Een kabinet dat meerderheden zoekt, plannen voor eenvoudiger toeslagen en miljarden voor innovatie: september zat vol beloften. Tegelijkertijd wachten gedupeerde ouders nog steeds op herstel en groeien jongeren op tussen platforms die verdienen aan hun aandacht. In de krantenstukjes die ik deze maand bewaarde, kwam steeds dezelfde vraag terug: helpen onze regels en organisaties mensen vooruit, of moeten mensen vooral leren omgaan met systemen die tekortschieten?

Politiek die oplossingen zoekt
Rond Prinsjesdag kreeg Rob Jetten opnieuw de vraag of hij met links of rechts wil samenwerken. Een merkwaardige eis aan een minderheidskabinet. Laat de regering goede voorstellen doen en daarvoor steun zoeken in beide Kamers. Soms komt die van links, soms van rechts. En soms wordt een voorstel beter doordat er geen meerderheid klaarligt.
Dat vraagt wel om richting: welke problemen wil het kabinet oplossen, vanuit welke waarden en wie betaalt de rekening? Maar daarvoor hoeft het niet vooraf één politieke flank tot vaste partner te verklaren. Ook de oppositie heeft een verantwoordelijkheid. Wie een voorstel afwijst, mag uitleggen hoe het beter kan. Ik beoordeel dit kabinet liever op wat het voor elkaar krijgt dan op de politieke kleur van zijn wisselende bondgenoten.
Eenvoud beloven, vertrouwen herstellen
Een kans om het beter te doen ligt bij de toeslagen. Volgens de berichtgeving werkt een SER-commissie aan een advies waarin de zorgtoeslag plaatsmaakt voor een lagere zorgpremie en kinderbijslag en kindgebonden budget samengaan in één inkomensonafhankelijke bijdrage. Het is nog een concept, maar de gedachte spreekt me aan: minder aanvragen, minder voorspellen en minder terugbetalen.
We hebben ondersteuning steeds nauwkeuriger willen afstemmen op inkomen en omstandigheden. Daardoor ontstond een stelsel dat voor veel mensen nauwelijks te doorgronden is. Vereenvoudiging moet zorgvuldig gebeuren: mensen die gerichte steun nodig hebben, mogen er niet doorheen zakken. De toets is uiteindelijk eenvoudig: begrijpen mensen waar zij recht op hebben en kunnen zij daarvan leven?
Hoeveel schade een overheid kan aanrichten, blijkt uit het toeslagenherstel. Volgens Trouw ontvingen 44.000 erkende gedupeerde ouders gemiddeld 41.000 euro. Toch wachten ruim 15.000 ouders nog op behandeling van hun aanvullende schadeclaim. Achter die cijfers zitten verloren werk, schulden en ontwrichte gezinnen. Staatssecretaris Sandra Palmen wil de hersteloperatie voor eind 2027 afronden. De Stichting Gelijkwaardig Herstel verzet zich tegen het leidend maken van die datum. Beide zorgen zijn begrijpelijk: langer wachten is onaanvaardbaar, maar een afgerond dossier betekent nog geen hersteld leven.
Ook de discussie over hoge dwangsommen raakt aan de betrouwbaarheid van de overheid. Personeelstekorten bij uitvoeringsorganisaties kunnen ernstig zijn. Maar wie op inkomen of ondersteuning wacht, kan zijn leven niet pauzeren. De oplossing moet komen van uitvoerbare wetgeving en voldoende capaciteit. De bescherming van burgers verminderen omdat de overheid te laat beslist, keert de verantwoordelijkheid om. Lijkt mij geen optie.
Hans Borstlap (bekend van de adviescommissie over de arbeidsmarkt) voegt daar een belangrijk perspectief aan toe: organiseer bestaanszekerheid samen met ontwikkeling. Geef mensen begrijpelijke uitkeringsrechten en mogelijkheden om bij te leren en aan het werk te blijven. Dat brengt ons verder dan telkens sleutelen aan de hoogte van uitkeringen.
Kijk achter de hulpvraag
In de jeugdzorg zien we wat er gebeurt wanneer maatschappelijke problemen bij individuele mensen terechtkomen. Onderzoeker en adviseur Krijn ten Hove wijst op schulden, scheidingen, woonproblemen en bestaansonzekerheid die als jeugdzorgvragen worden behandeld. Volgens een bericht in de krant hierover krijgt inmiddels bijna 14% van de minderjarigen jeugdhulp. Een kind of jongere dat lijdt onder spanningen thuis kan professionele hulp nodig hebben. Maar een hulpverlener kan de schulden van ouders of een onbetaalbare woning niet wegbehandelen. Wie de groei van de jeugdzorg wil keren, moet dus ook buiten de jeugdzorg kijken.
Bij arbeidsmigranten speelt iets vergelijkbaars. Als werk en onderdak in één hand liggen, kan protest tegen slechte arbeidsomstandigheden ook verlies van woonruimte betekenen. Het aangekondigde verbod op inhoudingen voor huisvesting op het minimumloon raakt daarmee aan een wezenlijke vraag: hoeveel vrijheid heeft iemand om voor zichzelf op te komen?
Dat perspectief helpt ook bij koopkrachtcijfers. Gemiddeld zijn we op langere termijn welvarender geworden. Maar woonkosten, onzeker werk en vermogensverschillen bepalen hoeveel ruimte huishoudens werkelijk ervaren. Daarom vind ik het voorstel van Simon van Teutem interessant: verbind een hogere erf- en schenkbelasting aan een lagere belasting op arbeid. Zo wordt de keuze concreet: welk gewicht geven we aan werken en aan ontvangen vermogen?
Democratie moet je kunnen oefenen
De waarschuwingen van AIVD en NCTV voor de normalisering van rechts-extremistische ideeën verdienen aandacht. Woorden doen ertoe. Wie over ‘remigratie’ spreekt, moet uitleggen wie daarmee wordt bedoeld, wat men wil doen en hoe dat zich verhoudt tot gelijke rechten. Uitsluiting wordt niet minder ernstig wanneer zij in aanvaardbaar klinkende taal wordt verpakt. Berichten over de vervolging van lhbti+’ers in Turkije en politieke executies in Iran laten zien wat er op het spel staat wanneer machthebbers burgers tot vijand verklaren. Vrijheid vraagt om bescherming, maar ook om mensen die haar leren gebruiken. Daarom spreekt de Arnhemse aanpak van democratisch burgerschap me aan. In De Pedagogische Wijk werken ouders, scholen en jongerenwerkers samen. Via het programma The Citizens maken jongeren bijvoorbeeld een podcast, opiniestuk of petitie. Ze oefenen met hun stem gebruiken, verschillen bespreken en oplossingen bedenken.
Dat is ook wat onderwijs kan bijdragen aan duurzaamheidsvraagstukken. Kennis van milieuproblemen leidt niet vanzelf tot handelen, benadrukt omgevingspsycholoog Linda Steg. Geld, voorzieningen en de inrichting van de omgeving spelen mee. Scholen kunnen jongeren wel laten ervaren hoe zij kennis kunnen gebruiken: onderzoek je buurt, werk een voorstel uit, organiseer een debat.
We hoeven de wereldproblemen niet bij leerlingen neer te leggen. We kunnen hun wel leren dat ze invloed hebben. Daar hoort bij dat scholen hun eigen leerlingen serieus nemen. De Franse scholierenprotesten, met zorgen over onder meer gebouwen, middelen en schoolbeleid, herinneren ons daaraan. Wie burgerschap onderwijst, moet ook binnen de school ruimte maken voor tegenspraak.
Technologie: wie draagt de verantwoordelijkheid?
Die ruimte voor zelfstandigheid staat online voortdurend onder druk. TikTok Shop brengt kijken en kopen steeds dichter bij elkaar. Achteraf betalen vergroot de afstand tussen verlangen en financiële gevolgen. Snapchat houdt gebruikers betrokken met onder meer streaks, scores en meldingen. We vragen jongeren zichzelf te begrenzen, terwijl bedrijven verdienen aan het doorbreken van die begrenzing. De Europese aandacht voor schadelijke platformfuncties is daarom terecht. Ook de ontwerpers dragen verantwoordelijkheid.
Bij AI moeten we even zorgvuldig naar toepassingen kijken. Het Cybercrimebeeld Nederland beschrijft hoe AI digitale criminaliteit sneller en grootschaliger kan maken. Dat vraagt om stevige bescherming. Maar daarmee is niet ieder gebruik verdacht. De ophef over AI bij persoonlijke berichten van Rob Jetten vond ik weinig overtuigend. Waarom zou AI wel mogen helpen met feiten en niet met het vinden van woorden voor een oprecht gevoel? Zoals AI-specialist Jarno Duursma benadrukt: hulp bij de verwoording maakt een werkelijk beleefde ervaring niet automatisch onecht. De inhoud moet kloppen en de afzender blijft verantwoordelijk. Dus altijd controleren welke tekst je de wereld in stuurt.
Ook publieke investeringen in innovatie verdienen een beoordeling op hun doel en resultaat. Energiezuinige AI-chips kunnen waardevol zijn. CO₂-afvang bij kunstmestproducent Yara kan uitstoot verminderen. Tegelijk blijft de bredere vraag hoe we ons gebruik van fossiele energie terugdringen. Technische vooruitgang krijgt richting door heldere publieke keuzes: wat willen we bereiken, wanneer en wie profiteert?
Wat merken mensen ervan?
September leverde genoeg grote plannen op. Mijn maatstaf blijft wat mensen ervan merken. Krijgt een ouder tijdig antwoord? Kan een werknemer zich uitspreken zonder zijn onderdak te verliezen? Leert een jongere dat zijn stem ertoe doet? Geeft een regeling zekerheid in plaats van nieuwe zorgen?
De menselijke maat wordt zichtbaar in zulke alledaagse ervaringen. Daar wil ik politici, bestuurders en bedrijven op aanspreken.
Michiel Verbeek, 9 oktober 2026


