Op vrijdag 27 november 2009 was ik aanwezig op een studiedag over het Centrum Jeugd en Gezin voor professionals in de regio Rivierenland.
De dag werd geopend met een lezing van professor Mischa de Winter. Na de lezing van Mischa de Winter heb ik kunnen laten zien wat voor digitaal CJG loket Biblionet ID gaat maken voor de 9 gemeenten in regio Rivierenland (Tiel, Maasdriel, Neerijnen, Culemborg, Zaltbommel, Lingewaal, Buren, Neder-Betuwe en Geldermalsen).
Mischa de Winter is lid van de Raad van Maatschappelijke Ontwikkeling en hoogleraar pedagogiek op de Universiteit van Utrecht. De Winter hield een warm en overtuigend pleidooi voor de kanteling van het kijken naar alleen gedragkenmerken van jongeren waar het niet goed mee gaat naar investeren in de sociale gemeenschap. Om de huidige situatie goed te kunnen begrijpen en een perspectief voor de toekomst te kunnen schetsen is het altijd goed om terug te kijken. De laatste zin van het boek over ‘De jeugd in de loop der jaren’ van zijn promotor, Harrie Peters luidde: Geen jeugd is kennelijk zo verdorven als de laatste. De schets door het verleden laat zien dat er altijd geklaagd werd over de ‘jeugd van tegenwoordig’. In de terugblik haalde de Winter graag Lea Dasberg aan met haar pedagogiek van de hoop. Als je geen licht in de tunnel ziet dan is het lastig om je in te zetten! En zo is het. Als kinderen geen perspectief zien dan is de kans op afglijden zeer groot. In de afgelopen jaren is er sprake geweest van een overdiagnosticering. Het aantal gevallen van ADHD en het aantal kinderen met een ‘rugzakje’ is in de afgelopen 10 jaar meer dan verdubbeld. Er is sterke neiging om problemen zoveel mogelijk in te kaderen. Om vervolgens heel eenzijdig dat probleem aan te pakken. Er is weinig aandacht voor preventie. Er is weinig aandacht sociale constructen! Die tendens wil de Winter ombuigen door meer aandacht te vragen voor sociale verbondenheid, voor preventie, voor de context waarbinnen de problemen van kinderen en jongeren zich laten zien.
Hardwired to connect
Het pleidooi van Mischa de Winter om te investeren in preventie en sociale verbondenheid is mede gebaseerd op het rapport ‘ Hardwired to connect’ (klik op de titel om de samenvatting van het rapport te lezen). Het is een studie naar autoritatieve gemeenschappen. In de Verenigde Staten werd het rapport vergezeld door recensies met titels als: ‘A major report’, ‘A real wake-up call for America’s parents’ en ‘A stunning must-read report’.
Kinderen zijn fysiek en mentaal uitgerust om verbindingen aan te gaan. Maar de behoefte aan verbindingen wordt niet goed gefaciliteerd is de huidige structuur. De huidige structuur is meer gericht op ‘ontbinding’ dan op ‘verbinding’. Onze denkmodellen zijn farmacologische denkmodellen. Er is iets fout gegaan en daar gaan we een oplossing voor zoeken en vinden. Er is veel aandacht voor problemen en te weinig voor preventie. De medische problematiek slorpt alle aandacht op.
Het rapport ‘Hardwired to connect’ is opgesteld door 33 dokters en wetenschappers onder leiding van Dr. Kathleen Kovner Kline van de Dartmouth Medical School. De belangrijkste uitkomst is dat kinderen ‘autoritatieve groepen’ nodig hebben om evenwichtig te kunnen opgroeien. Het zijn groepen die kinderen ‘voorleven’ in het aangaan van sociale verbindingen. Zij geven een model door van wat het betekent om een goed mens te zijn en wat een goed leven is. De autoritatieve groepen hebben hoge verwachtingen van kinderen, maar stellen ook grenzen. Ze zijn multigenerationeel. Het zijn vooral geen specialisten. Er worden gedeelde waarden doorgegeven. Het geeft kinderen een gevoel van ‘erbij horen’. De groep is warm en biedt ondersteuning. De autoritatieve groep kan in de familie vorm krijgen, maar ook op school, op de sportvereniging, in de buurt, in de buurtvereniging enz.
Sociale verbondenheid in Nederland
Als Mischa de Winter een schets geeft van Nederland zet hij het huidige jeugdbeleid tegenover het alternatief. Het huidige jeugdbeleid in Nederland wordt gekenmerkt door:
- Het ‘at risk model’ (organisatie rondom problemen en stoornissen)
- Nadruk op individu en gezin.
- Nadruk op repressie.
- Nadruk op zorg.
- Evidence-based oplossingen.
- Weinig aandacht voor de sociale context.
- Veel probleembestrijding.
Het alternatief kent de volgende kenmerken:
- Ecologisch model (een contextueel model met aandacht voor de sociale structuur).
- Aandacht voor de Civil Society (het maatschappelijk middenveld ten opzichte van de staat en de markt).
- Positief jeugdbeleid (zoals van Lea Dasberg).
- Combinatieaanpak.
- Autoritatief.
- Er is meer dan effectiviteit (In Nederland is iedereen in de ban van Triple P., omdat het evidence-based is, althans in Canada. Er is meer dan alleen Triple P. en bepaalde aanpakken kunnen voor de ene groep wel nuttig zijn en voor de ander niet)
- Inclusief burgerschap. De inclusiviteit is een bouwsteen van de redelijkheid en rechtvaardigheid en heeft te maken met het overzien van consequenties voor anderen of andere beleidsterreinen. Inclusief denken gaat ervan uit dat welzijn niet verkregen kan worden ten koste van iets of iemand anders of zonder iemand anders, maar alleen verkregen kan worden door ook andermans welzijn te bevorderen.
**Hongaarse zwembadmodel
** In het kader van het versterken van het ‘sociale kapitaal’ vertelde de Winter over de fietstocht voor ouders van een kinderdagverblijf en van het Hongaarse zwembad. Om ouders te stimuleren om ervaringen met elkaar te delen organiseerde een kinderdagverblijf op een zaterdagochtend een fietstocht voor ouders en kinderen. Het bleek een groot succes. Alle druk bezette ouders namen de tijd voor deze happening. In een prettige sfeer werden intensief ervaringen met opvoeden gedeeld. In Nederland zien we steeds meer apart zwemaanbod voor verschillende doelgroepen. In het Hongaarse zwembad was het beeld volkomen anders. Alle leeftijden waren aanwezig in het zwembad. Dat leidde tot een volstrekt andere sfeer. Een vanzelfsprekende sociale sfeer.
**Het CJG
** Het Centrum voor Jeugd en Gezin kan een belangrijke bijdrage leveren aan de ‘community benadering’. Er is informatie te halen over opvoeden en opgroeien, maar het kan ook een ontmoetingsplaats zijn van ervaringsuitwisseling. Die mogelijkheid zouden gemeenten moeten faciliteren. Het CJG biedt het momentum om de omslag te maken van uitsluitend zoeken in het gedrag van jongeren zelf naar zoeken naar de contextuele problematiek. Van alleen regeren op problemen naar algemene voorzieningen creëren ter preventie. Het CJG biedt de uitgelezen mogelijkheid voor gemeenten om de regie te pakken en alle betrokken partijen bij elkaar te brengen. Om vervolgens inhoud te geven aan het Afrikaanse gezegde: It takes a village to raise a child!
Michiel Verbeek
28 november 2009


