Al ruim 10 jaar komen er alarmerende berichten in de media over het dreigende lerarentekort. Het heeft in het verleden niet geleid tot ingrijpende maatregelen om de problemen af te wenden. Blijkbaar weet de praktijk nog wel raad met de problematiek. In het rapport van Rinnooy Kan staan een aantal belangrijke cijfers.
Er is een tekort te voorzien bij het voortgezet onderwijs en bij de BVE sector en het HBO. De problematiek wordt nog sterker wanneer er gekeken wordt dat in bepaalde delen van land vraag en aanbod nog veel sterker uit elkaar loopt. Van het aantal fte’s in scholen wordt 72% gevormd door docenten, maar die de docenturen worden niet alleen gebruikt voor lesgeven. Veel docenten worden immers ook voor allerlei coördinatietaken ingezet. Economiedocent Ton van Haperen vertelde in zijn wekelijkse radiorubriek dat er steeds meer docenten ingezet worden op zorgtaken. Een gevolg van die ontwikkeling is dat mensen die opgeleid zijn om onderwijs te geven zorgtaken doen, waar ze niet in gespecialiseerd zijn. Als de docenten vervolgens voor sommige uren vervangen worden door onbevoegden zijn we collectief bezig met een foute ontwikkeling. Als de commissie Rinnooy Kan wordt gevolgd dan zal het leraarschap op z’n minst aantrekkelijker worden gemaakt door het vooruitzicht van een betere betaling. Volkomen terecht wil de commissie docenten met een hogere opleiding beter gaan betalen. Dat vormt een stimulans voor docenten om in zichzelf te investeren. En dat weer een goed garantie voor hogere kwaliteit van onderwijs. Een consequentie is dan wel dat scholen niet financieel nadeel mogen hebben van de keuze voor een eerstegraads docent als het werk ook door een tweedegraads docent gedaan kan worden. Het management zal in zo’n geval kiezen voor de goedkoopste kracht.
3 november 2007


