Hoeveel fouten van Verdonk worden nog geaccepteerd?

Het was een verbijsterend optreden van Rita Verdonk in het debat over Ayaan Hirsi Ali op dinsdag 16 mei 2006. De argumentatie van Verdonk was weer eens erg dun. Het is niet een kwestie van aan de ene kant Verdonk die de regels handhaaft en aan de andere kant al diegenen die een uitzondering wil maken voor Hirsi Ali. Het gaat om de onwil van Verdonk om te erkennen dat wetten en regelgeving meerdere aspecten in zich dragen. In het debat was de het arrest van de Hoge Raad van 11 november inzake een Iraaks gezin van groot belang. En uiteraard artikel 14 van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Laten we de teksten er eens bijpakken.

Artikel 14

Lid 1 levert het volgende op:

Onze minister kan de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap intrekken, indien zij berust op een door de betrokken persoon valse verklaring of bedrog, dan wel op het verzwijgen van enig voor de verkrijging of verlening relevant feit.

In het debat speelde het woordje ‘kan’ een belangrijke rol. Dat is immers iets anders dan ‘moet’.

Verderop in artikel 14 staat lid 4:

Met uitzondering van het geval, bedoeld in het eerste lid, heeft geen verlies van het Nederlanderschap plaats indien staatloosheid daarvan het gevolg zou zijn.

Als het werkelijk waar is dat Verdonk Hirsi Ali zou willen helpen dan had ze toch dit punt onderzocht? Als het Nederlanderschap zou worden afgenomen en Hirsi Ali staatloos zou worden, dan zou dat feit een mogelijkheid bieden om het Nederlanderschap niet af te nemen. Verdonk moest toegeven in het debat aan het kamerlid van der Laan dat ze dat niet had onderzocht.

Het arrest

In de beschikking staat het volgende:

_Een naturalisatiebesluit waarin valse of fictieve persoonsgegevens zijn opgenomen, identificeert –behoudens bijzondere omstandigheden waaromtrent door de rechtbank in deze niets is vastgelegd- betrokkene immers niet, en heeft daarom geen rechtsgevolg. _

Als er valse of fictieve persoonsgegevens zijn gebruikt is er geen rechtsgevolg geweest, dus geen naturalisatie. En wat zijn nu die ‘bijzondere omstandigheden’? In de beschikking staat:

Te denken valt aan gevallen waarin de opgegeven naam of andere persoonsgegevens een kennelijke verschrijving bevatten of als gevolg van transcriptieproblemen zijn verbasterd, of aan gevallen waarin de opgegeven naam een naam is waaronder de naturalisandus (ook) bekend staat en door hem –volgens het toepasselijke recht- bevoegdelijk is gevoerd.

In deze zin worden voorbeelden genoemd van ‘bijzondere omstandigheden’. In de voorbeelden zitten geen aanknopingspunten voor de verdediging, maar er staat ook: ‘Te denken valt aan’. Dat betekent dat het dus niet gaat om een limitatieve opsomming. Er zijn dus meer ‘bijzondere omstandigheden’ denkbaar. De Tweede Kamer heeft erop aangedrongen om dat te onderzoeken. Als Verdonk het beste voor heeft met Hirsi Ali dan had ze dat toch zelf als aanknopingspunt aangegrepen?

Indentificatie

In de beschikking van de Hoge Raad staat nog een belangrijk punt over ‘valse of fictieve persoonsgegevens’. In punt 12 van de beslissing staat een omschrijving van vals of fictief: _dat wil zeggen de betrokkene niet identificerende. _

Het gaat dus niet om vals of fictief sec, maar in context. Met andere woorden als de persoon in kwestie valse of fictieve persoonsgegevens heeft gebruikt, maar er kan wel een correcte identificatie plaatsvinden dan hoeft er geen probleem te zijn. De juiste persoonsgegevens zijn volgens punt 11 van de beslissing nodig om een behoorlijk onderzoek te kunnen doen naar de antecedenten van de naturalisandus. Heeft de naam Ali het onderzoek naar de antecedenten in de weg gestaan? Ik denk van niet.

Conclusie

De overgrote meerderheid in de Tweede Kamer heeft volkomen gelijk om te constateren dat er voldoende aanknopingspunten zijn om tot een andere constatering dan Verdonk te komen. En twee: Verdonk kan niet volhouden dat zij Hirsi Ali graag had willen helpen. Verdonk heeft de kwestie willens en wetens gebruikt om haar eigen imago verder op te poetsen! Ze heeft een boemerang geworpen en zal die terugkrijgen. Het politieke einde van Verdonk is in aantocht! Het kan niet anders met iemand die aan het eind van het debat roept dat ze de motie van de Kamer gaat uitvoeren en de volgende dag bij haar geliefde doelgroep (ondernemers) wederom roept dat ze niet anders kon en kan dan constateren dat Ayaan Hirsi Ali geen Nederlander is! En weer een dag later roept in het lijsttrekkersdebat van de VVD dat Hirsi Ali of nu Nederlandse is en blijft of nu geen Nederlandse is, maar het uiteindelijk wel wordt.

Terug naar top