Het VMBO moet anders! 9 april 2004

In Haren de Krant van februari 2004 hield de hoofdredacteur, Hein Bloemink, een pleidooi voor het positief beoordelen van het VMBO (Voortgezet Middelbaar Beroeps Onderwijs). Zijn bedoelingen zijn goed, maar zijn aanpak niet. Er is alle reden om het VMBO ingrijpend te veranderen. Bloemink keert zich tegen de aanvallen op het VMBO naar aanleiding van de publicatie van professor John Peters. Peters is onderwijskundige aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG). Op de website van de RuG heeft Peters een artikel geplaatst onder de titel: Het VMBO is een zinkend schip. Dat heeft enorm veel publiciteit opgeleverd. Op 18 maart j.l. heeft professor Peters een gastcollege verzorgd over dit onderwerp. Een goede gelegenheid om de argumentatie van de professor te horen. Zeer nauwgezet gaf Peters aan dat de doelen van het VMBO niet gehaald worden en dat de motieven voor het VMBO zeer aanvechtbaar zijn. Op mijn website www.michielverbeek.nl vindt u onder het kopje 'nieuws' een uitgebreid verslag van het college van professor Peters. Ik ben het grotendeels eens met Peters, maar vind dat hij in zijn aanbevelingen nog wel een stapje verder mag gaan. Ik wil graag in deze bijdrage dat stapje maken. In plaats van het VMBO Mijn stapje verder betekent het volgende: 1. Het VMBO verdwijnt. Daarvoor in de plaats komt een cafetariamodel. Scholen krijgen de mogelijkheid programma's aan te bieden waar vraag naar is. Docenten zullen niet langer een opgelegd programma moeten afdraaien, maar gaan zelf de programma's maken. Zij zijn per slot van rekening de professionals! Leerlingen zitten dan op school X of Y en niet meer op een schooltype. 2. Het centrale eindexamen wordt afgeschaft. Het centrale eindexamen leidt tot gerichtheid op leerstofvaardigheden. Terwijl voor heel veel jongeren leerlinggerichtheid voorop zou moeten staan. Leerlingen krijgen een onderwijsaanbod aangeboden met certificaten. 3. Iedere leerling krijgt een uitgebreide intake waarbij aandacht wordt besteed aan persoonlijke belangstelling, passies, ambities en de leer- en leefomgeving van de leerling. Voorts wordt er getest op kennis en intellectuele- en sociale vaardigheden. Op basis van de uitkomsten wordt een passend onderwijsaanbod samengesteld. 4. Leerlingen volgen niet alleen onderwijs met leeftijdsgenoten. Door aan te sluiten bij passies, ambities, kennis en vaardigheden kunnen leerlingen van verschillende leeftijden onderwijsprogramma's volgen. De individuele wensen worden geclusterd en voorzien van onderwijsprogramma's. 5. Vanuit het besef dat veel kinderen misschien nog wel meer leren buiten school dan op school wordt de buitenwereld de school in getrokken. Door gastlessen en speciale themadagen. 6. De nog veel voorkomende '50 minuten lessen' worden vervangen door onderwijsprogramma's in dagdelen. Leerlingen zullen dus niet meer van het ene uur naar het andere gaan en van het ene vak naar het andere. Er wordt gewerkt in dagdelen en in thema's. Vijf dagen in de week zal er dagelijks van 9.00 tot 17.00 uur een programma zijn. 7. Programma's starten bij de wensen, passies en behoeften van leerlingen. Pas daarna worden er diverse educatieve onderdelen toegevoegd. 8. De schoolsystemen worden zo opgezet dat een doorlopende leerlijn mogelijk gemaakt kan worden. Als een leerling een keuze maakt voor een vervolgopleiding dan zal de leerling daar in de laatste fase van de opleiding een aangepast programma voor kunnen volgen. 9. Leerlingen met forse opvoedings- of psychische problemen moeten op speciale scholen worden opgevangen. Soms tijdelijk, soms voor lange tijd. 10. Vooral in de grote steden is het van groot belang dat de school investeert in het verbinden van de drie leefsferen van jongeren: thuis, op school en op straat. 11. Leerlingen krijgen voor 7 jaar onderwijsvouchers (dat zijn toegangsbewijzen voor door het ministerie goedgekeurde scholen). Leerlingen en ouders kunnen dan kiezen voor bepaalde programma's van bepaalde scholen. Scholen zullen hun best moeten doen om leerlingen binnen te krijgen met hun onderwijsaanbod. Op deze manier zullen scholen zich moeten gaan profileren. De ene school kan zich gaan specialiseren in individuele begeleiding. Een andere school biedt veel lessituaties aan bij bedrijven. Een school heeft uitgebreide praktijksimulaties in het eigen gebouw. Weer een andere school profileert zich met bepaalde vakken of thema's. En nog een andere school profileert zich op uitgebreide sportprogramma's. Enz. Het kan anders, het kan beter! Meer dan 60% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs zitten nu op het VMBO. Zij hebben recht op ingrijpende veranderingen! Michiel Verbeek, denker over onderwijs Reageren? Stuur een mail naar: m.verbeek@wxs.nl 2 april 2004

Terug naar top