Het politieke landschap vlak voor 2 maart 2011

Op woensdag 2 maart zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten. Als je als kiezer wilt kun je in iedere regio achterhalen hoe de partijen denken over de typische taken van de Provincie: economische structuurversterking, indeling van het landschap, het aanleggen van wegen en bevorderen van openbaar vervoer, grote projecten en hoe de krimp van bepaalde gebieden tegengegaan moet worden. Maar ondanks de inspanningen van de regionale media, de verkiezingen gaan over het kabinet Rutte.

Krijgen de regeringspartijen VVD en CDA en gedoogpartner PVV samen 38 of meer zetels in de Eerste Kamer. In de huidige Eerste Kamer beschikken VVD en CDA over 35 zetels (CDA 21 en VVD 14). De PVV is nog niet vertegenwoordigd in de Eerste Kamer.

Tendensen in de samenleving

Na de kredietcrisis is vrijwel iedereen het er over eens dat er bezuinigd moet worden. Het merendeel van het electoraat ziet dat beter uitgevoerd door rechts dan door links. Het kabinet Rutte heeft een goede start gemaakt. Mark Rutte wordt alom geroemd en het kabinet weet handig gebruik te maken van een aantal ‘quick wins’. De oppositie probeert samen een blok te vormen, maar dat lukt niet echt. Het is trouwens maar zeer de vraag of kiezers dat aantrekkelijk vinden. Alexander Pechtold van D66 denkt van niet en doet niet mee met die blokvorming. De economie trekt alweer aardig aan door de spectaculaire groei van de export in Nederland (laatste kwartaal in 2010: +11%). Veel kiezers in Nederland gunnen dit vreemde kabinet een kans. Mede omdat er geen aantrekkelijke alternatieven zijn. Een combinatie van tenminste vier partijen die elkaar eigenlijk wantrouwen is in de ogen van velen weinig vertrouwenwekkend. Er speelt het sentiment van: er zijn grote politieke verschuivingen gaande in het buitenland (zoals in het Midden-Oosten), laten wij hier maar even kalm aan doen! Veel stemmers hopen soms openlijk, soms stiekem dat de PVV iets gaat doen aan de verkleuring van de samenleving. In de media scoort Job Cohen nog steeds niet. Jolande Sap kan niet doorbreken buiten haar partij als haar eigen achterban haar niet vol overtuiging steunt. Emile Roemer scoort opnieuw heel goed. Alexander Pechtold is in ieder debat sterk, maar zijn vaste riedel van hervorming van de woningmarkt en de arbeidsmarkt wordt voor potentiële nieuwe kiezers een beetje afgezaagd. Marc Rutte doet het in de media erg goed en dat geldt ook voor Geert Wilders. En Wilders heeft dan nog het geluk dat journalisten de handen aflikken bij de extreme standpunten van Wilders en de PVV. Om die reden wordt er in de media voortdurend gesproken over de opvattingen van de PVV. Ook al zijn ze er zelf niet bij. De PVV dankt veel aan de linkse vrienden als Pauw en Witteman en de gasten van de Wereld draait door.

Boze kiezers

Er is een groep kiezers die tegen het establishment is, die de meeste politici zakkenvullers vinden en die een grote afstand hebben tot de overheid. Deze groep is in de afgelopen 15 jaar volgens onderzoeksbureau Motivaction gegroeid van ca. 25% tot 33%. In deze groep zitten mensen die in de hoogtijdagen van Jan Marijnissen op de SP hebben gestemd en die voor een groot deel steun gaven aan de LPF in het verleden en Geert Wilders nu. Het vervelende voor deze partijen is dat deze groep niet zo trouw is. Maar dat geldt voor een groot deel van het electoraat. Overgangen van PvdA naar SP of van SP naar de Christen Unie en van CDA naar D66 kan tegenwoordig allemaal!

Scoren op de vier punten

De grote politieke verschuivingen worden bepaald aan de hand van 4 punten. De eerste is: media-optreden. Een succesvolle politiek leider doet het goed op televisie. De tweede: een heldere boodschap. En die boodschap moet geassocieerd kunnen worden met een ‘onderbuikgevoel’. Voorbeeld: de overheid heeft een fors tekort. Het ‘onderbuikgevoel’ geeft aan dat de VVD goed op de centjes past en durft te bezuinigen. De derde: goed gebruik maken van de sociale media. Sinds de campagne van Barack Obama weten we dat een systematische inzet op de sociale media heel goed werkt. De kracht zit er vooral in dat via de sociale media de televisie weer gehaald wordt. De vierde: een winnaar zijn in de peilingen. Als je aan de winnende hand bent in de media kun je sneller groter worden. Mooie voorbeelden zijn: de SP onder Jan Marijnissen in de verkiezingsstrijd in 2007, de LPF van Pim Fortuijn in 2002 en de PVV van Geert Wilders in 2010. Mensen houden niet van partijen met interne ruzies en ze willen graag bij de winnaars horen.

Regeringsploeg contra oppositie

Het kabinet Rutte heeft een goede start gemaakt. Vooral de alom geroemde premier. Iedereen is enthousiast over zijn transparante en energieke optreden in de Kamer, in het buitenland en in de media. Het kabinet heeft bij de start niet gekozen voor grote wetsvoorstellen, maar voor maatregelen die met een gewone Kamermeerderheid zijn door te voeren en snel uitvoerbaar zijn. En die goed liggen bij de ‘gewone hardwerkende mensen’. De eerste bezuinigen dalen neer op specifieke groepen. De bezuinigingen voor de ‘hardwerkende Nederlander’ worden nog niet gevoeld. Dat komt nog wel! De oppositie kiest de te verwachten tegenaanval door iedere bezuiniging als onrechtvaardig te bestempelen. Op de vraag van een regeringsvertegenwoordiger of een journalist aan de oppositie: ‘Waar wilt u dan op bezuinigen?’ komt steevast het antwoord: ‘Wat dacht u van de hypotheekrente?’. Met zo’n reactie maak je het de regering niet moeilijk. De hypotheekrenteaftrek is voor VVD, CDA en PVV nog 1 kabinetsperiode taboe. En trouwens als je de hypotheekrenteaftrek zou verlagen, zal er ongetwijfeld in het totale lastenplaatje weer gecompenseerd moeten worden. De hypotheekrenteaftrek betekent een lastenverzwaring voor de huizenbezitters van Nederland, terwijl deze regering zoekt naar maatregelen om de overheid kleiner te maken.

De afkalving van het CDA

Het CDA zit volledig klem tussen VVD, PVV en de oppositie. Waarom zou iemand op het CDA stemmen? Op alle belangrijke onderwerpen gaan of VVD en PVV een stapje verder of een oppositiepartij. Op inhoud kun je voor ieder onderwerp een puurder standpunt kiezen. Een reden die overblijft is dat het CDA de enige grote christelijke partij is. De neergang van het CDA is al in 1994 gestart en lijkt nog steeds niet te stoppen. Het CDA moet hopen dat de opkomst zo laag is dat ze toch nog een bonus krijgen voor de trouwe aanhang. Het CDA heeft geen politiek leider die het goed doet in de media en ze hebben onenigheid in eigen gelederen. Als het voorspelde verlies groter wordt dan verwacht dan gaat de coalitie problemen krijgen met het CDA. De druk in de partij zal aanzwellen om te breken. Het avontuur heeft dan immers alleen maar ellende gebracht. Dus als VVD, CDA en PVV samen 38 zetels halen in de Eerste Kamer, maar het CDA verliest fors dan krijgt de coalitie het heel moeilijk!

Geen meerderheid in de Eerste Kamer

Als VVD, CDA en PVV de 38 zetels in de Eerste Kamer niet halen dan krijgen ze het heel moeilijk met hun wetsvoorstellen. Er is dan geen meerderheid beschikbaar in beide Kamers voor de plannen uit het regeerakkoord. Dan kan de oppositie de coalitie zodanig frustreren dat nieuwe verkiezingen in zicht komen. Maar het kan ook voor de energieke Rutte een uitdaging vormen om voorstellen te doen waar wisselende meerderheden enthousiast van kunnen raken. Een optimale situatie voor de Tweede Kamer.

27 februari 2011

Michiel Verbeek

Terug naar top