De huidige minister van Onderwijs, Ronald Plasterk, heeft op Verantwoordingsdag tevredenheid getoond over zijn beleid halverwege de rit. Geen grote structuurveranderingen, veel aandacht voor docenten en vorderingen bij het terugdringen van vroegtijdige schoolverlaters. Ik ben een fan van Plasterk, maar ben niet onder de indruk van de vorderingen, omdat het volgens mij allemaal langs de kern gaat. Wat is dan die kern? Wat moet er dan gebeuren? Oké, hier volgt mijn wensenlijstje:
1. Ophouden met al die potjes voor speciale projecten. En ophouden met de soms perverse financiering op basis van het aantal gehaalde examens. Ophouden met verkeerde prikkels in het systeem inbrengen!
2. Iedere kind krijgt vanaf z’n vierde jaar 16 vouchers van €10.000. Deze vouchers kunnen alleen besteed worden bij scholen met een Rijksvergunning.
3. Scholen bepalen zelf het programma dat ze aanbieden. Docenten worden geprikkeld om zelf na te denken wat goed is voor kinderen. Er komt weer volop ruimte om eigen materiaal te maken. Docenten worden de baas van het onderwijsproces.
4. Als een kind in 8 jaar de basisschool doet, dan zijn er nog 8 vouchers over. Scholen voor voortgezet onderwijs kunnen daarmee uitgebreide programma’s maken. Voor een deel op maat gesneden programma’s voor een bepaald diploma en er is ook nog genoeg tijd voor eigen aanvullende programma’s.
5. Het Rijk geeft diploma’s uit. Dat kunnen diploma’s zijn voor toelating van een vervolgopleiding, maar ook diploma’s die garant staan voor een bepaald pakket aan kennis en vaardigheden.
6. De inspectie controleert de scholen op kwaliteit van onderwijs en op het nakomen van beloftes. Na twee keer een negatief rapport, dan wordt de vergunning ingetrokken. Op zo’n school kunnen de vouchers niet meer verzilverd worden.
In een dergelijk systeem zullen leerkrachten in het Basisonderwijs beter betaald worden. Kunnen scholen volledige dagen invullen met lessen, maar ook met aanvullende programma’s op het gebied van sport, drama, muziek maken, programmeren, vormgeving enz. Voor een aantal vakken kunnen kleine klassen gemaakt worden. En voor andere lessen juist weer combinatieklassen. Voor de aanvullende programma’s kunnen scholen intensief samenwerken met sportverenigingen, met Hogescholen voor gespecialiseerde cursussen en maatschappelijke organisaties.
31 mei 2009


