Spong en Vrouwe Justitia

Gerard Spong en de blinddoek van Vrouwe Justitia

Gerard Spong wil minister van justitie worden, maar zijn sollicitatie geeft te denken. Hij gebruikt het recht als machtsmiddel in het politieke debat ten behoeve van zichzelf en zijn vrienden. En dan nog niet eens het civiele recht, dat gaat over de rechten en verplichtingen van burgers onder-ling, maar het strafrecht. Dat betekent zoveel als dat hij van de overheid eist dat die zijn tegen-standers de mond snoert. De historische reminiscentie die dit oproept reikt (gelukkig!) ver voor-bij de Tweede Wereldoorlog naar de dagen van de inquisitie.
Hij heeft een aangifte ingediend namens een dode en een rechtspersoon. Maar doden en rechtspersonen zijn tot het doen van aangifte niet bevoegd. Artikel 161 Wetboek van strafvorde-ring luidt: Ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit is bevoegd daarvan aangifte of klachte te doen. Doden en rechtspersonen dragen per definitie geen kennis van strafbare feiten en zijn daartoe dus niet bevoegd. Sommige rechtspersonen dragen zelfs geen kennis van aangiften die namens hen zijn ingediend.
Inmiddels heeft hij te kennen gegeven dat hij bereid is de aanklacht in te trekken, als hij minister van justitie mag worden. Maar hij weet dat het delict waarvan hij aangifte heeft gedaan geen klachtdelict is. Intrekking sorteert derhalve geen effect. Het is, met of zonder de klacht, aan het Openbaar Ministerie om te beslissen of het al of niet tot vervolging van de aangegeven straf-bare feiten overgaat.
Dat het OM dit niet zal doen, is zo goed als zeker, want ook het OM kan tot geen andere conclusie komen dan dat een vervolging niet tot een veroordeling kan leiden. De aangeklaagden kunnen gerust zijn. Maar als Spong een gebaar van verzoening wil maken, zou hij hun gratis zijn bijstand kunnen aanbieden in geval het OM toch tot vervolging overgaat. Dan kunnen ze hele-maal gerust zijn, want mr. Gerard heeft een grote naam.
Spong demonstreert met zijn handelwijze, die geen enkele juridische portee heeft maar uitsluitend een publicitaire, dat het strafrecht zozeer zijn eigendom is geworden dat hij het des-gewenst ook kan aanwenden als een instrument ter bevordering van de belangen van hemzelf en zijn vrienden. Daarmee doet hij iets heel bedenkelijks. Hij neemt Vrouwe Justitia haar blinddoek af. En dat moet een minister van justitie niet doen.
Trouwens, wat staat ons te wachten, als de dokter van de LPF die de post gezondheids-zorg ambieert op het idee komt dat een goed voorbeeld goed doet volgen?

Mr. W.A. Verbeek, advocaat te Groningen
M. Verbeek, nummer 10 kandidatenlijst van D66

Terug naar top