In de Europese Gemeenschap is er een adviesorgaan die de Brusselse voorstellen beziet door de ogen van regio's en gemeenten. Dit orgaan is het Comité van de Regio's. Er zijn vanuit alle EG landen leden en plaatsvervangende leden. De Nederlandse delegatie bestaat uit 12 leden en 12 plaatsvervangende leden waarvan de helft uit de provinciale hoek (gedeputeerden) en de helft uit gemeentelijke hoek (vooral burgemeesters en een enkele wethouder). Ik ben plaatvervangend lid en vast lid van één van de commissies binnen het Comité, de commissie Transport. In deze commissie gaat het behalve over wegen, spoor, havens en luchtvaart ook over de elektronische snelweg en de informatiemaatschappij.
Commissie Transport
Op 4 februari 2000 was er een vergadering van de commissie 3. De werkwijze in het Comité is heel anders dan zoals wij werken in Den Haag of in de gemeente. De Europese Commissie maakt een nota over een bepaald onderwerp. Bijvoorbeeld over 'luchtvervoer en milieu'. Voor sommige onderwerpen is de Europese Commissie verplicht een advies te vragen. Het Comité kan ook nog ongevraagde adviezen geven. Zowel de commissie Transport als de commissie Milieu van het Comité van de Regio's geeft over dit rapport een advies. Bij voorkeur wordt het een gezamenlijk advies. De werkwijze is zo dat een lid uit de commissie Transport gevraagd wordt om een advies voor te bereiden. Hij of zij moet dan zelf ondersteuning organiseren. Om de discussie maximaal te beïnvloeden is een rapporteurschap zeer belangrijk, maar niet eenvoudig om uit te voeren. In de Nederlandse delegatie hebben eigenlijk alleen de provinciale vertegenwoordigers en de vertegenwoordigers van de grote steden (bijvoorbeeld burgemeester Opstelten van Rotterdam en wethouder Krikke van Amsterdam) vaste medewerkers voor Brusselse aangelegenheden. De overige gemeentelijke vertegenwoordigers moeten terugvallen op ondersteuning van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) of moeten de ondersteuning elders zoeken. Het is voor die vertegenwoordigers vrijwel ondoenlijk een rapporteurschap waar te maken. Voor een bestuurder vanuit onze regio betekent het Comité een forse aanslag op de tijd, maar is het wel de moeite waard om in een vroeg stadium behoorlijk geïnformeerd te worden over Brusselse wet- en regelgeving. En wie denkt dat Brussel in het ontwikkelen van beleid achter loopt heeft het voor veel kwesties volstrekt aan het verkeerde eind!
Brussel en een vooruitstrevend milieubeleid
Het is onmogelijk in Brussel door de grote hoeveelheid talen een spannend fel te debat te organiseren. Iedere bijdrage moet immers eerst vertaald worden. Dat heeft ook weer z'n voordelen. Je moet naar elkaar luisteren en heel beheerst en duidelijk argumenteren om te voorkomen dat je bijdrage verkeerd vertaald wordt. Een voorbeeld van progressiviteit van Brussel is de mededeling van de Europese Commissie over 'luchtvervoer en milieu'. In dit document wordt geconstateerd groeitempo van luchtvervoer harder gaat dan het tempo van verbeteringen op milieugebied. Dat is voor de Europese Commissie een onaanvaardbare trend. Onder het motto van 'de beste wordt beloond - de slechtste wordt gestraft' stelt de Europese Commissie acties voor. De commissie Transport was enthousiast over het zeer kritische rapport. In de ogen van de commissie is een 'status-quo' niet voldoende. De overlast moet verder teruggedrongen worden! Er ontspon zich een discussie over heffingen en belastingen en de handel in emissierechten (rechten voor milieubelasting). In het voorstel van de Europese Commissie staan voorstellen voor kerosinebelasting en belasting op tickets. De rapporteur vreesde dat deze maatregelen zouden kunnen worden gebruikt om vervuiling af te kopen. Zelf heb ik bepleit dat dit soort maatregelen nodig zijn om alternatieve vervoersmogelijkheden een betere concurrentiepositie te verschaffen. Op dit moment wordt de luchtvaart financieel zwaar bevoordeeld boven andere vervoersmogelijkheden. Andere belangrijke punten uit het advies worden de noodzaak van zogenaamde SMART-doelen te formuleren. Smart staat voor het formuleren van doelstellingen in concrete, meetbare doelen. De tijd van vrijblijvende mooie woorden is voorbij! Er moet een standaardlawaaibelastingindex komen. Dit prachtige scrabble woord staat voor een éénduidige methode van het berekenen en meten van geluidsbelasting, die de vergelijkbaarheid bevordert. Na zogenaamde hoofdstuk 2 vliegtuigen (lawaaimakers die vanaf 2002 niet meer mogen vliegen) zijn hoofdstuk 3 vliegtuigen aan de beurt om op termijn verboden te worden. Dit bevordert het investeren in technologische vernieuwing. Tot slot noem ik maatregelen in de ruimtelijke ordening. Indien luchthavens ruimte krijgen voor uitbreiding heeft dat consequenties voor de mogelijkheden voor bouwen van woningen en bedrijventerreinen. En omdat de geluidsoverlast van luchtverkeer en luchthavens vaak buiten de zones plaatsvindt zijn acties op het terrein van de ruimtelijke ordening geboden!
Oproep om een bijdrage te leveren
In mei komt er een tweede discussieronde over het onderwerp 'luchtvervoer en milieu'. Lezers van deze column, die interesse hebben in de nota of een inhoudelijke bijdrage hebben op dit onderwerp nodig ik graag uit om mij daarover te mailen: m.verbeek@wxs.nl


