosten maken om een offerte voor een werk te maken. Stel je bent een nette aannemer die een eerlijke kostenberekening maakt. Denk je dat zo'n aannemer ooit een openbare aanbesteding wint? Degene die dat denkt is wel erg naïef! Er gaan stemmen op om een verrekenvergoeding opnieuw in te voeren. Dat zal inderdaad een probleem oplossen, maar zal ook weer een nieuw probleem creëren. Er zullen aannemers zijn die overal op gaan inschrijven. Sommigen zullen de verrekenvergoeding als voornaamste bron van inkomen gaan beschouwen. En wat moet er gebeuren als er heel veel aanbieders in de aanbesteding meedoen? Dan wordt het aandeel van de vergoedingen erg groot ten opzichte van de rest. Uit de enquête bouwfraude is gebleken dat het verdelingsmechanisme niet leidde tot daadwerkelijke uitbetalingen per werk, maar tot een systeem van claimrechten. In geval van daadwerkelijke rekenvergoedingen zal het systeem onherroepelijk leiden tot prijsverhoging. In het geval van claimrechten hoeft dat niet. Een voorbeeld: Er doen 5 aannemers mee in een werk. De 5 aannemers hebben vooroverleg. Zij wisselen hun prijzen uit. De laagste prijs blijkt op 175.000 euro te liggen. De aannemer met deze prijs krijgt het werk. Als de overige 4 aannemers een verrekenvergoeding moeten hebben van ieder 5.000 euro, dan zou de prijs vervolgens op 195.000 worden gesteld voor de opdrachtgever. In dit geval is de opdrachtgever 20.000 euro duurder uit dan zonder vooroverleg. Maar als de claimrechten in de vorm van 'pepernoten' worden geregistreerd dan ontstaat er iets heel anders. De laagste prijs blijft 175.000, maar de overige aannemers bouwen rechten op die ze bij de volgende verdeling van werk in kunnen zetten. Er is nog een heel ander aspect aan de zaak waar ten onrechte te weinig aandacht voor is. De opdrachtgever maakt het bestek of laat dat maken. Daar worden eigen berekeningen aan toegevoegd. Het zou interessant zijn na te gaan in hoeverre de eigen berekeningen van opdrachtgevers verschillen met de prijzen van de winnaars bij openbare aanbestedingen. In mijn praktijk als wethouder Openbare Werken in de gemeente Haren kwam het regelmatig voor dat de prijzen van de aannemers onder de berekende prijzen lagen. Overheden als opdrachtgevers kunnen er wel last van hebben dat het maximale budget dat beschikbaar is voor een werk vaak in openbare stukken bekend is. Als de discussie over de bouwfraude niet verder komt dan aannemers in het verdachte bankje te zetten en alle morele verontwaardiging over hen heen storten, dan zal er gezocht worden naar nieuwe vormen van overleg. We moeten aandacht besteden aan de prikkels in het systeem zelf. We moeten een oplossing vinden voor meer marktwerking dan alleen de prijs. Ik doe een paar voorstellen: 1. De verplichting van openbare aanbesteding en kiezen voor de laagste prijs wordt afgeschaft. 2. De opdrachtgever moet de mogelijkheid hebben om zelf een keuze te maken in de bedrijven die een offerte uitbrengen. 3. Overheden worden verplicht gesteld om een aanbestedingprocedure te formuleren en openbaar te maken. 4. Bij grote complexe werken moeten de uitgenodigde inschrijvers een redelijke vergoeding krijgen voor het opmaken van een offerte

Terug naar top