De kwestie Griekenland is een keuze tussen globalisering en provincialisme. Nederland is voor economische ontwikkeling afhankelijk van de Europese Gemeenschap (EU). De Nederlandse economie moet het hebben van de export. Dankzij een groeiende export kruipt Nederland weer uit de economische crisis. De internationale oriëntatie leidt tot het ondersteunen van Griekenland, niet omdat we de Grieken zo zielig vinden, maar om welbegrepen eigenbelang. De andere opvatting is dat hulp aan de Grieken weggegooid geld is. We krijgen het geld echt niet terug. Het doet denken aan toch weer geld geven aan een verslaafde en denken dat het geld niet voor drugs wordt gebruikt, aldus de tegenstanders. Kiezen voor hechte samenwerking in EU verband is de enige garantie voor Nederland voor economische voorspoed.
De EU moet een krachtig signaal afgeven
De meerderheid van Nederland vindt dat er geen cent meer naar Griekenland mag gaan. De media met de Telegraaf voorop en de PVV in de politiek geven stem aan het onderbuikgevoel van veel Nederlanders. Voor veel journalisten is de problematiek blijkbaar te ingewikkeld. Zij komen daarom niet verder dan de uitspraken van de schreeuwers te registreren en kunnen geen weerwoord geven of een lastige vraag stellen. Ik ben er niet bang voor dat Europa ondanks de tegenkrachten voortvarend zal doorgaan. Toch is het goed om niet aflatend te proberen bij te dragen aan inzicht in de voordelen van Europa voor Nederland. En het gaat in de Griekse kwestie niet alleen om Griekenland, maar het gaat om de kracht van de Europese Gemeenschap. Als de Europese Gemeenschap Griekenland de rug zou toekeren kan dat vergaande consequenties hebben. De financiële markten kunnen dat opvatten als het begin van een breuk in het eurogebied. Schuldeisers van Portugal, Ierland en Spanje kunnen benauwd worden. De economische opleving in Duitsland kan een knauw krijgen, omdat een aantal Duitse banken grote schuldeisers zijn van Griekenland. Die kunnen naar hun geld fluiten en komen direct in de problemen met kapitaalbuffers. Bij strategische beslissingen moet de politiek risico’s in beeld krijgen en wegen. De kans op een gevaarlijke negatieve kettingreactie is erg groot bij het laten gaan van Griekenland. De keuze voor het aan boord houden van Griekenland biedt de gelegenheid om Europa een vernieuwde krachtige positie te geven in de wereldeconomie. De Europese Unie moet helder en duidelijk maken aan de financiële markten dat ze geen land zal loslaten. De EU is nog steeds het grootste economische blok in de wereld, maar heeft veel concurrentie van de opkomende landen als China en India en de Verenigde Staten.
Wat te doen met Griekenland?
Griekenland heeft momenteel een staatsschuld van 330 miljard euro. Het Bruto Binnenlands Product (BNP) van Griekenland is 231,4 miljard euro. De overheidsschuld is 142,6% van het BNP. Dat is heel slecht. Het begrotingstekort in Griekenland is 10,5% van het BNP. Ieder jaar komt bij ongewijzigd beleid 30 miljard bij de staatschuld bij. Zie elders op deze site voor de bronnen van deze cijfers. Uit onderzoek van de Amerikaanse economen Reinhardt en Rogoff naar het effect van staatsschuld is gebleken dat als de staatsschuld over de 90% van het BNP gaat, dat dan de economische groei wordt beperkt. De situatie in Griekenland is dus zwaar in het rood. De EU steunt de Grieken met forse leningen in ruil voor een stevig bezuinigingspakket. Volgens sommige Europese landen gaat dat niet snel genoeg. Toch hebben de Grieken de situatie ten opzichte van 2010 al verbeterd, maar het gaat nog niet snel genoeg. Er zal voor 30 tot 50 miljard aan staatsbezittingen geprivatiseerd moeten worden. Er zal stevig gesneden moeten worden in de overheidsuitgaven en een aantal schuldeisers kan voorgelegd worden om de schuld in één keer af te lossen met bijvoorbeeld een korting van 10% of 20%. Het IMF, de EU en de ECB (Europese Centrale Bank) zullen daarvoor de financiën moeten leveren. Met andere schuldeisers kunnen nieuwe afspraken gemaakt worden met langere aflossingstermijnen en lagere rentes. Schuldeisers zullen daar alleen voor in zijn als er een heel krachtig geluid komt uit Europa dat de EU geen land zal laten vallen!
Rente
Voor het financieren van de staatsschuld moet Griekenland geld lenen. Veel landen doen dat het langjarige staatsobligaties. Omdat de financiële markten nog steeds onzeker zijn over Griekenland wordt er een hogere rente gevraagd. Ter compensatie van de onzekerheid. In september 2005 droeg de 10-jaar obligaties van Griekenland nog 3,23%. In april 2011 ging dat naar een voorlopig hoogtepunt van 15,66%. In mei 2011 is de rente 15,44%. Met zulke rentes komt Griekenland nooit uit de problemen.
Euro-obligaties
Het probleem van die hoge rente voor staatsobligaties zou opgelost kunnen worden door zogenaamde euro-obligaties. Als de EU echt een krachtig economisch blok wil zijn zouden de financieringstekorten gezamenlijk gefinancierd moeten worden door de uitgifte van euro-obligaties. Het gevolg daarvan zal zijn dat de rente op een redelijk niveau komt.
22 mei 2011
Michiel Verbeek


