Het boek Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding van Micha de Winter is verplichte kost voor docenten en mensen die betrokken zijn bij het Centrum Jeugd en Gezin (CJG). Voor anderen is het een aanrader. De subtitel van het boek is: Vanachter de voordeur naar democratie en verbinding’. Het is een inspirerend boek en het biedt hoop. De Winter breekt een lans voor het ombuigen van het jeugdbeleid met een focus op gedragsregulering en een individueel-psychologische benadering naar jeugdbeleid met een focus op omgevingsfactoren waarin jongeren leven en de opbouw van een pedagogische civil society. Aan de hand van mijn kantlijn aantekeningen probeer ik een schets te geven van de inhoud van het boek.
De beperking van de supernanny
Er is veel aandacht voor opvoeding op de televisie. De supernanny is erg populair. De programma’s zijn gericht op gedragstherapie. Een succesvolle opvoeding wordt gelijkgesteld aan gedragsregulering. Deze aanpak ontkent de vele aspecten aan opvoeden. Opvoeden is veel meer dan gedragsregulering. Het gaat om: de vorming van de persoonlijkheid, het ontdekken van een identiteit en de zin van het bestaan.
Contracten
Er is veel aandacht voor het sluiten van contracten tussen scholen, kinderen en ouders, maar men vergeet zo snel dat er voorafgaand aan de contracten goede gesprekken gevoerd moeten worden en dat in de afspraken de wederkerigheid een plaats krijgt. De Winter haalt onderzoek aan over de controles op een school tegen drugs. Niemand wil drugs op school, maar de controles aan de poort blijken een symptoom te zijn van georganiseerd wantrouwen. Een oplossing die uiteindelijk niet het gewenste gevolg zal hebben.
De verwildering van de jeugd
M.J. Langeveld over jongeren: ‘Men loeit, men brult, men kletst als eindeloos geleuter, men gilt, men tiert, men jengelt en zeurt. En er is sprake van een dreigende verloedering van de seksuele moraal’. Kan zo maar over deze tijd gaan. Het stond echter in het rapport ‘Maatschappelijke verwildering van de jeugd’ uit 1952! Na ruim 50 jaar zijn er nog vergelijkbare zorgen.
Noodzaak van combinatieaanpak
Optreden waar en wanneer dat nodig is, maar daarnaast inzetten op een constructiever repertoire omdat repressie zonder perspectief niet werkt. In het huidige jeugd- en gezinsbeleid is sterkt gericht op het verbeteren van vroege signalering, verwijzing en het behandelen van risicokinderen en risicogezinnen. De Winter pleit voor meer aandacht voor buurtfactoren, zoals sociaal-economische achterstand, het aantal migranten in een buurt, een grote doorstroom van bewoners, een gebrek aan onderlinge solidariteit en vertrouwen en een gebrek aan sociale controle. Dit zijn namelijk krachtige voorspellers voor problemen!__ Naast de individueel-psychologische benadering aandacht voor de sociale context. Want slechte omgevingen creëren slecht gedrag. De binding met de samenleving moet daarvoor worden versterkt.
Publieke familiariteit
Een tekort aan sociale binding is een risicofactor voor verwaarlozing en kindermishandeling. Publieke familiariteit is de remedie tegen anonimiteit en isolement. Als mensen elkaar in de dagelijkse leefomgeving herhaaldelijk ontmoeten dan leidt dat tot herkenning en minder anonimiteit. In de huidige tijd zijn er steeds minder mogelijkheden voor de herhaalde ontmoeting. Meer ontmoeting en verbinding helpen aan de versterking van de pedagogische infrastructuur.
Private worry moet public issue worden.
Kinderen worden vaak gezien al een privé probleem, terwijl het eigenlijk een publiek onderwerp zou moeten zijn. Opvoeders hebben het niet makkelijk. Er is sprake van een toenemende angstcultuur waarbinnen kinderen opgevoed worden. Het gekke is dat die angst meer te maken heeft met de obsessie van de moderne mens dan met eigen angstaanjagende ervaringen. Er kan veel misgaan in de opvoeding. Er worden een negental risicofactoren opgesomd uit onderzoek van D. Farrington.
Bonding en bridging
Opvoeding en ontwikkeling van kinderen zijn gebaat bij stevige netwerken. ‘Bonding social capaital’ heeft te maken met de netwerken van ‘ons soort mensen’. ‘Bridging social capital’ heeft te maken met netwerken met ‘anderen’. Er zijn bouwstenen voor een gezonde ontwikkeling te onderscheiden. Dit worden de zogenaamde ‘development assets’ genoemd. Het gaat om ‘sociale steun uit het gezin’, de buurt en school, een omgeving die jeugd waardeert en ruimte geeft, duidelijke grenzen en hoge verwachtingen, verantwoorde vrijetijdsbesteding, motivatie om te leren, positieve waarden, sociale vaardigheden en een positieve identiteit.
Democrats are made, not born
Het belang van democratische waarden zal aangeleerd moeten worden. Als burgers ongeïnteresseerd zijn in de democratie dan houden democratische structuren en regels uiteindelijk geen stand. Elke democratische rechtstaat wordt ernstig verzwakt als hij onderbenut blijft. Opvoeding en onderwijs moeten dat voorkomen!
Haat en het tegenwicht
Haat is intense vijandigheid ten opzichte van anderen. Het heeft te maken met ontkenning van intimiteit, passie en betrokkenheid. Haat is een attitude die iemand ontwikkelt ten opzichte van een persoon die hij verantwoordelijk acht voor daden die hem of zijn naasten benadelen. In het boek wordt ruim aandacht besteed aan dehumanisering en uitsluiting. De Winter pleit ervoor om aandacht te besteden in het onderwijs en de opvoeding aan de ontwikkeling van haat. Om tegenwicht te kunnen bieden aan processen die kwaad faciliteren. Remedies tegen het kwaad zijn: het vermogen tot kritisch zelfonderzoek, jezelf te zien als menselijk wezen dat per definitie in relatie staat tot anderen en het vermogen om je te verplaatsen in een ander (empathie). De psychische eigenschap die destructieve werking van kwaad en haat kan weerstaan is: autonomie. Daarnaast pleit De Winter voor vredeseducatie, zoals bijvoorbeeld verwoord in een recent Unicef-document.
Kritisch idealisme
Democratische burgerschapsvorming wordt bevorderd met ‘kritisch idealisme’. Dat betekent aandacht in het onderwijs voor: kennis, respect, alternatieve gezichtspunten kunnen afwegen, twijfel kunnen aanvaarden en kritische lichtheid (accepteren dat met idealen en dragers de draak kan worden gestoken). Jongeren moeten van jongs af aan leren dat er tussen mensen grote verschillen bestaan, maar dat die verschillen altijd ondergeschikt zijn aan een gemeenschappelijke basis van ‘rights, repect and responsibilities’. Om kinderen op te voeden tegen het kwaad hebben ze gereedschap nodig. Daarvoor moet ruimte gegeven worden aan eigen verhalen, perspectieven, emoties en idealen van de jeugd. Hetgeen geleerd moet worden moet in een veilige omgeving worden overgedragen. Dat betekent een verbinding maken met dagelijkse ervaringen en ruimte bieden aan tegenstellingen en handelingsmogelijkheden. En dat is iets fundamenteel anders dan het gebruiken van kinderen als een instrument! Ze worden bejegend als kritische, democratische burgers in ontwikkeling, die zelf een bijdrage leveren aan het oplossen van vraagstukken die voor hen leven en belangrijk zijn.
20 maart 2011
Michiel Verbeek


