Sociale wijkteamleden moeten zich bekwamen in liefdevolle verwaarlozing en gemeenten moeten meer risico’s durven te nemen bij burgerinitiatieven.
Op vrijdag 6 maart 2015 heb ik op het symposium ‘Informele Zorg’ georganiseerd door de provincie Groningen, een reactie gegeven op een kort gefilmd interview met Imrat Verhoeven, universitair docent Bestuur en Beleid aan de Universiteit van Amsterdam.
De zorgkring
De focus op het individu is een belangrijke omslag. Een hulpvrager wordt niet benaderd met een lijstje producten en een afvinklijst, maar er wordt gekeken naar de precieze vraag en de vraag achter de vraag. Die moet opgehelderd worden door een goed gesprek en een blik op het hele systeem van de hulpvrager. Leden van een sociaal wijkteam gaan op zoek naar wat de hulpvrager zelf kan, zelf kan leren of zelf kan betalen en wat het directe netwerk kan bijdragen. Indien er geen netwerk in de buurt is, wordt er een poging ondernomen om een netwerk rondom de hulpvrager te bouwen. De kans op een duurzame oplossing is dan zoveel meer kansrijk! Imrat Verhoeven is bang dat gemeenten teveel verwachten van mensen zelf en van de mantelzorgers rondom de hulpvrager. Daarom pleit Verhoeven voor democratische professionals. Als het netwerk er niet is zal het worden gevonden bij professionals of vrijwilligers of nog mooier in de combinatie in een soort zorgkring rondom de hulpvrager.
--afbeelding verwijderd--
Liefdevolle verwaarlozing
--afbeelding verwijderd--
Imrat Verhoeven vraagt om liefdevolle verwaarlozing. Wijkteamleden moeten aandacht hebben voor hulpvragers en ze met empathie benaderen (het liefdevolle deel), maar ze moeten ook op tijd kunnen loslaten (het verwaarlozingsdeel). Maar Verhoeven voegt er een derde element aan toe: verbinding houden. It takes two to tango en de dans moet doorgaan! Dat betekent bijhouden wat er gebeurt is en na enige tijd even weer kijken hoe het gaat! Hulpvragers in beeld houden!
--afbeelding verwijderd--
Verschillende mensen, verschillend behandelen
In de nieuwe tijd van welzijn en zorg zullen we vanuit gemeenten hulpvragers verschillend gaan behandelen. Ook als is de vraag gelijk of vergelijkbaar. Dat is voor velen wennen! Wat voor de een wenselijk is, kan voor de andere helemaal niet goed zijn.
Welk risico mag de burger lopen?
Gemeenten zijn dol op burgerinitiatieven. Enerzijds omdat het financieel gunstig kan zijn en anderzijds omdat het bijdraagt aan de sociale cohesie van de lokale samenleving. Maar welk risico mag de burger lopen bij nieuwe initiatieven? Er mag geen zacht gekookt eitje geserveerd worden in een verzorgingshuis, omdat de kans op salmonella te hoog is. Als burgers een buurtkamerproject willen starten voor de opvang van ouderen moet vaak aan allerlei voorschriften worden voldaan. Bij gastouderprojecten voor de opvang van meerdere kinderen moet niet zelden eerst het huis worden verbouwd. In Haren is een prachtig initiatief voor ouderenvervoer. Van deur tot deur, precies wat ouderen graag willen. Ze hebben zelf auto’s gekocht. De administratie gebeurt in een schrift en de planning van de vrijwillige chauffeurs gaat via een dagelijks A4-tje dat thuis wordt bezorgd. Nu er ook steeds meer Wmo aanvragen komen voor ouderenvervoer, loopt het de organisatie over de voeten. Ze hebben een extra auto nodig en er moet één en ander iets professioneler worden georganiseerd. De gemeente ondersteunt dit prachtige initiatief sinds kort met een financiële bijdrage. Maar dan moet er verantwoording worden afgelegd. Er worden eisen gesteld aan de boekhouding enz. Als de overheid meedoet, dan komen er ook andere kaders. Wat we als overheid de komende tijd moeten leren is om burgerinitiatieven niet kapot te reguleren. Maar daarvoor moeten we ook meer risico’s aanvaarden. We moeten als overheid aansluiten bij de cultuur en de organisatie van burgers. We moeten minder regels opleggen en meer vertrouwen geven. En accepteren dat er ook iets fout kan gaan!
--afbeelding verwijderd--
Michiel Verbeek, 7 maart 2015


