Tuchtklacht tegen Spong
Het lijkt een besmettelijke ziekte te worden, dat indienen van klachten. Nou hebben vijf collega advocaten een tuchtklacht tegen Spong ingediend. Die klacht is minstens even kansloos als de aangifte van Spong.
Advocaten kunnen tuchtrechtelijk worden aangesproken, als zij iets doen of nalaten dat in strijd is met de zorg die zij dienen te besteden aan de behartiging van de belangen van hun cliënten. De vijf zijn geen cliënten van Spong en kunnen op die grond dan ook niet klagen. Als er al sprake zou zijn van belangenverstrengeling, dan is daar in ieder geval geen belang mee gemoeid, tot de behartiging waarvan de vijf klagers zijn geroepen.
Advocaten kunnen ook tuchtrechtelijk worden aangesproken voor inbreuken op de verordeningen van de Nederlandse Orde van Advocaten. Daarvan is hier geen sprake, dus ook dat levert geen grondslag op voor de klacht.
Ten slotte kunnen advocaten tuchtrechtelijk worden aangesproken voor enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Het doen van aangifte namens een cliënt is geen handeling die onbetamelijk is voor een advocaat. De kans van slagen van de aangifte speelt daarbij geen rol. Het is een advocaat gelukkig niet verboden om een zaak aanhangig te maken die in de ogen van vijf willekeurige collega’s kansloos is.
De aangifte van Spong is geen valse aangifte in de zin van artikel 188 Wetboek van strafrecht. Spong doet geen aangifte van strafbare feiten waarvan hij weet dat ze niet gepleegd zijn. De feiten waarvan hij aangifte doet zijn gepleegd. Het is alleen de vraag of het strafbare feiten zijn. Spong betoogt in zijn aangifte van wel en geeft daar argumenten voor. Of hij gelijk heeft is in eerste instantie ter beoordeling van het Openbaar Ministerie en in laatste instantie ter beoordeling van de strafrechter. De tuchtrechter heeft hier geen taak. Dat is niet moeilijk in te zien, als men zich alleen maar de onmogelijke situatie voorstelt die zich voordoet als de tuchtrechter de klacht gegrond verklaart en het Openbaar Ministerie beslist dat het tot vervolging overgaat.
Kleine jongens die hun zin niet krijgen, willen wel eens dreigen met ingrijpen van hun grote broer. Daaraan doet al dit geklaag denken. Wie wil deelnemen aan het publieke debat moet gewoon zijn toevlucht nemen tot het argument. Wie vindt dat een andere deelnemer jegens hem over de schreef gaat, kan daartegen in kort geding een voorziening vragen. Dat is directer, eerlijker en effectiever dan dat serviele geklaag bij hogere machten.
Trouwens, die zullen toch niet luisteren. Gelukkig maar!


