We moeten in de Westerse wereld rekening houden met een lagere economische groei en meer tijd voor het compenseren van het door de bodem zakken van de economie in 2008. We moeten wennen aan Het nieuwe normaal (term bedacht door Mohamed El-Erian van Pimco (de grootste obligatiebelegger van de wereld).
Gevaarlijke speculatie
Aan het eind van 2010 wordt er gevaarlijk gespeculeerd door politici, journalisten en economen over het uiteenvallen van de Eurozone als monetair gebied. Dat is echt spelen met vuur! De kans is niet zo groot dat het die kant op gaat, maar we moeten de dynamiek van de plotselinge ongerijmde emotie in de wereldpolitiek niet onderschatten. De verwevenheid van de Europese economieën is waarschijnlijk voldoende groot voor een enkel Europees land om de monetaire unie te verlaten. Duitsland zou wellicht afscheid willen nemen van de PIIGS-landen (Portugal, Ierland, Italië, Griekenland en Spanje, maar de Duitsers weten heel goed dat hun economie sterk afhankelijk is van de export naar de Zuid-Europese landen. Die export zal dan onherroepelijk onder druk komen. Dat kunnen de Duitsers absoluut niet permitteren! Het denken moet in 2011 precies de andere kant op. De Europese landen moeten de Europese Gemeenschap herontdekken als grote economische macht. Europa is nu nog een grote economische macht, maar als die eenheid niet wordt gevoed dan zullen de Europese economieën in rap tempo macht gaan verliezen. Europa heeft nu nog een aandeel van ruim 20% in de wereldeconomie tegenover 22% van de Verenigde Staten en 8% van China. China zal het komende decennium de ommezwaai bewerkstelligen in de verdeling van de economische koek. Eensgezindheid in Europa kan voorkomen dat de opmars van China niet voor het grootste deel ten koste gaat van Europa.
Landencrisis
Na de financiële crisis in 2008 is het logisch dat die gevolgd wordt door een landencrises. De crisis heeft er voor gezorgd dat de wereldeconomie fors is geslonken. Op basis van cijfers van het IMF (Internationaal Monetair Fonds) en de Wereldbank heb ik de volgende cijfers gevonden voor de ontwikkeling van de wereldeconomie:
Eind 2008 begon de financiële crisis met de val Lehman Brothers bank. Als die crisis er niet was geweest, en de wereldeconomie had een groei laten zien van 9% dan was 2009 uitgekomen op 66.873 miljard dollar. Het gevolg van de financiële crisis is daarmee te berekenen op: 8.732 miljard dollar. En dan hou ik geen rekening met het verlaagde groeipad vanaf 2010. De overheden en de Centrale Banken hebben met investeringen van ca. 5.000 miljard dollar ruim 50% gecompenseerd. Maar dat is uiteraard wel ten koste gegaan van forse begrotingstekorten. En die begrotingstekorten leiden weer tot de verhoging van de staatsschulden. In het interessante boek Het rampscenario van de NRC journalisten Egbert Kalse en Daan van Lent kunnen we lezen over het gevaar van te grote staatsschulden. De economen Reinhart en Rogoff hebben op basis van een uitgebreid onderzoek geconstateerd dat een staatschuld tot 90% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) nog geen groot effect heeft op de economische groei van een land. Komt het boven die 90% dan is er een negatief economisch effect te verwachten. Nederland zit nog goed met 65,6%, maar landen als België (101,2%), Ierland (82,9), Griekenland (124,9%), Frankrijk (82,5%), Italië (116,7%) en Portugal (84,6%) zitten in de gevarenzone. De huidige begrotingstekorten leiden tot grotere staatsschulden.**
**
Lenen op de financiële markten
Na de opvang van de klappen van de financiële crisis begonnen de problemen van de financiële huishoudingen van de landen. Griekenland was de eerste. Die kwam als eerste in de problemen omdat ze jarenlang met cijfers hebben gesjoemeld. De tweede was Ierland en vervolgens werd er flink gespeculeerd op de volgende. Ondertussen hebben de Eurolanden een noodfonds in het leven geroepen om lidstaten te helpen. Dit is eigenlijk in strijd met de statuten van de ECB (Europese Centrale Bank). Een lidstaat mag niet geholpen worden door andere lidstaten bij financiële problemen. Maar nood breekt hier terecht wet! Een land als Griekenland heeft geld nodig om het begrotingstekort te dekken. Daarvoor gaat het land lenen op de internationale financiële markten. Griekenland probeert grote bedragen te lenen in ruil voor een schuldbekentenis (staatsobligaties). Op de financiële markten treft Griekenland banken, landen, hedgefondsen, pensioenfondsen, bedrijven en andere instellingen die geld willen beleggen. Maar die aanbieders van geld vinden geld uitlenen aan Griekenland een beetje link. Want kan Griekenland wel op tijd de schulden af betalen? Tegenover dat risico moet een compensatie staan in de vorm van een hogere rente. De te betalen rente voor landen als Ierland en Griekenland zitten al rond de 10%. In vergelijking met Nederland en Duitsland die hun begrotingstekorten kunnen financieren tegen 3%.
Europese oplossing
De Eurolanden hopen met het noodfonds en uitspraken over ondersteuning de financiële markten rustig te hebben gekregen en daarmee een drukkend effect op rentes. Dat lijkt nog niet zo hard te lukken. Wat nu te doen? Een hele goede oplossing zou zijn om alle begrotingstekorten van de Eurolanden samen te voegen en gezamenlijk de financiële markten te betreden. Dat zou kunnen via de ECB door de uitgifte van zogenaamde Euro obligaties. Dan zou er één rente uitkomen voor alle Eurolanden. Duitsland en Nederland voelen daar niet voor, omdat ze bang zijn dat hun leningen duurder worden. Dat is ongetwijfeld waar, maar wat staat er tegenover? Als het Eurogebied onzeker blijft dan zal de wereldeconomie zeker blijven groeien, maar dan zal Europa al sneller dan gedacht positie gaan verliezen aan de Verenigde Staten en de BRICS-landen (Brazilie, Rusland, India, China en sinds kort South-Africa). De discussie in 2011 zal gaan over wel of niet investeren in Europa als economisch machtsblok. In het boek van Egbert Kalse en Daan van Lent worden 5 scenario’s geschetst voor de Euro: 1. De probleemlanden vinden nieuwe groeimogelijkheden; 2. Voortmodderen; 3. Er komt een nieuwe recessie; 4. De Euro valt uiteen in een noordelijke euromunt (de neuro) en een zuidelijke munt (de zeuro) en 5. Er komt een politieke unie. Een uiterst somber perspectief. De oplossing van gezamenlijk opereren op de financiële markten kan een stap zijn naar een politieke unie. Voor veel Europese politici een nachtmerrie! Helaas. Maar het zou weleens de enige mogelijkheid kunnen zijn om de groei in Europa weer flink aan te zwengelen!
Snoeien, investeren en groeien
Het beste medicijn tegen de crisis is groei. ‘Uit de crisis groeien’ is voor veel landen de oplossing. Dat gaat niet lukken als je als land niet de munteenheid kunt devalueren en daarmee je export kunt bevorderen. Europa kan deze methode alleen toepassen als ze gezamenlijk opereren. Maar hoe krijg je de groei aan de gang als bedrijven nog een beetje de kat uit de boom kijken en overheden alleen maar bezuinigen? In het bedrijfsleven zal in een tegenvallende markt onmiddellijk de methode ‘snoeien om weer te kunnen groeien’ opgepakt worden. Hoe sneller je je bedrijf weer hebt aangepast aan nieuwe marktomstandigheden, hoe sneller je weer kunt profiteren van de groei van de wereldeconomie. Bij landen ligt dat lastiger, zeker als bedrijven pas op de plaats houden. Dan kan het snel omslaan in ‘snoeien voorkomt groeien’. Het moet een behoedzame mix worden van bezuinigen, ombuigen, hervormen en investeren.
Behoedzaam scenario
Het behoedzame scenario betekent onherroepelijk flinke bezuinigingen, maar niet op alle terreinen. De terreinen die we nodig hebben na de crisis moeten er dan ‘lean en mean’ zijn. Klaar voor groei. Voor Europa betekent dat investeren in onderwijs, innovatie en infrastructuur. Bij onderwijs en innovatie moet er onderscheid gemaakt worden tussen technologisch vaardig zijn en echte innovatie. Om de toekomstige concurrentie aan te kunnen met de andere twee grote economische blokken: de VS en de BRIICS-landen (is nog niet een echt economisch blok, maar zou dat wel in het komende decennium kunnen worden) is innovatie broodnodig. Innovatie op het gebied van duurzaamheid, innovatie op het gebied van bedrijven leiden, innovatie op het gebied van de agribusiness, innovatie op het gebied van toepassingen van nanotechnologie, innovatie in de creatieve game-industrie en innovatie op het gebied van waterbeheer.
Stabiliteitspact Eurozone
Voor de financiële crisis mochten de Eurolanden een tijdelijk begrotingstekort hebben van maximaal 3% van de totale begroting. En de staatsschuld mocht niet hoger zijn dan 60% van het totale BBP van het eigen land. In de Eurozone doet Luxemburg het als een van de weinige landen uitstekend met een begrotingstekort van 0,7% en een staatsschuld van 16,4% van het BBP. Maar heel veel landen halen de criteria niet. Ook Duitsland niet met een begrotingstekort van 3,3% en een staatsschuld van 76,7% van het BBP. Engeland heeft bijvoorbeeld een begrotingstekort van 11,5%. Vandaar de rigoureuze bezuinigen van de conservatief-liberale coalitie van David Cameron en Nick Clegg. De Europese ministers van Financiën proberen nieuwe afspraken te maken over automatische maatregelen of sancties als de stabiliteitscriteria worden overtreden. Maar zonder een grote ingreep op het gebied van de financiering van de begrotingstekorten zullen die maatregelen nog niet snel gerealiseerd worden.
Nederland
Nog even inzoomen op de cijfers in Nederland. De ontwikkeling van het BBP:
Als de financiële crisis niet had plaatsgehad en de groei was doorgegaan met bijvoorbeeld 2,5% dan was het BBP in 2009 uitgekomen op: 610,8 miljard euro. De kosten van de financiële crisis komt daarbij op: 610,8 – 572,5 = 38,3 miljard euro. Ook hier hou ik geen rekening met het vertraagde groeipad vanaf 2010. Het kabinet Rutte heeft een taakstellende bezuiniging afgesproken met de gedoogpartner van 18 miljard euro. Als totaalbedrag lijkt dat te passen in het behoedzame scenario. Maar wat daar wel bij hoort is de visie op Nederland na de financiële crisis. Hoe moet Nederland er uit zien na de bezuinigingsronde? Hoe bereidt Nederland zich voor op de periode na ‘het nieuwe normaal’ of anders gezegd: hoe voorkomt Nederland dat ze niet ‘na het nieuwe normaal’ afzakt tot het niveau van de hekkensluiters in de Europese Gemeenschap? Moeten we het dan doen met de koers van minister Verhagen die op energiegebied met zon, wind en biomassa een nieuwe industriepolitiek wil ontwerpen? Of komt er meer? Ik hoop dat onze nieuwe energieke minister-president ons op positieve wijze gaat verrassen.
Een paar suggesties
In een tijd van bezuinigingen bij overheden is het logisch dat er subsidies sneuvelen. Dat zou gecompenseerd kunnen worden door nieuwe normen. Voorbeeld: als de subsidies op zonne-energie wordt afgeschaft zouden bedrijven uitgedaagd kunnen worden om te investeren in zonne-energie door als overheid ambitieuze normen te stellen. Dus niet in 2020 slechts 14% duurzame energie zoals het kabinet Rutte doet, maar in 2020: 50% en in 2040: 90%. Ander voorbeeld: richt het onderwijs anders in. Kinderen en jongeren krijgen tot 21 jaar de beschikking over trekkingsrechten op de overheid om onderwijs in te kopen. Na je 21ste sluit je een verplichte educatieverzekering af. Als je een educatietraject in je werkleven nodig hebt dan spreek je de verzekering aan. Organiseer beweging en lok creativiteit uit. Als derde voorbeeld: forse investeringen doen in infrastructuur (wegen en spoor). En ten vierde ter bevordering van innovatie: een stimuleringsregeling via de belastingen en de oprichting van een nieuwe innovatiemaatschappij waar 51% van de aandelen worden ingebracht door de overheid en 49% door particuliere bedrijven.
Slot
Het nieuwe normaal kan het startsein zijn tot de verzwakking van de economische positie van de Eurolanden en daarmee dus ook Nederland in de wereld of het kan een bezinningsperiode zijn en bewustwordingsfase die Europa en Nederland voorbereiden op een nieuwe periode van duurzame groei en innovatie.
29 december 2010
Michiel Verbeek


