In de Volkskrant van zaterdag 7 januari stond een uitstekend artikel van Pieter Hilhorst over sociale cohesie onder de titel: _Lieve projecten maken de buurt niet hechter, gedeeld belang wel.
_ Hilhorst toont aan dat de sociale cohesie vroeger niet veel beter was dan nu, maar dat we nu het gebrek eraan als problematisch ervaren. Dat heeft alles te maken met de multi-culturele (of zo je wilt multi-etnische) samenleving van nu. Voor sociale cohesie zijn, volgens Hilhorst, organisaties en verenigingen belangrijker dan 1 op 1 relaties. Sociale cohesie is meestal een onbedoeld bijproduct van een andere activiteit. Je studeert, je werkt, je bent lid van een vereniging en en passant maak je vrienden voor het leven en kennissen voor even. Wie de sociale cohesie daadwerkelijk wil bevorderen moet zich richten op functionele dwarsverbanden tussen weerbare en kwetsbare groepen. De overheid kan functionele dwarsverbanden stimuleren. De huidige regering doet momenteel het omgekeerde door veel subsidies in het maatschappelijke middenveld te schrappen.
Bij het lezen van het artikel van Pieter Hilhorst moest ik denken aan het begrip ‘wederkerigheid’ van de rechtsfilosoof Dorien Pessers. Ik hoorde haar over dit begrip in een marathon interview voor de VPRO in december 2005. Mensen in een samenleving kunnen alleen goed samenleven als de wederkerigheid vorm en inhoud krijgt. Sociale cohesie heeft te maken met interactie tussen mensen. Wederkerigheid betekent het zoeken in de ander wat in jezelf wederkeert. Wederkerigheid komt niet vanzelf. Interactie heeft een derde nodig om te komen tot wederkerigheid. Dat kan een verhaal zijn, een dienst of een regel. Wij groeten terug als iemand groet. Dat is een ongeschreven regel. Als de buurman je helpt bij de verhuizing dan zal je dat ook sneller doen als de buurman gaat verhuizen. De overheid moet wederkerigheid in de samenleving bevorderen. Dat lees ik weer terug bij Hilhorst: ‘Als de gevestigden het idee krijgen dat de verzorgingsstaat vooral buitenstaanders bijstaat, brokkelt de bereidheid af om daarvoor belasting te betalen’. Wouter Bos lijkt in zijn boek ‘Dit land kan zoveel beter’ doordrongen te zijn van de noodzaak van wederkerigheid en sociale cohesie. ‘Als mensen iets met elkaar hebben, hebben ze iets voor elkaar over’. Om dat te bewerkstelligen kon Hilhorst weleens gelijk hebben met zijn pleidooi voor organisaties en verenigingen!


