Het sociale domein heeft goede voorbeelden nodig

****De discussie over de plannen voor de langdurige zorg van staatssecretaris van Rijn is in volle gang. De staatssecretaris wil betere kwaliteit van ondersteuning en zorg, dat we meer voor elkaar zorgen en hij wil de financiele houdbaarheid van de langdurige zorg versterken. Waar bij problemen in een gezin soms diverse organisaties langskomen zonder dat van elkaar te weten, is de nieuwe aanpak erop gericht dat zorg en ondersteuning dichtbij vanuit de gemeente vorm krijgt.

De decentralisaties en de hoogleraren

Er moet nog ontzettend veel gebeuren in gemeenteland om de taken van de grote drie decentralisaties (deel AWBZ, jeugdzorg en de participatiewet) goed op te vangen en in te bedden in lokale structuren. Voor die voorbereiding hebben gemeenten behoefte aan goede voorbeelden en creatieve oplossingen en niet aan hoogleraren die een eigen gecreëerd beeld oproepen en zich daar vervolgens tegen gaan verzetten. Dat gevoel had ik een beetje bij het lezen van het artikel in de NRC van zaterdag 11 mei 2013 van twee autoriteiten op het terrein van welzijn en zorg: Evelien Tonkens, bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap en Jan Willem Duyvendak, hoogleraar Algemene Sociologie van de universiteit van Amsterdam. De kop boven het artikel verraad heel goed de inhoud. De kop luidt: Wie wil zich nu laten douchen door de buurman? De twee hoogleraren verzetten zich tegen de plannen van Van Rijn door het beeld op te roepen dat de overheid taken om bezuinigingsredenen op het bordje van de gemeente en vrijwilligers legt. Natuurlijk is er een financieel probleem en een bezuinigingsopdracht. De kosten van de langdurige zorg in Nederland zijn hoog. Kunnen we die beperken zonder dat de meest kwetsbaren in ons land in de problemen geraken? En kunnen we een deel van de opvang met elkaar als samenleving opvangen zonder dat we daar voor betalen?

Inspireren en geen spookbeelden

Er zijn in Nederland ontzettend veel mensen die best iets voor iemand anders willen doen. Er zijn ontzettend veel mensen die helemaal alleen wonen en vereenzamen. Er zijn veel mensen die in hun eentje verpieteren terwijl zij iets voor iemand anders zouden kunnen doen en zelf weer iets kunnen krijgen van een ander. Natuurlijk zijn er al erg veel mantelzorgers en ook al veel overbelast. Maar laten we nu niet deze groep gebruiken om ons te verzetten tegen de goede bedoelingen van de staatssecretaris. In plaats van het oproepen van spookbeelden hebben we goede voorbeelden nodig hoe het kan! We moeten elkaar inspireren en niet ontmoedigen met doemscenario’s. Dus geen spookbeelden dat kinderen allemaal hun oude zorgbehoevende ouders in huis moeten nemen als dat eigenlijk helemaal niet kan. Of mensen opzadelen met de morele druk om intensieve hulp aan je buurman of buurvrouw te moeten geven.

Eenzaamheid en wederkerigheid

We moeten eenzaamheid op de agenda zetten. En kijken wat we als samenleving daaraan kunnen doen. Hoe we met beperkte inspanningen meer kunnen doen. Hoe we wederkerigheid kunnen vormgeven. De een helpt de ander met de boodschappen en de ander komt iedere week langs om de kruiswoordpuzzel te doen.

Keukentafelgesprek

In de nieuwe aanpak in de gemeente zal het huisbezoek centraal staan. Aan de keukentafel wordt een goed gesprek gevoerd en wordt de situatie van iemand geanalyseerd. Vervolgens zal er samen met de hulpvrager en het directe netwerk bekeken worden wie wat kan doen. Soms in directe ondersteuning, soms in het regelen van iets en soms in het betalen van iets. Door goed te kijken wat er allemaal mogelijk is in de eigen gemeente en in de eigen buurt zijn vast een groot aantal problemen op te lossen. En lukt het iemand zelf met een beetje hulp niet en ook niet met de uitgebreidere hulp van het eigen netwerk dan kan altijd de professionele hulp ingeschakeld worden. Er zal ongetwijfeld in heel veel moeilijke gevallen nog steeds een beroep gedaan moeten worden op professionele hulp, maar het is toch de moeite waard om serieus uit te zoeken wat iemand nog zelf kan met een beetje ondersteuning, wat iemand kan met wat meer hulp van het directe netwerk en de buurt kan?

Mannen moeten hun deel nemen

Tonkens en Duyvendak waarschuwen wel terecht voor het gevaar dat als binnen een gezin meer inzet verwacht wordt voor zorg en ondersteuning van een dierbare, dat het alleen op de schouders komt van de vrouw. Met als gevolg dat de vrouw minder gaat werken. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Althans niet structureel. Mannen zullen ook hun deel moeten nemen.

Deze blog is eerder gepubliceerd op: www.hetsocialedomein.nl

Michiel Verbeek

Terug naar top