Meer actie voor een duurzame ontwikkeling
In de verkiezingscampagne is terecht veel aandacht voor problemen op de terreinen onderwijs, zorg, veiligheid en mobiliteit. Oplossingen zullen gevonden moeten worden tegen de achtergrond van een duurzame ontwikkeling. Het nieuwe kabinet zal een visie moeten ontwikkelen op duurzame ontwikkeling waaraan alle beleidsvoorstellen worden getoetst. Het thema van de verzoening van economische groei en vermindering van milieubelasting verdient een veel hogere plek op de politieke agenda. Een staatssecretaris voor duurzame ontwikkeling die rechtstreeks onder de minister president valt zou een goede 'aanjager van vernieuwing' kunnen zijn.
Voor een gezonde en welvarende toekomst is evenwichtige aandacht voor de economische, sociale- en de ecologische ontwikkeling van de samenleving essentieel. Aandacht betekent investeren en investeren betekent geld besteden. Daarvoor is economische groei nodig. Maar een toename van de welvaart betekent ook meer mobiliteit, meer productie, meer afval. De prijs voor economische groei zou minder landschap, minder natuur en meer broeikaseffect kunnen betekenen. Maar als duurzame ontwikkeling een belangrijke pijler vormt van het volgende regeerakkoord, hoeft dat niet.
Duurzame ontwikkeling als uitgangspunt betekent een einde aan verkokerd overheidsbeleid. Maar ook dat bedrijven en individuen verantwoordelijkheid kunnen nemen en keuzes kunnen maken. De 'groene D66-ers’ willen de aandacht voor duurzame ontwikkeling toespitsen op een aantal concrete punten. Soms samen met organisaties als Milieudefensie, Stichting Natuur en Milieu, het COS (Centrum voor internationale samenwerking) en de Novib. Maar soms loopt D66 'voor de troepen uit'.
1. Eerlijke handelsafspraken. Ontwikkelingslanden moeten de kans krijgen om hun producten af te zetten op de wereldmarkt, maar mogen tot een zeker niveau hun eigen markten afschermen voor wereldmarktspelers. Op die manier kunnen ontwikkelingslanden hun economieën echt versterken. Naast handelsliberalisering moeten grondrechten, consumentenbescherming, dierenwelzijn en duurzame ontwikkeling onderdeel worden van de internationale politieke agenda.
2. Bedrijven moeten geprikkeld worden om openbare rapportages op te stellen waarin milieu-effecten en sociale consequenties van de productiemethoden inzichtelijk worden gemaakt. Grote bedrijven moeten naast de presentatie van de jaarlijkse omzet- en winstcijfers, verantwoording afleggen over de gerealiseerde milieurendementscijfers. Een algemeen aanvaardbare 'duurzaamheidsmeetlat' zou het begrip Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen meer inhoud kunnen geven!
3. Nederland dient het ambitieniveau met betrekking tot de inzet van duurzame energie te verhogen. Het moet mogelijk zijn om in 2010 in 10% van onze energiebehoefte te voorzien vanuit echt duurzame bronnen. Voor overheidsinstanties moet 20% haalbaar zijn.
4. Een nationaal 'natuuroffensief' is nodig door intensivering van natuurbescherming en de realisatie van 10 nieuwe natuurgebieden.
5. Milieukosten van vervuiling, het onttrekken van grondstoffen en het inzetten van energie moeten sterker in de prijs van producten tot uiting komen. Biologische en ecologische productie en collectief vervoer krijgen zo de kans zich verder te ontwikkelen.
6. Openbaar vervoer moet en kan veel beter. Een technologische vernieuwing als de magneetzweefbaan moet serieus worden overwogen. Een deel van de opbrengsten van de kilometerheffing zou in een fonds voor hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) gestopt moeten worden. Hieruit zouden experimentele plannen op het gebied van HOV medegefinancierd kunnen worden. Denk aan een experiment met gratis openbaar vervoer zoals in het Belgische Hasselt. Of aan “De Opstapper”, een flexibele wijkbus in het centrum van Amsterdam.
7. Het Rijk en de provincies moeten zich inspannen om te komen tot provinciale duurzaamheidscentra. Een één-loket functie met informatie voor particulieren en bedrijven in het midden- en kleinbedrijf die een bijdrage willen leveren aan een meer duurzame samenleving.
8. Voor de consument moet het aantrekkelijker worden om energiezuinige producten te kopen. Vanwege de papieren rompslomp laten veel consumenten de aankoop van energiezuinige producten achterwege. De energiepremies moeten voor de consument direct in mindering gebracht worden van de prijs en de winkelier moet het verschil digitaal kunnen opvragen bij de overheid.
9. De overheid moet samen met het bedrijfsleven breedband aanleggen tot iedere woning.
10. Het Rijk moet Hogescholen uitdagen om programma's te ontwikkelen voor een belangrijke medewerker van de toekomst: de duurzaamheidsconsulent. Naast de Arbo deskundige (arbeidsomstandigheden), de HRM specialist (Human Resource Management) en de kwaliteitzorgcoördinator zal over enkele jaren de duurzaamheidsconsulent een normaal verschijnsel zijn. Die moeten dus nu opgeleid worden!
Investeren in een duurzame ontwikkeling vraagt politieke wil. En geld. Investeringen in natuurontwikkeling en de kennissamenleving moeten daadwerkelijk afgewogen worden tegen investeringen in rails en wegen. Dat kan door de fondsen voor infrastructuur en economische structuurversterking te vervangen door een Investeringsbegroting Duurzame Economie en Ecologie (IDEE). Om de balans te herstellen willen wij 700.000 euro per jaar extra investeren in natuur en milieu. Daarnaast is het tijd voor een ‘groene norm’: bij een hogere economische groei dan gepland wordt automatisch een extra bedrag toegevoegd aan het budget voor natuur en milieu. In de periode 2002-2006 moet de 'groene norm' net zo’n prominente rol gaan spelen in het beleid als de 'zalmnorm'.
Amsterdam, Hein Westerouen van Meeteren
Zaltbommel, Frits van der Schans
Groningen, Lia de Ridder
Haren, Michiel Verbeek
(allen kandidaat kamerlid voor D66)
Voor nadere informatie:
Michiel Verbeek
Oude Middelhorst 55
9753 BR Haren
06 53788379
m.verbeek@wxs.nl
www.michielverbeek.nl
Haren, 28 april 2002


