Wat moeten wij met woningcorporaties?

Alle deskundigen op het terrein van de woningmarkt beweren dat de woningmarkt op slot zit. In het discussieprogramma Buitenhof waren Jim Schuyt (directeur van de woningcorporatie De Alliantie uit Amsterdam) en de Tweede Kamerleden Staf Depla (PvdA) en Bas Jan van Bochhove (CDA) het daarover eens. Schuyt constateerde tevens dat de politiek de woningmarkt in de greep houdt met het taboe van het CDA op herziening van de hypotheekrenteaftrek en het taboe van de PvdA op marktconforme huurprijzen. En dan denk je, hoop je dat een directeur van een woningcorporatie de boel op sleeptouw kan nemen. Maar helaas, de directeur kwam niet verder dan een oproep om met elkaar om tafel te gaan. Waarom zorgen woningcorporaties er niet in dat huurwoningen verkocht worden en waarom zorgen zij er niet voor dat er gebouwd wordt? Nu wij op veel plekken in de economie markten opnieuw moeten uitvinden en definiëren zou het geen gekke gedachte zijn om na te denken over het afschaffen van die vreemde hybride constructie van woningcorporaties. Ze moeten zorgen voor sociale woningbouw, maar blijken telkens niet in staat om de woningmarkt goed te laten werken. Een groot aantal woningcorporaties is erg rijk en lijkt in het verleden meer bezig geweest te zijn met rijker te worden dan om fatsoenlijke goedkope woningen te realiseren. Er zijn woningcorporaties die ook bezig zijn met projecten in het buitenland. Allemaal onder het mom om financieel sterker te worden en daardoor meer sociale woningbouw te kunnen realiseren. Het valt allemaal een beetje tegen in de praktijk. Kan het niet beter en transparanter?

Markt en regulering

Wat is de kern van de woningmarkt? Vraag en aanbod van koopwoningen en vraag en aanbod van huurwoningen. Maak er een markt van waar burgers hun vraag kwijt kunnen en waar particuliere aanbieders hun aanbod kwijt kunnen. De rol van de overheid zou vervolgens moeten liggen in regulieren van de kwaliteit van woningen en de bijbehorende prijs door een strak puntensysteem van een onafhankelijk huisvestingsorgaan. En de overheid moet burgers helpen met het betaalbaar houden van woningen met een huursubsidie. De huursubsidie is inkomensafhankelijk. Tot een bepaalde huurgrens moet iemand een huurwoning kunnen betrekken. De huursubsidie is het verschil tussen de huurprijs en 25% van het bruto maandsalaris. De rijksoverheid bepaalt op basis van de huurwet jaarlijks de maximale huurverhoging. De huidige woningmarkt werkt niet omdat vraag en aanbod niet op elkaar zijn afgestemd. Bij een transparantere markt zal dat wel gebeuren. Een tekort aan woningen drijft de prijs omhoog. Maar die hogere prijs zal nieuw aanbod uitlokken die de prijzen weer zal dempen. Zo werkt een markt en zo moet de woningmarkt gaan werken.

Koopmarkt

De huurder kan rekenen op solidariteit door de huursubsidie. De koper moet ook kunnen rekenen op hulp. De hypotheekrenteaftrek blijft als instrument, maar stopt voor woningen boven 750.000 euro.

De gemeente

De woningmarkt wordt steeds meer lokaal bepaald. In een transparante markt zou de gemeente een goed rol kunnen spelen. De gemeente zou in PPS-constructies (Publiek Private Samenwerking) concreet volhuisvestingsbeleid kunnen vormgeven. Laat de gemeente rechtstreeks een partij worden bij de volkshuisvesting en niet uitsluitend via woningcorporaties.

5 april 2009

Terug naar top