De woningcorporaties Woningstichting uit Den Helder en De Veste uit Ommen willen uit het publieke bestel stappen. Deze wens komt heel kort na de wens van een andere woningbouwcorporatie (Woonzorg) die heel graag wil fuseren met twee zorgaanbieders (Evean Groep en Philadelphia Zorg). De bedrijven willen verder gaan als Espria. Minister Vogelaar en de Tweede Kamer hebben de fusie verboden. Die gaat voorlopig niet door. Ondertussen wordt er al wel intensief samengewerkt tussen woningcorporaties en zorgaanbieders. Een eenvoudige mogelijkheid is de besturen uit dezelfde mensen te laten bestaan! Daar zijn voorbeelden van! De wens van de twee corporaties die uit het bestel willen stappen hebben al een eerste reactie gekregen van minister Vogelaar: Uittreden is wettelijk niet mogelijk. De corporaties zullen hun wens gaan toetsen bij de rechter. Dat lijkt mij een uitstekende zaak.
De broers Depla contra econoom Sweder van Wijnbergen
In de NRC van 11 september stonden de meningen van Paul Depla (PvdA wethouder in Nijmegen) en Staf Depla (PvdA Kamerlid) enerzijds en Sweder van Wijnbergen (hoogleraar Economie en PvdA lid) anderzijds. De broers Depla noemen 3 argumenten tegen de uittreding: 1. Corporaties zijn nodig, omdat niet iedereen op eigen kracht een woning kan krijgen. 2. Als corporaties uit het bestel stappen is de rol van de overheid uitgespeeld. Lokale overheden maken immers prestatieafspraken met corporaties. En 3. De noodzakelijke solidariteit. Sterke leefbare wijken en goede duurzame en betaalbare woningen kunnen alleen gehandhaafd blijven als alle corporaties meedoen. Opvallend in de redenering van de broers Depla is dat er geen bewijs gevoerd wordt voor een stelling, maar dat de argumentatie de stelling aldoor in andere bewoordingen verwoord. De broers Depla vinden het uitstappen een vorm van diefstal van rijksgelden. Sweder van Wijnbergen wijst de claim van diefstal resoluut van de hand. De staatssubsidies waren nodig om woningen te bouwen en te verhuren onder de economische waarde. Van Wijnbergen vindt juist dat de overheid geld steelt van de woningcorporaties!
De feiten
In de nota ‘Volkshuisvesting in de jaren negentig’ van staatssecretaris Heerma is de zogenaamde bruteringsoperatie aangekondigd. Het betekende een verzelfstandiging van woningcorporaties. In 1995 is de operatie geëffectueerd. In die tijd waren er zogenaamde objectsubsidies. Met dergelijke Rijkssubsidies konden woningcorporaties woningen bouwen en verhuren tegen een lagere prijs dan de economische waarde. Doel van de overheid was: goedkope woningen realiseren voor lage inkomensgroepen. Die objectsubsidies waren langjarige subsidies gegarandeerd door de Rijksoverheid. De levensduur van woningen is al snel 30 tot 40 jaar. Naast de objectsubsidies waren er subjectsubsidies voor huurders en kopers (individuele huursubsidie en tijdelijke premies bij aankoop van woning). De woningcorporaties hadden geld nodig voor de realisering van al die woningen. Daarvoor konden ze lenen bij de overheid. Bij de bruteringsoperatie zijn de claims van subsidies van woningcorporaties op de overheid weggestreept tegen de uitstaande leningen van de woningcorporaties bij de overheid. Het ging om een claim van €16,7 miljard aan subsidies en €12,1 miljard aan leningen van woningcorporaties bij het Rijk. Corporaties met heel veel woningen haalde meer geld uit de pot dan corporaties met minder woningen. Anno 2008 hebben veel politici het idee dat woningcorporaties stinkend rijk zijn geworden van deze bruteringsoperatie. Dat is een grote misvatting. De huizenprijzen zijn sinds 1995 geëxplodeerd door de marktsituatie. De lage rente, de voorspoedige economische ontwikkeling en de beperkte vergroting van het aanbod van woningen heeft de prijzen van woningen fors doen stijgen. En daardoor is het vermogen van een groot aantal woningcorporaties zo groot geworden. Een uitspraak over ‘publieke diefstal’ is daardoor ook je reinste kletskoek!
Zweven tussen overheidssturing en marktwerking
In de huidige situatie zweven woningcorporaties tussen overheidssturing en marktwerking. Gemeenten doen soms heel stoer over de prestatieafspraken met corporaties, maar als het lastig wordt hebben ze geen enkel instrument om iets voor de eigen gemeente af te dwingen. Minister Vogelaar is in conflict gekomen met de corporaties bij het uitvoeren van haar plannen in de ‘40-Vogelaar wijken’. In het overleg met alle partijen kwam zij zelf met een mager gevulde portemonnaie, maar kondigde een flinke greep in de kas bij de corporaties aan. Ook hier moest de solidariteit weer wonderen doen. Rijke corporaties in de provincie Drenthe mogen meebetalen aan de problemen in Amsterdam. Dat is een lastig verhaal! Vogelaar wist dat dat lastig zou worden dus het kabinet had nog wel iets anders achter de hand: woningcorporaties vennootschapsbelasting laten betalen. Niet leuk voor de corporaties, zeker niet als de in de lange termijn planning daar geen rekening mee hebben gehouden. Kijkend naar het karakter van de meeste woningcorporaties is de gelijkschakeling van particuliere woningbedrijven en de woningcorporaties volkomen terecht. We hebben het niet meer over de stichtingen en verenigingen van het begin van de twintigste eeuw, waar particuliere instellingen zich gingen inzetten voor de woonmogelijkheden van mensen met lage inkomens. Met Rijksvoorschotten en jaarlijkse bijdragen zijn de voorlopers van de woningcorporaties begonnen. In die begintijd van de woningcorporaties was de achterban en de politici zelf van de SDAP die het voortouw namen. Vanwege die lange traditie is het voor PvdA waarschijnlijk zo moeilijk om van de overheidsgestuurde woningcorporaties afscheid te nemen.
Welke onvermijdelijke toekomst staat ons te wachten?
Als je kijkt naar de ontstaansgeschiedenis van woningcorporaties, de grote kentering van de bruteringsoperatie en de huidige markt waarin woningcorporaties opereren dan is de huidige halfslachtige situatie onhoudbaar. Corporaties die zich gedragen als vastgoedconcerns, maar juridisch beschermd worden tegenover private concurrenten. Als de lokale politiek makkelijk invloed zou kunnen uitoefenen op de bijdragen van woningcorporaties bij de realisering van stadsvernieuwing en het bouwen van woningen voor de eigen inwoners, dan zouden de lokale politici in de bres springen voor het behoud van het publieke bestel. Maar die lokale politici moeten net zo goed onderhandelen met de corporaties om iets van ze gedaan te krijgen. De lokale politiek heeft geen instrumentarium om echt invloed uit te oefenen op de inzet van de overschotten van corporaties. Handhaven van de huidige situatie is uitstel van executie. Het volgende kabinet zou voor een volgende logische stap moeten zorgen door de publieke bescherming van woningcorporaties op te heffen in combinatie van een pakket aan flankerend beleid. Bijvoorbeeld: 1. De overheid gaat in vrije concurrentie woondienstconcessies aanbesteden; 2. De overheid kan een maximale huurstijging opleggen. 3. De provincie krijgt een taak voor de spreiding van huisvesting voor lagere inkomensgroepen zoals bij de verdeling van woningen voor asielzoekers. 4. De individuele huurtoeslag blijft het belangrijkste instrument om mensen met lage inkomens de mogelijkheid te bieden fatsoenlijk te wonen. En 5. De lokale overheid wordt medefinancier en mede-eigenaar in gezamenlijke projecten waarbij wonen, zorg en welzijn gecombineerd wordt.
12 september 2008


