Woensdag 8 augustus 2007 schreef J.A.A. van Doorn een uitstekend artikel over de kwesties Ehsan Jami en Geert Wilders in de NRC. Ik heb de redactie van de NRC gevraagd dit artikel iedere dag in de NRC te plaatsen zolang de kwesties de media bezighouden. Hieronder staat het artikel.
De niet onverdienstelijke hystericus Geert Wilders spint weer garen bij de zoveelste hetze
Ehsan Jami is het nieuwe bewijs dat de ware provocateurs van het islamitische geloof in ex-moslimkringen moeten worden gezocht. Met fataal gevolg voor de onderlinge verhoudingen, betoogt .
J.A. A. van Doorn
print artikel ****mail artikel
Ambitie is de jeugdige Ehsan Jami niet te ontzeggen. Vier maanden geleden stond deze hbo-student Bestuurskunde nog uitsluitend bekend als gemeenteraadslid voor de PvdA in Leidschendam-Voorburg, momenteel is hij bezig met de oprichting van een comité van ex-moslims, een film over afvalligheid en homoseksualiteit, een boek over de islam in Nederland en ontvouwt hij gedachten om de PvdA inzake de houding tegenover moslims eens flink op te schudden. Dit alles moet nú gebeuren, of, zoals hij het op 23 juni in Trouw liet weten: ‘No time to waste! Ik wil geen evolutie, ik wil een revolutie’.
Die revolutie, of wat hij daaronder belieft te verstaan, is niet anders dan een zo bot mogelijke aanval op de islam en in het bijzonder op de profeet Mohammed. Precies zoals Ayaan Hirsi Ali dat enkele jaren geleden op dezelfde plaats deed, noemde hij Mohammed een crimineel en een barbaar, een ‘verschrikkelijke man’, in staat je een mes in de rug te steken, iemand die, zou hij nu leven, te vergelijken is met Osama bin Laden of wijlen Saddam Hussein.
De tirades hebben hem op slag tot de jongste Bekende Nederlander gemaakt en hem de bewondering en steun van andere islamofoben bezorgd, onder wie Afshin Ellian, die als zijn beschermheer en woordvoerder optreedt. Ze hebben hem ook, volstrekt voorspelbaar en waarschijnlijk zo bedoeld, de haat van menig moslim bezorgd. Maar Jami staat voor zijn overtuiging. Als hij zijn strijd met de dood moet bekopen, zei hij op 2 juni in het radioprogramma De Ochtenden, dan moet dat maar. Ook bij andere gelegenheden meldde hij onvervaard bereid te zijn te sterven voor zijn ideaal.
Het is grootspraak gebleken. Na een paar verbale bedreigingen op straat durfde hij zijn huis nauwelijks meer uit en de venijnige agressie die hij afgelopen zaterdag van drie mannen ondervond, hebben hem ertoe bewogen op overheidsbeveiliging een beroep te doen. Hij zal zijn taal niet matigen, zij het van achter een cordon van veiligheidsbeambten.
Tussen de bedrijven door heeft hij het ongenoegen van zijn partij, de PvdA, gewekt, die er uiteraard voor is dat moslims het recht en de kans krijgen zonder bezwaar hun geloof te verlaten, maar die zeer terecht inziet dat grof schelden op wat moslims bovenal heilig is, alleen maar als een totaal ondoelmatige provocatie valt te waarderen.
De kans dat het comité van ex-moslims een gunstige start zal maken, is dan ook gering. Mede-initiatiefnemer Loubna Berrada, die zeven jaar geleden de islam de rug toekeerde, legde haar bestuursfunctie meteen in mei al neer met als motivering dat iemand die de profeet beledigt, door moslims niet meer serieus wordt genomen. Salima Belhaj, D66’er en binnenkort zakelijk leider van het kunstcentrum De Appel, worstelt al langer met het islamitisch geloof en juicht daarom het comité toe, echter op voorwaarde dat Jami zich matigt: hij neemt het niet op voor niet-gelovigen maar geeft alleen maar af op mensen die wel geloven. Maar Jami is niet voor rede vatbaar. Peter Scheffer, oud-voorzitter van de Jonge Socialisten in Den Haag, constateerde al jaren geleden dat over integratie van allochtonen niet met Jami valt te praten: hij kent alleen zijn eigen verhaal en vindt dat die integratie door de overheid moet worden afgedwongen.
Van enige afstand bezien, biedt de affaire-Jami het zoveelste voorbeeld van iemand die een geloofscrisis doormaakt en daarmee niet in het reine weet te komen. Eerder maakten we dat mee bij auteurs als Maarten ’t Hart en Jan Wolkers, die ook na vele jaren nog altijd worstelen met een persoonlijk besluit dat blijkbaar alleen is te verteren door er een zo groot mogelijk publiek bij te betrekken. Het is een soort van binnenstebuiten gekeerde orthodoxie die van onvolwassenheid getuigt, van een onvermogen zich uit het verleden los te maken.
De ellende is dat juist deze onvermoeibare demonstratie van afkeer van wat men eens geloofde, op de gelovigen die men probeert te bereiken alleen maar afstotend en vaak in hoge mate provocatief werkt. Precies zo is het gesteld met de weinige Nederlandse ex-moslims die alle begrip voor wat zijzelf eerder beleden, zijn kwijtgeraakt en nu proberen te figureren als unieke ‘verlichte’ geesten terwijl hun bekrompenheid en fanatisme ongebroken blijken te worden gehandhaafd. Dat ze op die manier tegen de bierkaai vechten, is hun niet bij te brengen. Het blijven ‘gelovigen’.
Het is dan ook niet toevallig dat de controverse tussen moslims en ex-moslims nauwelijks in de kring van de autochtone Nederlanders leeft, afgezien natuurlijk van onderbuikspecialist Geert Wilders die niet onverdienstelijk voor hystericus speelt om de aandacht vast te houden. Maar de ware provocateurs moeten in ex-moslimkring worden gezocht, met fataal gevolg.
Al onze vaderlandse inspanningen om de nieuwe Nederlanders van de fundamentele waarde van tolerantie te doordringen, worden consequent gebruskeerd door immigranten die elke gelegenheid te baat nemen om het begin van een hetze tot een uitslaande brand aan te blazen. De manipulatie van Ehsan Jami is het laatste voorbeeld.
In de afgelopen tijd leek er in de verhouding tussen autochtonen en allochtonen enige ontspanning te zijn opgetreden, in ieder geval een begin van stilzwijgend wederzijds begrip. De nieuwe rel die nu is ontstaan – of beter: die bewust is uitgelokt en naar vermogen wordt geëxploiteerd – dreigt ons weer een paar jaar terug te zetten.
Onze democratie blijkt kwetsbaarder dan we hebben gedacht. Het wordt tijd dat het gezond verstand zich wat steviger gaat uitspreken.
_J.A. A. van Doorn is oud-hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Van zijn hand verscheen onlangs ‘Duits socialisme: Het falen van de sociaal-democratie en de triomf van het nationaal-socialisme’. _


