Nu er veel vluchtelingen op drift zijn komt het aan op empathie, goede afspraken in Europa, financiële solidariteit en slimme organisatie.
In het vluchtelingendebat in de Tweede Kamer van woensdag 14 oktober 2015 werd wel weer veel kabaal gemaakt door Geert Wilders, maar hij domineerde het debat niet. In de media leek alsof dat wel het geval was. Zowel in de journaals, als in achtergrondprogramma’s als Nieuwsuur, Eén Vandaag en Pauw. Gaat het om vluchtelingen en asiel dan is het zo makkelijk om alles te duiden langs de meetlaat van de extreme provocateur, Geert Wilders. Jammer en onnodig, omdat de invloed voor beleid beperkt is. Daar zou de schijnwerper van de media op moeten staan.
De VVD lijkt in het vluchtelingendebat een steeds extremer standpunt in te nemen. Halbe Zijlstra kon de hele week van het debat in iedere microfoon vertellen dat de ideeën van zijn partijgenoot Malik Azmani kort geleden nog werden weggewoven en nu Nederlands en Europees beleid zijn geworden. Geen enkele kritische journalist die daar doorheen prikte. Dat moesten collega Tweede Kamerleden doen. En dat wordt niet door iedereen gezien of gehoord. Zijlstra en de VVD willen vluchtelingen ontmoedigen om naar Nederland te komen door een sobere opvang in het vooruitzicht te stellen. Als alle Europese landen dat gaan doen wordt het een race naar de bodem. Landen zullen elkaar overtroeven in soberheid. Alexander Pechtold schamperde in het bedat richting Zijlstra: ‘dat het nog heel lastig wordt om het hier nog soberder te krijgen dan in de oorlog in Syrië zelf!’
Kan er nog meer opvang in de regio bij?
Neem Syrië. Een land met 17,9 miljoen inwoners. Door de burgeroorlog zijn 7,6 miljoen inwoners op de vlucht in eigen land en verblijven er 4 miljoen vluchtelingen in Turkije, Libanon, Irak, Jordanië en Noord-Afrika. Er zijn in het eerste halfjaar van 2015 zo’n 400.000 vluchtelingen naar de Europese Gemeenschap gevlucht. Daarvan komt ca. 50% uit Syrië. 4 Miljoen Syriërs zijn in de regio opgevangen en 0,2 miljoen Syriërs hebben aangeklopt bij de 28 landen van de Europese Gemeenschap. Dat betekent 95% in de regio en 5% naar Europa. Moet die verhouding nog verder omgebogen worden in de richting van de regio?
Uitzichtloosheid in de kampen
De oorlog in Syrië is al sinds 2011 gaande. Er zijn meer dan 200.000 doden door de oorlog, waaronder 10.000 kinderen. 60% Van de ziekenhuizen en 93% van de ambulances zijn beschadigd of verwoest. 50% Van de artsen hebben het land verlaten. De gezondheidszorg ligt dus op z’n gat. 9,3 Miljoen mensen in Syrië hebben acute humanitaire hulp nodig, waarvan 50% kind. Stel je hebt je vege lijf en dat van je familie weten te redden door een Turks kamp te bereiken. In de ogen van een groot aantal politici en Nederlandse burgers zijn deze mensen dan veilig en moeten ze maar afwachten wat er verder gebeurd. Wil je vanuit een Turks kamp verder naar een Europees land om een leven op te bouwen en je kinderen een toekomst bieden, dan wordt je door de genoemde politici en sommige burgers bestempeld als ‘economische vluchteling’. Het dode 4-jarige jongetje (Aylan) op het strand die de overtocht in het gammele bootje niet heeft overleefd, is volgens deze kijk ook een economische vluchteling, of althans zijn ouders. De kampen in de regio zijn overvol en er is geen enkel zicht op de opbouw van een nieuw leven. Er is geen onderwijs en er is niets te doen. In het schema hieronder zie je hoeveel vluchtelingen ieder EU land heeft opgenomen in het eerste halfjaar van 2015. Je kunt de verhoudingen zien ten opzichte van het aantal inwoners per land en welke deel er genomen wordt van de vluchtelingen aan de poort van Europa.
--afbeelding verwijderd--
D66 actieplan en VVD migratienota
Door de vele brandhaarden in de wereld is op dit moment het hoogste aantal mensen op de vlucht sinds de Tweede Wereldoorlog. Het oorlogsgeweld in Syrië, de dictatuur in Ethiopië en de acties van de Taliban in Afghanistan verdrijven onschuldige burgers uit hun land. Zij vluchten om zichzelf in veiligheid te brengen en om hun kinderen te beschermen tegen oorlog en geweld. Voor die mensen willen wij er zijn! Zo begint het actieplan van Sjoerd Sjoerdsma van de Tweede Kamerfractie van D66.
Uit de optredens van de fractievoorzitter van de VVD, Halbe Zijlstra, in de media komt alleen naar voren dat de VVD de komst van vluchtelingen wil ontmoedigen door de opvang hier zo sober mogelijk te maken. In de migratienota van het Tweede Kamerlid, Malik Azmani, staat toch iets meer. Ik zie het als belangrijke doorbraak voor de voorstanders van een actief migratiebeleid. Azmani pleit nu ook voor een combinatie van een puntensysteem en een systeem waarbij werkgevers migranten zelf kunnen aantrekken. Laten we actief nagaan of we onze arbeidsmarkt kunnen versterken met de komst van migranten. Nog belangrijker in de nota is de eerbiediging van het beginsel van non-refoulement uit het Vluchtelingenverdrag van de VN (Verenigde Naties). Dat betekent het verbod op terugzending naar een land waar de vluchteling te vrezen heeft of waar zijn leven of veiligheid in gevaar zijn. Er is geen twijfel over dat je leven in gevaar is in de burgeroorlog in Syrië. Als je dit beginsel serieus neemt en je wilt voorkomen dat er veel vluchtelingen naar Europa komen, dan moet je helpen om veilige havens in de regio te krijgen. Maar dan niet alleen opvangkampen, waar vluchtelingen niets kunnen doen, maar veilige havens voor vluchtelingen met een verblijfsvergunning waar ze een bestaan kunnen opbouwen. Dat betekent o.a. onderwijs en kansen op werk. Het is van tweeën één: of je vangt hier mensen op en helpt ze een leven op te bouwen, of je creëert veilige havens en je helpt daar om vluchtelingen een leven te laten opbouwen. Dat wil ik nog wel wat luider horen van Zijlstra en Azmani. Die veilige havens kunnen niet alleen door Turkije, Libanon en Jordanië gerealiseerd worden. Als Europa daar niet aan meewerkt, dan blijven de kampen dramatisch en zal iedere vluchteling proberen de kampen te ontvluchten. Tot die tijd moet de VVD volop meewerken aan de vele vluchtelingen een kans te geven om een leven op te bouwen.
Inburgeringscursus
In het tweede kabinet Kok (1998-2002), introduceerde Roger van Boxtel van D66, intensief inburgeringsbeleid. Mede op basis van de denkbeelden en geschriften van hoogleraar Migratie, Han Entzinger. In die tijd ontwikkelde het middelberoepsonderwijs taalcursussen en maatschappelijke oriëntatie. De zogenaamde NT2 cursussen (Nederlands als 2de taal) werden steeds beter afgestemd op verschillende doelgroepen. Na een aantal jaar werd er gesproken over innovatieve combinaties van taal leren en maatschappelijke oriëntatie en werken in combinatie met de taal leren. Het is minister Verdonk van de VVD geweest die in het eerste kabinet Rutte het hele bouwwerk van taallessen en maatschappelijke oriëntatie heeft ontmanteld. Onder het mom van ‘laat de asielzoekers dat maar zelf organiseren en betalen voor dat ze naar Nederland komen’. De wereld is inmiddels alweer ingrijpend veranderd. De laatste restjes Verdonk zijn zo langzamerhand opgeruimd en er komt weer ruimte voor een nieuwe generatie inburgeringscursussen. Nu gemeenten verantwoordelijk zijn geworden voor participatie en werk voor mensen die niet op eigen kracht volledig in hun levensonderhoud kunnen voorzien, wordt de inburgeringscursus op gemeentelijk niveau opgepakt. Wat nog wel uit de tijd van Verdonk stamt is dat er geen inburgeringsbudgetten zijn. Er moet gezocht worden naar slimme alternatieven. Voor vluchtelingen onder 27 zou dat kunnen via een lening bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs). Vanuit de gemeente in samenspraak met een aantal onderwijsinstituten wordt er een goed taal en inburgeringsprogramma gemaakt. De jongeren tot 27 zouden een lening kunnen afsluiten voor de financiering. Als ze het inburgeringsdiploma hebben gehaald hoeven ze de lening niet terug te betalen. Voor oudere statushouders zullen we samen met vrijwilligersorganisaties goede opvang moeten organiseren. En misschien komt er door druk van de Tweede Kamer nog wat nieuwe financieringsmogelijkheden. Zou mooi zijn!
Michiel Verbeek, 23 oktober 2015


