Onderwijs is het moment waarop we besluiten of we genoeg van de wereld houden om de verantwoordelijkheid ervoor te nemen en haar bovendien te behoeden voor de ondergang, die onvermijdelijk is als we niet voor vernieuwing, voor de komst van wat nieuw en jong is zorgen. En onderwijs is ook waar we besluiten of we genoeg van onze kinderen houden om ze niet uit onze wereld te verdrijven en aan hun lot over te laten, noch hun de kans te ontnemen om iets nieuws te ondernemen, iets wat wij niet hadden voorzien, maar hen voor te bereiden op de taak een gemeenschappelijke wereld te vernieuwen. Met deze rake woorden begint Frank Furedi zijn boek De terugkeer van het gezag. Hij leent de mooie opening van Hannah Arendt, filosofe die leefde van 1906 tot 1975. Een originele denker die zeer regelmatig wordt aangehaald.
Pleidooi voor kennis
Frank Furedi houdt een warm pleidooi voor kennis. ‘Onderwijs heeft het vermogen om de fantasie te prikkelen en de kinderen de ogen te openen voor het belang van kennis en ideeën. Het laat jongeren kennismaken met de rijkdom van de menselijke cultuur en moedigt ze aan te geloven dat ze het bestaan echt kunnen doorgronden. De rijkdom aan menselijke kennis is de allerbelangrijkste bron die we hebben om jongeren te inspireren inzicht te krijgen in zichzelf als individu en als lid van en grotere gemeenschap’. Kinderen moeten leren hoe de wereld is. Door jonge mensen vertrouwd te maken met de erfenis uit het verleden.
Docenten met gezag
Docenten moeten met gezag opereren. Gezag is een voortvloeisel van innerlijke waarde, de waarde die iemand aan zichzelf hecht, met betrekking tot een bepaald onderwerp, en de waarde die anderen erkennen en vanuit hun eigen standpunt bevestigen. Om dat gezag te krijgen zullen docenten flink in zichzelf moeten investeren.
Tegen de docent als begeleider
Furedi verzet zich krachtig tegen de ontwikkeling van de docent als begeleider, als facilitator. Bijvoorbeeld zoals Carl Rogers het bedoeld. Die stelde dat de begeleider moet helpen het accent op statische of inhoudelijke doelen weg te nemen en de concentratie op het proces moet aanmoedigen. Daarmee wordt de inhoud ondergeschikt aan het overheersende accent op motivatie. Furedi verzet zich daar tegen en haalt de socioloog Durkheim aan: ‘Onderwijs heeft als uniek object bepaald niet het individu en diens belang op het oog, maar is bovenal het middel waarmee de samenleving de omstandigheden van haar eigen bestaan continu reproduceert’. Onderwijs is leerlingen in staat stellen kennis te verwerven die voor de meeste mensen in hun dagelijkse leven niet toegankelijk is en degenen die deze verwerven in staat te stelt hun persoonlijke ervaring te ontstijgen en enig inzicht te krijgen in de sociale en natuurlijke omgeving waarvan zij deel uitmaken. Onderwijs heeft het vermogen om de fantasie te prikkelen en de kinderen de ogen te openen voor het belang van kennis en ideeën. De rijkdom aan menselijke kennis is de allerbelangrijkste bron die we hebben om jongeren te inspireren, inzicht te krijgen in zichzelf als individu en als lid van een grotere gemeenschap. De docent moet uit de rol als kinderoppasser, manager en therapeut en terug naar de rol van leerkracht. Docenten moeten steeds meer hulptroepen inroepen. Hoe meer van docenten verwacht wordt dat ze andere professionals om hulp vragen, hoe minder effectief ze als leerkrachten worden.
Ervaringsleren en onderwijs
Leren van ervaring is een levenslang proces waarin individuen kennismaken met de gewoonten en praktijken van hun gemeenschap. Deze vorm van leren geschiedt spontaan en is een nevenproduct van het leven. Onderwijs daarentegen gaat gepaard met een bewuste en doelgerichte verplichting om kennis te verwerven die niet alleen niet voortvloeit uit alledaagse ervaring maar deze soms zelfs tegenspreekt.
Geleerd voor mijn boek
Ik koester nog steeds de wens om een bijdrage te leveren aan het maatschappelijke debat over onderwijs. Een bijdrage die er toe doet! Het debat beperkt zich nu teveel op meer of minder geld, het gebrek aan menselijke maat op grote scholen, wel of niet vanuit Den Haag proberen te beïnvloeden en het salaris. Ik worstel met het idee om ‘mijn school voor voortgezet onderwijs’ te beschrijven. Als het in boekvorm zou uitkomen zou op de achterflap kunnen komen te staan: Een school die u niet zult herkennen uit uw eigen tijd op de middelbare school, maar waar u heel graag op had gezeten! De punten die ik uit het boek van Furedi heb geleerd zijn:
1. De kern van onderwijs is het doorgeven van de rijkdom van menselijke kennis en de erfenis uit het verleden.
2. Juist in de jonge jaren is het opdoen van kennis essentieel. En is een afgebakend geheel.
3. Curriculumbedenkers moeten terug in hun hok. Docenten moeten op basis van hun expertise zelf het curriculum samenstellen.
4. De hulptroepen rondom de docent moeten weg. De docent moet de spil zijn.
5. Ervaringsleren en onderwijs zijn echt verschillende dingen.
6. Docenten moeten excelleren in een vak.
3 april 2011
Michiel Verbeek


