Natuurlijk kan Plasterk blijven!

Het was een bizar debat. Kamerleden hadden zichzelf vooraf zo opgefokt, dat ze de rede en de nuance van Ronald Plasterk niet aan konden. Ongelooflijk knap hoe Plasterk het debat voerde. Zonder ook maar een keer boos te worden, geïrriteerd te raken of controle te verliezen. Het tien uur durende debat had veel korter gekund als de Kamerleden niet zoveel herhaalden!

In de dagen voor het Kamerdebat kreeg je steeds meer de indruk dat Minister Ronald Plasterk hier nooit zonder kleerscheuren uit kon komen. Hij had onzin verteld. Hij had geen grip op de AIVD. Hij was babbelziek. Hij had weinig vrienden in Den Haag. En hij had zich schuldig gemaakt aan de ergste politieke doodzonde: het verkeerd informeren van de Tweede Kamer.

Drie cruciale momenten

In de hele casus waren drie cruciale momenten. De eerste was het interview van 30 oktober 2013 in Nieuwsuur. De tweede was de dag (22 november 2013) dat de ministers Plasterk en Hennis wisten hoe de kwestie in elkaar zat. En de derde was het briefje van 4 februari.

Plasterk in Nieuwsuur

Vlak voor de uitspraken van Plasterk in Nieuwsuur onthulde Edward Snowden dat er in Nederland flink werd afgeluisterd. Er ontstond een beeld in diverse media van Nederlandse inlichtingendiensten die uitgebreid Nederlandse burgers afluisterden. Verantwoordelijk minister voor de AIVD (Algemene Inlichtingen en Veiligheid Dienst), Ronald Plasterk, wilde tegengas geven aan dit beeld. De indruk in de media dat de inlichtingendiensten tegen de wet in opereerden wilde Plasterk ontzenuwen. De AIVD zou op grote schaal Nederlandse burgers afluisteren. De reputatie van de AIVD was in het geding. Als de AIVD dat had gedaan, dan was dat tegen de wet geweest. De AIVD heeft Plasterk ervan verzekerd dat de AIVD geen Nederlandse burgers op grote schaal afgeluisterd heeft. Dat heeft Plasterk verteld in Nieuwsuur. Maar waar is dan het verhaal van Edward Snowden op gebaseerd? Hij beweerde dat er in december 2012 1,8 miljoen records zijn verzameld met metadata? Plasterk suggereerde in Nieuwsuur dat dat wellicht door de NSA is gebeurd. Deze gedachte was gebaseerd op het combineren van de cijfers van Snowden en het gegeven dat dagelijks zo’n 60.000 telefoongesprekken plaatsvinden tussen Amerika en Nederland. 60.000 x 30 dagen is 1,8 miljoen. In het Kamerdebat bood Plasterk zijn excuses aan voor deze speculatie. Dit had hij nooit mogen zeggen. Die speculatie bleek later niet juist te zijn. De informatie van Snowden had betrekking op verzameling van data van de Nationale Sigint Organisatie (NSO). Het ging om telefoongesprekken die zijn verzameld in het kader van terrorismebestrijding en militaire operaties in het buitenland. Alle telefoontjes vanuit Nederland zijn uitgefilterd. De informatie van de NSO is gedeeld met de Amerikaanse NSA. Conform afspraken en binnen de wet.

De informatie op 22 november 2013

Minister Plasterk wist op 22 november 2013 dat niet de NSA achter de verzameling van de records zat, maar de NSO. Hij werd samen met minister Hennis geïnformeerd. Wat nu te doen met deze informatie? De Kamer informeren? Ligt voor de hand, maar is in strijd met de afspraak over de informatievoorziening over inlichtingendiensten. Hierover de Kamer informeren zou betekenen dat er informatie over de modus operandi (werkwijze van de inlichtingendiensten) zou worden verstrekt. Dat is tegen de standaard regel. Dus Hennis en Plasterk beslissen om de Tweede Kamer niet te informeren. Of er wel informatie is verstrekt in de ‘commissie stiekem’, de commissie van fractievoorzitters die toezicht houden op de inlichtingendiensten, is niet bekend. Dat is geheim!

De informatie op 4 februari 2014

Op 4 februari 2014 wordt de Kamer toch geïnformeerd, omdat de informatie een rol speelt in een rechtszaak. Deze rechtszaak tegen de Staat is gebaseerd op informatie van Edward Snowden. Er wordt bijvoorbeeld geclaimd dat het delen van informatie met partnerlanden stopgezet moet worden. Als deze claim wordt toegezegd kan de schade heel groot zijn. Hennis en Plasterk hebben gemeend om de Kamer nu toch te informeren, anders hadden Kamerleden het via het proces gehoord.

De Tweede Kamer is nooit verkeerd geïnformeerd

De oppositie probeerde het beeld te creëren van een minister die de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd. Het beeld is gebleven door slim ‘framen’ door Kamerleden, maar het is niet waar. De Tweede Kamer is nooit verkeerd geïnformeerd door minister Plasterk. In het Kamerdebat op 6 november 2013 (een week na de Nieuwsuur uitzending) heeft Plasterk door laten schemeren dat er ook andere verklaringen konden zijn voor de 1,8 miljoen records. Waar de Kamerleden ronduit kwaad over waren is dat ze niet direct na 22 november waren geïnformeerd over de ware toedracht. Kamerleden vroegen Plasterk in het debat: ‘Had u ons zonder de rechtszaak tot in de eeuwigheid in het ongewisse gelaten over de juiste informatie’? Dat had theoretisch gekund. Hoe erg zou dat zijn geweest? Niet erg, de Tweede Kamer heeft immers helemaal geen maatregelen genomen op basis van onjuiste informatie! Maar voor de Kamerleden geldt niet de praktische gevolgen, maar het principe!

Waarom is de motie van wantrouwen tegen alleen Plasterk vreemd?

De motie van wantrouwen is uiteindelijk gebaseerd op het niet informeren van de Kamer direct na 22 november. Het niet informeren van de Kamer over de kennis van 22 november is geen Plasterk beleid geweest, maar op z’n minst Hennis en Plasterk beleid, maar eigenlijk kabinetsbeleid. De motie van wantrouwen had dus nooit tegen Ronald Plasterk gericht mogen worden, maar had tegen Plasterk en Hennis gericht moeten worden of tegen het hele kabinet. Maar de meeste oppositiepartijen willen niet dat het kabinet zou aftreden. Een minister aanpakken zo vlak voor de verkiezingen is echter wel lucratief!

Michiel Verbeek, 15 februari 2014

Terug naar top