Skip to main content Skip to footer

Juni: De maand waarin de ruimte kleiner werd

Er zijn maanden waarin het nieuws alle kanten op lijkt te waaieren. Juni 2026 was zo’n maand. Venezuela werd getroffen door zware aardbevingen. In Nederland laaide het stikstofconflict weer op. Jongvolwassenen kwamen financieel verder klem te zitten. Oekraïners in Nederland bleken steeds vaker te kampen met angst en depressie. Uit Gaza bleven beelden verschijnen die je verdrietig stemmen, maar ook heel kwaad. Waar blijft de wederopbouw van Gaza? In Loosdrecht zakte het protest tegen de komst van asielzoekers weliswaar weg, maar bleef het wantrouwen hangen. En ergens in Rome zwom Marrit Steenbergen een wereldrecord, alsof het lichaam soms toch nog kan ontsnappen aan alles wat het jarenlang heeft tegengehouden.

 

Hoeveel kan een samenleving dragen?

Op het eerste gezicht is het een chaotische verzameling berichten. Maar wie langer kijkt, ziet een patroon. Juni was de maand van de krimpende ruimte. Niet alleen de ruimte in letterlijke zin, al was die overal aanwezig: landbouwgrond die schaars en duur is, bufferzones rond kwetsbare natuur, studenten die bij hun ouders blijven wonen, kinderen die te weinig buiten spelen, een stad als Hamburg die tussen havenindustrie en klimaatneutraliteit moet manoeuvreren. Maar ook de ruimte in overdrachtelijke zin werd kleiner. De financiële ruimte van huishoudens. De mentale ruimte van vluchtelingen. De politieke ruimte om kritiek te leveren. De morele ruimte om vreemdelingen nog vanzelfsprekend bescherming te bieden. De juridische ruimte van boeren, bedrijven, kinderen zonder passend onderwijs en asielzoekers die jarenlang wachten op een besluit.

Het is verleidelijk om al die onderwerpen afzonderlijk te bekijken. Stikstof is stikstof, asiel is asiel, onderwijs is onderwijs, geopolitiek is geopolitiek. Maar dat is precies de fout die onze tijd zo vaak maakt: we knippen de werkelijkheid in dossiers, totdat we niet meer zien dat dezelfde vraag steeds terugkeert. Hoeveel kan een samenleving dragen voordat zij gaat duwen, afschuiven, vernauwen?

Neem de landbouw. De nieuwe stikstofplannen van minister Jaimi van Essen raken vooral intensieve boeren die te veel dieren houden voor de hoeveelheid grond die zij hebben. Het technische antwoord is helder: meer grond of minder koeien. Maar in dat simpele zinnetje zit de tragedie van een heel systeem. Meer grond is nauwelijks beschikbaar en onbetaalbaar. Minder koeien betekent minder productie, minder omzet, misschien het einde van een bedrijf dat generaties lang heeft bestaan. De natuur heeft ruimte nodig, maar de boer ook. Het landschap is niet elastisch. Decennialang is gedaan alsof intensivering, schaalvergroting en milieugrenzen eindeloos verenigbaar waren. Nu blijkt dat de optelsom niet meer past.

 

MOB duwt terug, met succes

Hetzelfde geldt voor de suikerfabriek in Dinteloord, die haar ammoniakuitstoot drastisch gaat terugbrengen. Dat is hoopgevend: een concreet bedrijf dat een concreet probleem oplost. Het bedrijf heeft dit afgesproken met Mobilisation for the Environment (MOB) van Johan Vollenbroek. Wat vroeger als onvermijdelijke bijwerking van productie gold, wordt nu een grens. Uitstoot is niet langer iets dat verdwijnt in de lucht. Zij komt ergens neer. Zij beschadigt iets of iemand. Zij vraagt ruimte die er niet meer is.

 

Er is ook sociaal ruimtegebrek

Het ruimteprobleem is niet alleen ecologisch. Zij is ook sociaal. Het Nibud meldde dat steeds meer huishoudens moeilijk rondkomen, met jongvolwassenen als opvallend kwetsbare groep. Dat past bij het bericht over jongeren met betalingsachterstanden, ongeopende brieven, schaamte en schulden. De taal van de economie doet vaak alsof geldproblemen vooral gaan over gedrag: beter plannen, minder uitgeven, hulp zoeken. Maar wie leest hoeveel vaste lasten stijgen en hoe weinig buffers veel mensen hebben, ziet dat ook hier de speelruimte verdwijnt. Eén tegenvaller, één rekening, één fout besluit, en het systeem klapt dicht.

Voor studenten is de ruimte letterlijk een kamer. Meer dan de helft woont nog thuis. In het collegejaar 2024-2025 woonde 56 procent bij de ouders, tegen 48 procent een decennium eerder. Daar zat logica in, 'uit' wonen werd duur. De basisbeurs was afgeschaft en voor hun studie moesten ze lenen. Nu is uit huis gaan voor velen weer te duur. Misschien komt er de komende tijd verandering in nu pensioenfondsen en beleggers fors investeren in studentenwoningen, de basisbeurs terug is en de mogelijkheid van huurtoeslag. Toch blijft de onderliggende vraag ongemakkelijk. Waarom is zelfstandig beginnen aan een leven afhankelijk geworden van financiële constructies, toeslagen, studio’s met precies de juiste juridische status en beleggers die rendement zien in studentenkamers?

Ook kinderen komen in juni terug als graadmeter van de krimpende ruimte. Meer dan de helft van de Nederlandse jongeren is inmiddels bijziend of dreigt dat te worden. De oplossing klinkt bijna ouderwets: laat kinderen meer buiten spelen. Twee uur per dag buitenlicht kan veel verschil maken. Maar juist dat simpele advies laat zien hoeveel vanzelfsprekendheden verdwenen zijn. Buiten spelen moet georganiseerd worden, misschien zelfs via school, omdat de wereld van kinderen is volgelopen met schermen, toetsen, roosters, verkeer, angst en prestatiedruk.

 

Niet passen in het systeem en kennis verpakt in mist.

Het examen natuurkunde was zo moeilijk en onduidelijk dat de normering uitzonderlijk mild moest worden om op een gemiddelde te komen van 5,5. De vraag is dan niet alleen of het examen te zwaar was. De vraag is wat we eigenlijk meten wanneer zelfs een docent de vraag vijf keer moest lezen en nog niet zeker wist wat er werd bedoeld. Kennis krijgt minder ruimte wanneer zij verpakt wordt in mist. Een leerling kan natuurkunde begrijpen en toch struikelen over een examen dat vooral toetst of je door de formuleringen heen kunt breken. Dat is toch absurd! Nog schrijnender is de rechtszaak van Oudervereniging Balans tegen de staat. Daarin gaat het om kinderen die niet in het onderwijssysteem passen. De kernzin is vernietigend eenvoudig: je krijgt alleen onderwijs als je in het systeem past. Dat is de omkering van wat onderwijs zou moeten zijn. Niet het kind moet precies passen in het lokaal, het rooster, het protocol en het gemiddelde; het systeem moet ruimte maken voor verschillende kinderen. Waar dat niet gebeurt, wordt leerplicht een plicht zonder recht.

 

Vrijheid verdwijnt niet in één klap, zij krimpt

Dezelfde vernauwing zie je bij asiel. In Loosdrecht zijn de heftigste protesten voorbij, maar voor de bewoners van de noodopvang is de vijandigheid niet weg. Een man loopt mank over straat en krijgt vanuit een auto “AZC weg ermee” toegeroepen. Zo ziet krimpende morele ruimte eruit: niet als beleidsnota, maar als een vuist uit een autoraam. Een buurtwacht die asielzoekers in de gaten houdt. Een dorp dat zegt rust te willen, maar die rust mede bewaakt door anderen onrust te bezorgen.

Daartegenover stonden in juni ook teksten die terugduwen. Jurrien Hamer schreef in Trouw over asielpaniek en zondebokpolitiek: Nederland gaat niet ten onder aan vluchtelingen, maar aan de manier waarop angstbeelden de feiten verdringen. En dat de bescherming van vreemdelingen geldt als een bevestiging van de politieke en morele identiteit van een vrije en rechtvaardige samenleving. Dat is geen sentimenteel humanisme. Het is politieke zelfkennis. Wie vreemdelingen niet meer verdedigt, verdedigt uiteindelijk ook de eigen rechtsstaat niet meer.

De Russisch-Amerikaanse schrijver en journalist Masha Gessen gebruikte een beeld dat boven de hele maand hangt: als dictators, haatzaaiers en charlatans op de muren duwen, wordt de ruimte kleiner. Eerst denk je dat het wel meevalt. Dan merk je dat je voorzichtiger praat. Dan dat je niet meer hand in hand over straat loopt. Dan dat kritiek gevaarlijk wordt. Vrijheid verdwijnt zelden in één klap. Zij krimpt. En wie wacht tot het moment waarop iedereen het ziet, is meestal te laat.

 

Gavin Newsom en het WK

President Trump heeft de opsporingsdiensten achter de Democratische gouverneur van Californië gestuurd. Als politieke tegenstanders het gevoel krijgen dat opsporingsdiensten tegen hen worden ingezet, verschuift de democratie van strijd om ideeën naar strijd om intimidatie. Dat maakt het bericht over Gavin Newsom in de Verenigde Staten zo onheilspellend. Ook het WK voetbal, dat overschaduwd werd door discriminerend grensbeleid van de Verenigde Staten, past in dat beeld. ‘Iedereen is welkom’ bleek een loze belofte zodra paspoorten, afkomst en geopolitieke verdenking aan de grens zwaarder wogen dan de universele taal van sport.

Internationaal werd de ruimte eveneens smaller en grilliger. De oorlog in Oekraïne duurt inmiddels langer dan de Eerste Wereldoorlog. Veel Oekraïners in Nederland verwachten niet snel terug te kunnen. Steeds meer willen blijven, maar tegelijk hebben velen weinig contact met Nederlanders en kampen zij met psychische klachten. Tijdelijke opvang wordt zo een langdurig tussenbestaan. Niet thuis, nog niet helemaal hier, wachtend in een samenleving die zelf ook niet goed weet hoeveel ruimte zij wil maken.

Ook de spanningen tussen Polen en Oekraïne laten zien hoe het verleden de ruimte van het heden kan verkleinen. Oude trauma’s uit de Tweede Wereldoorlog keren terug in hedendaagse diplomatie. Terwijl Rusland profiteert van verdeeldheid, raken bondgenoten verstrikt in herinneringen aan bloed, schuld en erkenning. Geschiedenis verdwijnt niet, zij kan zo weer opspelen!

Soms gaat ruimte over infrastructuur en wereldhandel. De Straat van Hormuz ging na een bestand weer open en meteen daalden de olieprijzen. Eén nauwe doorgang, tientallen schepen, een wereldeconomie die ademhaalt door geopolitieke kieren. Het is een herinnering dat globalisering geen open handelsruimte is, maar een reeks fysieke passages die kunnen openen en sluiten.

En dan is er technologie. General Intuition haalde honderden miljoenen dollars op voor AI die leert van miljarden videofragmenten van gamers. De belofte is ‘fysieke AI’, wereldmodellen, machines die ruimte, tijd en handeling leren begrijpen. Singapore behandelt AI-vaardigheid intussen als publieke voorziening, bijna zoals onderwijs of bibliotheek. Dat is een fascinerend contrast. In het ene bericht wordt  AI gevreesd als allesoverheersende technologie. In het andere is AI iets waarvoor burgers scholing moeten krijgen, zodat technologie niet alleen over hen heen komt, maar ook door hen gebruikt kan worden. Daar zit misschien de keuze van deze tijd. Technologie kan de ruimte vergroten, maar ook verkleinen. Zij kan mensen toerusten of overbodig maken, publieke macht versterken of private concentratie vergroten. De vraag is niet of AI komt. De vraag is wie er handelingsruimte door krijgt.

 

Marrit Steenbergen zwemt een wereldrecord

Tegenover al die krimp stond in juni één wonderlijk licht beeld: Marrit Steenbergen die in Rome het wereldrecord op de 100 meter vrije slag verbreekt. Ooit was zij het wonderkind dat te vroeg leek opgebrand. En jaren later zwom zij sneller dan iedereen op haar favoriete afstand. Dat verhaal is meer dan sport. Het is een correctie op de harde logica van systemen die mensen te snel afschrijven. Soms blijkt er toch nog ruimte in een lichaam. Soms is een terugval geen einde maar een lange omweg.

 

De hoopvolle onderstroom

Misschien is dat de hoopvolle onderstroom van juni 2026. Niet dat de problemen klein zijn. Integendeel. De maand liet vooral zien hoeveel systemen tegen hun grenzen aanlopen: landbouw, onderwijs, zorg, migratie, wonen, democratie, klimaat, geopolitiek, persoonlijke financiën. Maar zij liet ook zien dat ruimte geen natuurverschijnsel is. Ruimte wordt gemaakt of afgenomen. Door beleid. Door taal. Door normen. Door investeringen. Door bescherming. Door de keuze om niet mee te gaan in paniek. Wie zegt dat er geen ruimte is, bedoelt vaak: wij hebben haar al verdeeld. Wie zegt dat de muren dichterbij komen, moet dus niet alleen beschrijven hoe benauwd het wordt. Hij moet ook vragen wie er duwt, wie er profiteert, wie er wordt klemgezet en wie nog de macht heeft om terug te duwen. 

De maand eindigde met de veel te vroege uitschakeling van Oranje op het WK voetbal. De ruimte was volgens coach Ronald Koeman te smal geworden voor verfrissend aanvallend voetbal volgens de Hollandse school. Moge de nieuwe coach daar heel anders over denken. 

Juni 2026 was de maand waarin de ruimte kleiner werd. De opdracht voor daarna is even eenvoudig als moeilijk: haar opnieuw groter maken.

 

Michiel Verbeek

Cookiemelding

We gebruiken functionele cookies om ervoor te zorgen dat onze websites goed werken en veilige analytische cookies om je de best mogelijke gebruikerservaring te bieden.

Als u op 'Akkoord' klikt, stemt u in met het plaatsen van alle cookies.