Het kabinet Rutte biedt met de nieuwe Wet Werken naar Vermogen een unieke mogelijkheid om de onderkant van de arbeidsmarkt grondig te hervormen. Ons economisch systeem is gebaseerd op de gedachte dat iedereen moet proberen om in z’n eigen levensonderhoud te voorzien. Lukt je dat om één of andere reden niet dan zorgt de overheid voor een vangnet. Laten we de nieuwe wet aangrijpen om aan ons economisch systeem een tweede grondregel toe te voegen. Niemand in Nederland krijgt van de overheid een uitkering. Het vangnet levert een baan of anderszins werk op. Het principe van wederkerigheid: jij krijgt inkomen van de overheid om in je eigen levensonderhoud te voldoen in ruil voor arbeid of inzet voor de samenleving. En dat alles wordt georganiseerd via het Gemeentelijke Werkbedrijf.
Alle oude wetten vervallen
Er is een bijstandswet. Er is een aparte wet voor jongeren tussen 18 en 27 jaar zonder werk. Er is een arbeidsongeschiktheidswet, die weer anders is voor jongeren dan voor volwassenen of jonggehandicapten. Er is een aparte wet voor kunstenaars. Er is een wet voor mensen met een arbeidshandicap. Er is een wet voor oudere werklozen. Er zijn re-integratieregelingen. En nog meer. Het kabinet Rutte heeft bedacht om al die wetten op te doeken en vervangen door de nieuwe wet: Wet Werken naar Vermogen (WWNV). De verantwoordelijke staatssecretaris, Paul de Krom, heeft de naam van de wet ‘gepikt’ van de titel van het rapport van de commissie (onder leiding van de oud-minister Bert de Vries) die gestudeerd heeft op aanpassingen van de Sociale Werkvoorzieningen. Er is veel steun voor het idee van de nieuwe wet, maar gemeenten lopen te hoop tegen de financiële middelen die meekomen met de decentralisatie. Daar kunnen we nu heel veel tijd en energie aan besteden, maar we kunnen ook iets nieuws gaan bouwen. Daar wil ik een bijdrage aan leveren. Iedereen die niet in z’n eigen levensonderhoud kan voorzien, zou moeten kunnen aankloppen bij het Gemeentelijke Werkbedrijf, de uitvoerder van de WWNV. Iedereen die daar binnenkomt wordt hartelijk ontvangen met koffie, thee, cake en koek. Na de eerste kennismaking wordt er een uitgebreide intake afgenomen.
Intake en sociaal minimum
In de intake komt het arbeidsverleden aan de orde, maar ook je vaardigheden en competenties, je ambities, je leervermogen en je wensen om studies en omscholing op te pakken, je huissituatie enz. Na de intake wordt gekeken naar mogelijkheden van betaald werk, opleiding, begeleiding, beschut werk of vrijwilligerswerk. Iedereen die aangenomen wordt bij het Gemeentelijke Werkbedrijf krijgt een sociaal minimum, waarbij rekening wordt gehouden met de huissituatie. Er vindt dus een huishoudinkomenstoets plaats. Het sociale minimum wordt jaarlijks vastgesteld door de Tweede Kamer. Voor dat de Tweede Kamer jaarlijks het bedrag vaststelt, is er een bedrag uitgerekend op basis van vaste onderdelen die iemand nodig heeft om redelijk te kunnen leven in Nederland anno nu. Onderdelen in de opbouw zijn: huisvesting, kleding, eten en drinken, media-gebruik, mobiliteit, vrijetijdsbesteding, sociale binding en persoonlijke ontwikkeling. Binnen het Gemeentelijke Werkbedrijf kan niemand meer verdienen dan 120% van het sociale minimum. Extra inkomen bovenop het sociale minimum kan alleen bij uitzonderlijke inspanningen en resultaten en wanneer het Gemeentelijke Werkbedrijf voldoende inkomsten weet binnen te slepen. Daarmee is een permanente prikkel ingebouwd om je geluk te beproeven in de wereld buiten het Gemeentelijke Werkbedrijf als je meer kunt en wilt verdienen.
Geen uitkering, maar inkomen
Niemand in Nederland krijgt meer een uitkering. Iedereen die aanklopt bij het Gemeentelijke Werkbedrijf krijgt een inkomen. En voor dat inkomen moet je wat doen in het Gemeentelijke Werkbedrijf of daarbuiten namens het Gemeentelijke Werkbedrijf. Werkgevers kunnen gebruik maken van medewerkers van het Gemeentelijke Werkbedrijf. Zij betalen uitsluitend voor de productiviteit die geleverd wordt. Ze lopen niet het risico vast te zitten aan medewerkers die ze niet aan het bedrijf willen binden. Stel iemand werkt 20 uur in de week in een bedrijf, maar levert een productie wat andere werknemers van het bedrijf in 10 uur doen, dan betaalt het bedrijf voor die 10 uur. In de huidige wet moet de productiviteit van iemand objectief worden vastgesteld in een loonwaarde. Dat gaat ongetwijfeld vervelende bureaucratie met zich meebrengen. En daar worden bedrijven al snel kopschuw van. In de nieuwe wet betaalt de werkgever het volledige loon van bijvoorbeeld iemand met een beperking, maar hij krijgt loondispensatie voor het deel tussen de loonwaarde en het minimum loon. De loondispensatie geldt echter voor 7 jaar. Wat er daarna gebeurt is afwachten. Zo moeten we het niet doen. Zo is het voor bedrijven erg onzeker. Het risico is voor een bedrijf te groot dat ze in de toekomst voor hoge kosten komen te staan. In het plan van het Gemeentelijke Werkbedrijf blijven mensen in dienst van het Gemeentelijke Werkbedrijf. De werkgevers lopen dus geen grote risico’s. De mensen worden gedetacheerd naar bedrijven en die betalen alleen voor de werkelijke productie! De waarde van die productie wordt niet bepaald op basis van een quasi objectieve loonwaardeberekening, maar komt tot stand door onderhandeling tussen het Gemeentelijke Werkbedrijf en een bedrijf dat iemand met een beperking een plek gunt. Voor bedrijven wordt het op die manier veel aantrekkelijker om iemand met een ‘vlekje’ een kans te geven!
Bont gezelschap
In het Gemeentelijk Werkbedrijf werkt een heel bont gezelschap. Heel veel verschillende mensen met verschillende vaardigheden, competenties, beperkingen, problemen en eigenaardigheden. In diverse gemeenten zal het Gemeentelijke Werkbedrijf de grootste werkgever worden in de gemeente. De organisatie zal opgesplitst zijn in deelbedrijven. Het principe van celdeling van Eckart Wintzen zal daarbij uitgangspunt zijn. Indien het aantal werknemers boven de 80 uitkomt wordt er een nieuwe cel gecreëerd. In het Gemeentelijke Werkbedrijf werken een aantal mensen die een salaris verdienen als was het een gewoon bedrijf, met dien verstande dat het hoogst betaalde salaris niet meer mag bedragen dan 5x het sociale minimum. Ook in het management kunnen mensen opereren die zelf of tijdelijk of blijvend geen passende baan kunnen vinden bij het Gemeentelijke Werkbedrijf. Ook gepensioneerden die nog 1 of 2 dagen in de week willen en kunnen werken kunnen participeren in het management van een onderdeel van het Gemeentelijke Werkbedrijf. Maar er zijn nog veel meer mogelijkheden. Waarom zouden mensen met een baan niet een paar uur in de week of in de maand een bijdrage willen leveren aan het Gemeentelijke Werkbedrijf. Wat zou het leuk zijn om een adviesraad samen te stellen met lokale ondernemers en mensen uit de wetenschap!
Het sociale minimum
Voor de bepaling van het salaris van een medewerker van het Gemeentelijke Werkbedrijf is het sociaal minimum leidend. Indien medewerkers een huishouden delen geldt de huishoudinkomenstoets. Wat is een redelijk sociaal minimum? Het zou goed zijn als de Tweede Kamer daar een keer een goede discussie over voert. Ik denk aan een opbouw zoals hieronder staat. Voor een volwassene tussen 27 en 67 jaar per maand:
| 1 | Huur woonruimte | 500 |
|---|---|---|
| 2 | Energie (gas, elektra) | 200 |
| 3 | Belastingen en verzekeringen | 100 |
| 4 | Zorgverzekering | 120 |
| 5 | Mediagebruik (TV, Krant, Telefoon, Internet) | 75 |
| 6 | Eten en drinken | 200 |
| 7 | Kleding | 75 |
| 8 | Vervoer | 50 |
| 9 | Vertier | 50 |
| 10 | Persoonlijke ontwikkeling | 50 |
| 11 | Persoonlijke verzorging | 25 |
| € 1.445 |
De huishoudinkomenstoets kan tot gevolg hebben dat de onderdelen huur, energie en eten en drinken gecorrigeerd worden. Dat zou kunnen tot maximaal 50%. Met andere woorden het sociale minimum komt dan te liggen tussen €995 en €1.445. Met deze aanpak van het sociaal minimum zou het systeem van huurtoeslag en zorgtoeslag kunnen worden afgeschaft. Mooie mogelijkheid om het rondpompen van geld tegen te gaan!
Het Gemeentelijke Werkbedrijf
Het Gemeentelijke Werkbedrijf kent eigen productiebedrijven, een detacheringsbedrijf, een vrijwilligerspool, een projectenbureau, een opleidingscentrum, een administratiebureau en een stafbureau. Voorbeelden van productiebedrijven zijn: een bedrijf voor tuin- en plantsoenonderhoudactiviteiten, een bedrijf voor schoonmaakwerkzaamheden en een bedrijf voor klusjes. Voor de schoonmaak is een mooi voorbeeld in Brabant. De gemeente Tilburg laat de schoonmaak van het gemeentehuis doen door mensen uit het SW-bedrijf. En niet snel tusen 17.00 en 19.00 uur ’s avonds, maar gewoon overdag. De hele dag lopen er schoonmakers rond in het gebouw. Iedereen ziet wie wat schoonmaakt. Je kunt schoonmakers een compliment geven of vragen om even extra aandacht te geven aan iets wat jij heel belangrijk vindt. Veel zelfstandige ouderen hebben vaak niet een klusser bij de hand. De klussendienst kan bestaan uit handige werklozen, maar ook uit vrijwilligers die dat werk gewoon heel leuk vinden. Een kleine vergoeding levert weer wat inkomsten op. Natuurlijk kan er protest komen van commerciële klussendiensten. Dat kan vermeden worden als goed gekeken wordt aan wie er diensten geleverd wordt. Het Gemeentelijke Werkbedrijf zit niet te wachten op conflicten met bedrijven. Het Gemeentelijke Werkbedrijf vult gaten, die anders niet gedicht worden! Het detacheringsbedrijf leent mensen uit aan bedrijven en aan de gemeente zelf. Externe klanten betalen voor de geleverde productiviteit, niet voor het aantal beschikbare uren. De vrijwilligerspool bestaat uit mensen die om wat voor reden niet eenvoudig plaatsbaar zijn bij bedrijven, maatschappelijke instituties en de gemeente zelf. Het stafbureau verzorgt alle administratieve beslommeringen van het Gemeentelijke Werkbedrijf. Met de mensen die in het projectenbureau komen wordt gekeken welke capaciteiten er beschikbaar zijn en welke diensten er geleverd kunnen worden aan wie? Het projectenbureau houdt zich ook bezig met ondersteuning van ‘werk naar werk trajecten’. In het Gemeentelijk Werkbedrijf komen ook mensen binnen die volledig geschikt zijn voor de arbeidsmarkt, maar die tijdelijk gebruik moeten maken van het Gemeentelijke Werkbedrijf. Voor deze mensen wordt een netwerk opgebouwd met bedrijven en ZZP’ers, die gespecialiseerd zijn in het helpen van mensen naar een nieuwe baan. In het Gemeentelijke Werkbedrijf zullen mensen met hele diverse achtergronden, ambities, temperamenten en mogelijkheden met elkaar samenwerken. Moeilijk? Ongetwijfeld, maar zoeken naar sterke kanten van mensen, appelleren op hun krachten is wel heel uitdagend!
Huidige Sociale Werkvoorziening
De huidige Sociale Werkvoorzieningen vallen nu al onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Vaak in intergemeentelijk samenwerkingsverband. Alleen de mensen die er werken vallen in een regeling die met Rijksgeld wordt gefinancierd. Er is zelfs een CAO (Collectieve Arbeids Overeenkomst). Die vormt een flinke sta in de weg om zaken anders te regelen. Anno 2012 zitten er ca. 100.000 mensen in de WSW (Wet Sociale Werkvoorziening). Het kabinet wil dit terugbrengen tot maximaal 30.000 in een zogenaamde ‘beschutte werksituatie’. Alle opgebouwde rechten blijven gehandhaafd, maar voor nieuwkomers ziet de wereld er wel heel anders uit. Het Gemeentelijke Werkbedrijf is een mooi alternatief. Voor de nieuwe gevallen geldt de CAO niet meer.
Mensen in diverse uitkeringsregelingen in 2011:****
Deze 23,3 miljard euro is het maximale bedrag. Als iedere werknemer van het Gemeentelijke Werkbedrijf het volledige sociale minimum krijgen. Door de huishoudinkomenstoets zal daar een deel vanaf gaan. Laten we aannemen dat er 20% vanaf gaat. Dan resteert er: 18,64 miljard euro. Het Gemeentelijke Werkbedrijf zal tenminste 40% in de markt moeten terugverdienen. In de huidige situatie met de WSW ligt de opbrengst op ongeveer 24%. Een groot aantal medewerkers van het Gemeentelijke Werkbedrijf zullen bijvoorbeeld fulltime werken in een bedrijf. Als het Gemeentelijk Werkbedrijf die doelstelling van 40% haalt dan resteert er nog: 11,2 miljard euro. De andere manier van werken in het Gemeentelijke Werkbedrijf levert een bezuiniging op voor het Rijk, maatschappelijk rendement en persoonlijke ontwikkeling!
Maatschappelijk aandeel in het Gemeentelijke Werkbedrijf
Het Gemeentelijk Werkbedrijf moet een prominente rol gaan spelen in de lokale samenleving. Bedrijven en individuen kunnen een deelneming nemen in het bedrijf. Daarmee krijgen ze een plek in de adviesraad. Bedrijven geven hiermee blijk van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Ze krijgen geen financieel rendement uit de deelneming, maar wel maatschappelijk. Tegenover grote deelnemingen kunnen speciale tegenprestaties staan, die uitgevoerd worden door medewerkers van het Gemeentelijke Werkbedrijf.
Anders kijken naar de WWNV
Gemeenten zien veel ellende op zich afkomen. Vooral als je de decentralisatie ziet als het voortzetten van regelingen, maar met veel minder geld. Een voorbeeld uit Leiden. Ik heb de gegevens van Leiden overgenomen uit het artikel van Marc Chavannes in de NRC van 14 april 2012. De gemeente Leiden is 42 miljoen euro kwijt aan het huidige SW-bedrijf, 28 miljoen aan salarissen, 7 miljoen aan gebouwen, machines enz. en 7 miljoen aan jobcoaches. In de nieuwe plannen van de WWNV verdwijnt 5,5 miljoen van het budget voor jobcoaches. Een werkplek in een SW-bedrijf kost ongeveer €27.000. De gemeente krijgt straks nog maar €22.000. En voor de overige mensen met een beperking krijgen de gemeenten €14.000 voor inkomen of uitkering en €2.000 voor re-integratie. Als je denkt dat je hetzelfde als nu moet gaan met heel veel minder geld, dan is het logisch dat je in paniek raakt als gemeente. En dan ga je maar één ding doen: protesteren bij de staatssecretaris en de leden van de Tweede Kamer. Je kunt echter ook je denkkracht inzetten om een nieuw stelsel te maken. Het Gemeentelijke Werkbedrijf doet daartoe een bijdrage. In het Gemeentelijke Werkbedrijf werken mensen met diverse beperkingen, maar ook mensen die even tussen twee banen leven. Mensen die al met pensioen zijn kunnen uitstekend ingezet worden in de nieuwe vorm van jobcoaching. Vrijwilligers die nu al actief zijn in de Thuisadministratie en in Maatjesprojecten kunnen hierbij ook een rol spelen. Lokale bedrijven die misschien geen plaats hebben voor mensen met een beperking in hun bedrijf willen misschien wel meehelpen in de adviesraad of een maatschappelijk aandeel nemen in het Gemeentelijke Werkbedrijf.
Haren
In de gemeente Haren broedt een gemeenteraadslid op de mogelijkheden om het idee van het Gemeentelijke Werkbedrijf met mensen uit het lokale bedrijfsleven, uit de wetenschap, uit de bankwereld en uit het lokale maatschappelijke middenveld te bespreken en te verbeteren. Het zou fantastisch als in de gemeente Haren het eerste Gemeentelijke Werkbedrijf gerealiseerd kan worden.
Michiel Verbeek, 15 april 2012


