Erop af is de prikkelende titel van het boek van Jos van der Lans over vernieuwing van het sociaal werk. Jos van der Lans is cultuurpsycholoog en publicist.
En voorzitter van de Stichting Eropaf! Ik heb van der Lans alweer ruim een jaar geleden gehoord op een symposium in Groningen. Ik vond dat toen zeer de moeite waard. Heb toen vrij snel daarna zijn boek gekocht, maar nu pas gelezen. Het biedt een mooie reis door de wereld van het sociale werk. Aan de hand van mijn onderstrepingen en opmerkingen in de kantlijn loop ik puntsgewijs door het boek.
1. Er is nieuwe kordaatheid in de samenleving. Problemen zo snel mogelijk uit de wereld helpen. Geen soft gedoe, maar streng optreden en vooral streng straffen. Met die tendens opent het boek. Van der Lans geeft vervolgens aan dat het de kunst is om kordaatheid en mededogen te combineren.
2. Van der Lans geeft gezicht aan diverse werkers in het veld. De goede frontliniewerkers laten zich vangen door het begrip: compassie. De mix van overtuiging, vastberadenheid, doorzettingsvermogen en vertrouwen in mensen voor wie je het doet.
3. Herman Milikowski wordt aangehaald. De ‘onderlaag’ moet zich niet verplicht aanpassen aan de ‘bovenlaag’ alsof zij het patent hebben op de ‘juiste levenswijze’. Volgens Milikowski is onaangepast gedrag het beste startpunt voor mensen om zich op eigen kracht te kunnen emanciperen. Daarom zijn Lof der onaangepastheid. Je moet niet naar de slachtoffers kijken, maar naar de ‘veroorzakers’. Niet de mensen maken problemen, maar de samenleving maakt problematische mensen.
4. In de organisatorische modernisering wordt volgens Geert van der Laan een reeks ontkoppelingen doorgevoerd. De ontkoppeling van deel en geheel, van professional en organisatie, van beleid en uitvoering, van denken en doen, van generalist en specialist.
5. Er is sprake van frontlinieverwaarlozing. De docent verruilt graag het klaslokaal voor een leidinggevende functie. De puike verpleegster wordt teamleidster. Het basishandwerk wordt financieel ondergewaardeerd.
6. We hebben frontprofessionals nodig. Deze professionals zijn streetwise.
7. Kerend tij: in de periode 1945-1965 was er sprake van bevoogding (er boven op). In 1965-1985: identificatie (er naast), in 1985-2002 de tijd van distantie (er vandaan) en vanaf 2002 de tijd van betrokken professionaliteit (er op af).
8. Succes in de hulpverlening ontstaat bij de balans tussen controleren en hulpverlenen, tussen vertrouwen winnen en gezag uitoefenen, tussen corrigeren en stimuleren en tussen vooruithelpen en tegenspreken.
9. De nieuwe stijl welzijn kenmerkt zich door: vraaggericht, uitgaan van eigen kracht, direct op problemen afgaan, geen vrijblijvendheid en ruimte voor de kennis en kunde van de professional.
10. Mooie voorbeelden van hulpverlening vindt van der Lans de teamaanpak van Buurtzorg voor thuiszorg en de Thomashuizen in de gehandicaptenzorg.
11. In het hoofdstuk ‘verbinden als professionele kunde’ komt de socioloog Robert Putman aan de orde. Zijn bridging heeft te maken met het op gang brengen van een proces van ergens bij aanhaken. Bij een activiteit, een doel, een ontsnapping aan het leven zoals dat vast is gelopen. Daarvoor hebben mensen in moeilijke situaties hulp nodig.
12. Het Kieran McKeown model. Wat draagt bij aan verandering ten goede van cliënten? Voor 40% de sociale omgeving, het netwerk van naasten en familie. Voor 15% de methoden van hulpverlening. Voor 30% de relatie cliënt-professional. En voor 15% de verwachtingen van de cliënt.
13. In het kader van de Wmo (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) noemt van der Lans het onderzoek van Lilian Linders over vraagverlegenheid. Terwijl het netwerk juist grote hulpbereidheid toonde aarzelen mensen om stappen te zetten.
14. Theodore Dalrymple komt aan de orde in het hoofdstuk over ‘eigen kracht’. Van der Lans is het zeker niet met alles van Dalrymple eens, maar hij memoreert een interessante observatie van Dalrymple: nihilistisch en of zelfdestructief gedrag komt omdat mensen niet weten hoe ze moeten leven!
15. De Eigen Kracht Conferentie is een mooi instrument om de directe omgeving van mensen in problemen de kans te geven om hulp te bieden. Op kleine schaal krijgen collectieve waarden vorm. Mensen krijgen de kans hun sociaal kapitaal te mobiliseren. Publicist Pieter Hilhorst is de bedenker van het begrip: samenredzaamheid.
16. Sociale werkers onderscheiden zich niet door specialistische kennis, maar juist door wat je meer generieke kennis en soms gewoon mensenkennis zou kunnen noemen.
17. De Wmo: van garagehouder naar wegenwacht. Van naar de professional toe naar langskomen bij iemand om die weer op gang te helpen. De gemeente is een groot tankstation, een plek waar mensen elkaar voortdurend in allerlei verbanden kunnen ontmoeten.
18. In de nieuwe Wmo praktijk moet het controledenken worden doorbroken.
19. Van der Lans sluit af met 10 hervormingsprincipes:
1. Gemeenten moeten de veranderingsmacht grijpen.
2. Organiseer een krachtige eerste lijn.
3. Vervang institutionele zorg voor sociale zorg.
4. Breng beroepsopleidingen bij de les.
5. Het nieuwe sociaal werk is opgebouwd uit maatschappelijk werken samenlevingsopbouwwerk.
6. Een toonaangevende beroepsorganisatie voor sociaal werkers is broodnodig.
7. Dwing professionals hun vak bij de houden.
8. Laat professionaliteit rijpen.
9. Eigen kracht eerst.
10. Minder pretentie, meer ambitie. Niet alles kan!
Michiel Verbeek, 25 februari 2012
__


