De steun voor meer investeren in het onderwijs neemt toe. Niet alleen uit het onderwijsveld en de academische wereld zelf, maar ook uit de politiek en het bedrijfsleven. Terecht omdat het onderwijs van essentieel belang is voor het succes van Nederland in de kenniseconomie en omdat onderwijs opvoedingsondersteuning kan leveren wat weer kan bijdragen aan de cohesie in de samenleving. Ondanks het groeiende draagvlak zijn er een aantal ontwikkelingen die niet positief stemmen. Veel docenten raken hun motivatie kwijt door gebrek aan invloed op het beleid in de school en opgelegde veranderingen. Door de nog steeds niet gestopte opschaling raakt 'de menselijke maat' verloren en worden docenten en leerlingen 'nummers'. Het management van scholen komt te ver af komt te staan van het werkelijke product en laat niet zelden kwalitatief te wensen over. Nieuwe functiewaardering waarbij de docent achtergesteld wordt bij de coordinatoren en managers. En dan natuurlijk de ontwikkeling van het studiehuis. Tegen de achtergrond van maatschappelijke trends als decentralisatie, marktwerking en individualisering is het toch eigenlijk gek dat een staatssecretaris ingrijpt in het aantal uren voor een bepaald vak. Dit is ongekende staatsbemoeienis! Nu zal de soep niet zo heet gegeten worden als deze wordt opgediend, maar toch! Ik heb begrepen dat veel scholen niets doen. De ingreep van Adelmund als antwoord op de leerlingenstaking van 6 december 1999 spoort niet met de hoofdlijn van denken van minister Hermans. Die hoofdlijn is volgens mij: minder vooraf voorschrijven hoe het onderwijs moet worden ingericht, maar meer achteraf resultaatstoetsing. Tegen die achtergrond is het studiehuis volledig ongeloofwaardig. Waarom moet de overheid voorschrijven dat de middelbare scholen allemaal via de eenheidsworstmethode ingericht moeten worden. Veel meer in de hoofdlijn van Hermans zou zijn beschrijving van de doelen en vervolgens de scholen de vrije hand geven in de weg naar die doelen. Het zou tot gevolg hebben dat er grote verschillen tussen scholen ontstaan. Ik zou dat prachtig vinden. Scholen zullen zich moeten gaan profileren met hun eigen methode. Het zou tot gevolg hebben dat de docenten in de scholen gedwongen worden om met elkaar een product te maken. Dat is van een geheel andere orde dan dat docenten iedere keer van hogerhand zaken opgelegd krijgen. Als blijkt dat de overgang van een middelbare school in Groningen naar het hoger beroepsonderwijs of de universiteit in Groningen niet goed is dan dienen die twee instellingen met elkaar in de slag te gaan. Er is immers een wederzijds belang in het geding. Daar ligt geen taak voor de overheid om dat van bovenaf voor te schrijven voor alle scholen!
Meer geld stoppen in het onderwijs zal gepaard moeten gaan met het ontwikkelen van nieuwe concepten. Concepten waarbij de docenten de belangrijkste rol krijgen bij het invullen van de methodes om de van Rijkswege voorgeschreven doelen voor bepaalde certificaten te realiseren. Leerlingen krijgen voor een bepaald aantal jaren een vast budget van de overheid. Dit geld kan alleen besteed worden bij scholen die goedgekeurd zijn door de overheid. De scholen maken eigen leerprogramma's waarin educatie, maar ook vorming een plaats moet krijgen. School A kan zich profileren met het halen van bijvoorbeeld een VWO diploma in vijf jaar met een zeer gedisciplineerd klassikaal systeem. School B kan zich profileren met individuele leerprogramma's met veel individuele studiemogelijkheden en werken in kleine groepjes. Daarnaast is er veel tijd ingeruimd voor begeleide keuzeprogramma's op het gebied van sport, kunst en muziek. School A zou kunnen kiezen voor een systeem met normale lesuren, school B zou kunnen kiezen voor programma's in dagdelen verdeeld over 6 dagen in de week. Waar het mij om gaat is dat de school terug moet naar leerlingen, ouders en docenten. Van docenten wordt nu alleen heel veel flexibiliteit gevraagd. Zij moeten zich iedere keer aanpassen aan nieuwe systemen en methoden die of door het ministerie zijn bedacht of door directies, die steeds verder af komen te staan van het werkelijke werk: lesgeven, vormen en begeleiden. In het systeem dat ik graag wil zijn het de docenten die als professionals de spil vormen in het ontwikkelen van methodes om leerlingen iets bij te brengen, zelf te leren leren en te begeleiden.
Tegen de achtergrond van het grote draagvlak voor investeren in onderwijs is er een uitgelezen kans om een grootschalige proef te organiseren. Een school van zo'n 700 leerlingen. De school krijgt voor alle leerlingen voor een periode van 7 jaar een bedrag mee van ca. 20.000 gulden. De docenten maken op basis van het niveau en de wensen van de leerlingen leerprogramma's. In het programma-aanbod zit bijvoorbeeld een Havo of VWO diploma, maar er zit meer bij. Deze nieuwe school moet contractactiviteiten kunnen ontwikkelen om extra middelen te realiseren. Er zou gebruik gemaakt kunnen worden van gastdocenten uit de praktijk. Op die manier kan voor veel vakken het dreigende lerarentekort worden opgevangen.
Ik hoop van ganser harte dat de aandacht voor het onderwijs een nieuwe wending krijgt waarin een discussie op gang komt over nieuwe concepten. En dan niet geregisseerd door de overheid en vervolgens opgelegd aan de scholen, maar vanuit de scholen zelf! De overheid moet daar de voorwaarden voor scheppen. De overheid moet daarin een activistische opstelling kiezen.


