Een minderheidskabinet hoeft niet te kiezen voor links of rechts

Minister-president Rob Jetten bedankte de Kamer voor een constructief debat. Hij was blij dat er ook weer eens gelachen kon worden. Maar zijn we met de Algemene Politieke Beschouwingen werkelijk iets opgeschoten?

De uitgangspositie van het kabinet is eigenlijk heel overzichtelijk. Bij de verkiezingen van 2025 behaalden D66, VVD en CDA samen 66 zetels. In de Eerste Kamer beschikken deze partijen over slechts 22 zetels. Daarom lag een brede coalitie met Pro – toen nog GroenLinks-PvdA – voor de hand. Met de twintig zetels van Pro zou zo’n coalitie in de Tweede Kamer een ruime meerderheid van 86 zetels hebben gehad. Ook in de Eerste Kamer zou er met 36 zetels een, zij het krappe, meerderheid zijn geweest.

Die coalitie kwam er niet, omdat de VVD niet met Pro wilde regeren. De liberalen meenden tijdens de verkiezingscampagne een fors verlies op het laatste moment te hebben afgewend door zich scherp tegen Pro af te zetten. Na zo’n campagne alsnog samen in een kabinet stappen, zou volgens de VVD tot gezichtsverlies leiden.

Een andere meerderheidscoalitie stuitte vooral op verzet van D66, omdat daarvoor te veel rechtse partijen nodig zouden zijn. Voor D66 en CDA kwam toen een minderheidskabinet in beeld. De VVD stond daarvoor open, maar Pro zei hard ‘nee’. De partij hoopte daarmee de VVD alsnog over de streep te trekken voor een meerderheidscoalitie. Dat lukte niet. Zo bleef een minderheidskabinet van D66, VVD en CDA over.

Een goede onderhandelingspositie, maar wat is die waard?

De VVD deed goede zaken tijdens de coalitieonderhandelingen. Maar wat zijn die afspraken waard als voor ieder belangrijk voorstel meerderheden in de Tweede én Eerste Kamer moeten worden gezocht? In aanloop naar de Algemene Politieke Beschouwingen probeerden oppositiepartijen het kabinet tot een keuze te dwingen: zoek structureel steun over links of over rechts. De route over links leek getalsmatig eenvoudig: sluit een akkoord met Pro. Een meerderheid over rechts is veel ingewikkelder. In de Tweede Kamer presenteerden JA21 en SGP zich als mogelijke partners, maar voor een meerderheid in de Eerste Kamer is ook de BBB nodig. 

Het is opmerkelijk dat de keuze tussen links en rechts zo lang boven de markt bleef hangen. De rechtse route is namelijk nauwelijks begaanbaar. JA21, SGP en BBB willen ingrijpende wijzigingen in het stikstofbeleid, terwijl Pro al steun heeft toegezegd aan het voorliggende stikstofplan, mits dat niet verder wordt afgezwakt. De rechtse partijen willen bovendien het klimaatbeleid ingrijpend versoberen en het belastingplan veranderen. Daarmee zouden D66 en CDA grote delen van hun eigen beleid moeten inleveren.

Ook de route over links kent nog een belangrijk obstakel. Pro wil, net als de vakbonden, dat alle bezuinigingen op de sociale zekerheid van tafel gaan. Het kabinet heeft een deel daarvan inmiddels geschrapt, maar heeft nog altijd 3,5 miljard euro aan bezuinigingen ingeboekt. Jetten probeerde Pro naar de onderhandelingstafel te lokken door die bezuiniging een jaar uit te stellen. Zijn boodschap was: laten we samen praten over verbetering van de arbeidsongeschiktheidsregelingen. Dat deze regelingen eenvoudiger, eerlijker en beter moeten, erkennen vrijwel alle partijen. Jetten noemde het uitstel dan ook een uitgestoken hand. Maar een uitgestoken hand heeft weinig betekenis als de andere partij die niet als zodanig ervaart. Waarschijnlijk had Jetten binnen het kabinet nog niet voldoende steun van de VVD om de laatste stap te zetten en de resterende bezuinigingen helemaal te schrappen. De VVD blijft immers hopen op samenwerking met rechts.

Een minderheidskabinet hoeft niet vooraf te kiezen

De voortdurende oproep aan het kabinet om te kiezen tussen links en rechts laat vooral zien hoe onwennig Nederland nog altijd omgaat met een minderheidskabinet. Een vaste keuze zou in de praktijk neerkomen op een gedoogakkoord met links óf rechts. Daarmee verdwijnt juist het bijzondere karakter van een minderheidskabinet.

Het kabinet behoort plannen te maken en die aan de Kamer voor te leggen. Vervolgens bespreken Tweede en Eerste Kamer die voorstellen en kunnen partijen met amendementen en moties veranderingen afdwingen. In een volwassen democratisch proces gebeurt dat zo veel mogelijk in het openbaar, in het parlement, en niet vooraf in een achterkamer.

VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans leek dat uiteindelijk te beseffen. Ook JA21-voorman Joost Eerdmans kwam later in het debat tot de conclusie dat, wanneer een grote politieke overeenkomst niet mogelijk is, per begroting en per wetsvoorstel moet worden bekeken of een partij voor of tegen stemt. Dat is geen zwakte van een minderheidskabinet, maar de essentie ervan. Brekelmans voelde waarschijnlijk ook aan dat zijn voorkeursroute over rechts vrijwel onbegaanbaar was geworden. Zeker nadat de BBB een motie van wantrouwen van de PVV tegen het kabinet steunde, kon de deur richting structurele samenwerking met BBB verder dicht. Daarmee raakte een vaste meerderheid over rechts nog verder uit beeld.

Pro kan rustig afwachten

Pro hoeft ondertussen weinig te doen. De partij kan rustig afwachten tot het kabinet alsnog aan haar belangrijkste eis tegemoetkomt: alle resterende bezuinigingen op de sociale zekerheid schrappen. Dat is vermoedelijk ook wat D66 en CDA uiteindelijk willen. Als de VVD blijft dwarsliggen, kan het kabinet het huidige belastingplan en vervolgens de afzonderlijke begrotingen gewoon aan de Kamer voorleggen. Dan zal per voorstel moeten blijken welke meerderheden mogelijk zijn. Komen die meerderheden er niet, dan blijven bestaande begrotingskaders voorlopig het uitgangspunt of kan de VVD besluiten uit de coalitie te stappen.

Het ligt niet voor de hand dat Pro vervolgens de plaats van de VVD in het kabinet overneemt. In dat geval resteren uiteindelijk nieuwe verkiezingen – iets waarop op dit moment waarschijnlijk alleen de PVV zit te wachten.

Mochten er toch vervroegde verkiezingen komen, dan hoop ik dat wij als kiezers niet opnieuw uitsluitend uit losse partijen hoeven te kiezen. In een steeds verder versnipperend politiek landschap zouden partijen vóór de verkiezingen duidelijk moeten maken met wie zij willen samenwerken en met welk gezamenlijk programma zij het land willen besturen. Zo’n blok zou bovendien kunnen afspreken alleen regeringsverantwoordelijkheid te nemen wanneer het samen een meerderheid behaalt.

Misschien is dat uiteindelijk de enige manier om in het huidige politieke landschap weer tot een stabiele en herkenbare regering te komen.


Michiel Verbeek, 18 september 2026





Terug naar top