In NRC Handelsblad van zaterdag 2 maart 2013 stond een ontluisterend interview met de president directeur van de Rabobank.
Na het lezen van het interview bekroop me het gevoel dat dit een voorbeeld is van een CEO is die weinig richting geeft aan het beleid van de bank en meer een ‘puppet on a string’ is. Dit is niet het type topman die met gezag de bank naar een nieuwe tijd loodst. Hij gaat er prat op dat hij geen computer op z’n kamer heeft en het e-mailen over laat aan zijn secretaresse. Op z’n kamer was nog wel een videoband en –recorder te vinden. Moet je meer weten? Moerland vraagt aandacht voor relatiebankieren. De bankier met een excellente relatie tot z’n klant. Is dat dan weg geweest?
Terug naar vroeger
Moerland wil weer terug naar ‘het bankieren zoals het was’. Voor de kredietcrisis. ‘Het is fout gegaan met het bankwezen toen bankiers begonnen met het fabriceren van ingewikkelde pakketjes van kredieten (securitaties)’, aldus Moerland. Gelukkig weet de interviewer de tegenvraag te stellen: ‘Daar deed de Rabobank toch ook aan mee?’. ‘Ja, zegt Moerland, maar op bescheidener schaal’. Hij moet nog maar eens het boekje van zijn voorganger Bert Heemkerk lezen! ‘De bank moet minder gericht zijn op geld verdienen. De bank moet niet meer bankieren voor eigen gewin. Een beetje minder winst en een beetje minder hoge salarissen kan best’. Het klinkt allemaal erg naïf of hypocriet. Ik weet niet welke van de twee. Als het gesprek overgaat op de wens van minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, over het opsplitsen van banken in nutsbanken en zakenbanken krijgt Moerland nog net op tijd een rukje aan z’n string en zegt dat die splitsing niet goed is voor de Nederlandse banken.
Hoge salarissen
Over de wielrenners laat Moerland weten dat hij zich belazerd voelt. De naïviteit op dit gebied is of slecht gespeeld of aandoenlijk. Dan moet het natuurlijk nog wel even gaan over het salaris van zijn nieuwe collega van Olphen van de staatsbank SNS Reaal. Moerland zegt dat dit soort vakmensen op 1 hand te tellen zijn en dat daarom een heel hoog salaris terecht is. Waarschijnlijk had hij het ook over zichzelf. Grootverdieners doen graag iedereen geloven dat zij daar geen invloed op hebben. Het is niet altijd verklaarbaar waarom salarissen soms zo hoog zijn, verdedigde Moerland zich. Ter verdediging van de hoge salarissen noemt Moerland het voorbeeld van de voetballer die 2 miljoen verdient. Het aardige, meneer Moerland, is dat je bij die voetballer redelijk kunt uitrekenen of die z’n hoge salaris waard is. Speelt de ploeg beter met de grootverdiener? Winnen ze meer wedstrijden door de grootverdiener? Levert hij meer reclame-inkomsten op? Gaat de kaartverkoop omhoog? En krijgt de ploeg meer media-aandacht. Of dat ook geldt voor de berekenbare meerwaarde van Piet Moerland, waag ik ernstig te betwijfelen!
Michiel Verbeek, 3 maart 2013


