De cijfers zien er niet goed uit. Kijk zelf maar. Verhogen van het noodfonds is waarschijnlijk al niet meer voldoende. Er moet een grotere politieke stap gezet worden. Dat kan als de Europese landen komen tot meer politieke eenheid door hun begrotingstekorten gezamenlijk te financieren via de Europese Centrale Bank (ECB) middels Euro-obligaties.
Financiële crisis naar landencrisis**
**
****In augustus 2011 zitten we opnieuw volop in de nasleep van de economische recessie. In het voorjaar van 2007 kondigde de grote economische recessie zich aan op de huizenmarkt in de Verenigde Staten (VS). Door de problemen in de huizensector ontstonden er problemen op de obligatiemarkt, die voor een groot deel gebaseerd was op de hypotheken. In september 2008 werd een mondiale recessie een feit met het omvallen van de Lehman Brothers bank. Dit had een ongekend domino-effect. Een run op banken en het tot stilstand komen van het interbancaire geldverkeer. Het onderlinge vertrouwen was weg. Het financiële systeem dreigde in elkaar te storten. Dankzij snel en adequaat optreden van de Amerikaanse- en de hechte samenwerking van de Europese overheden werd het financiële stelsel ondersteund en werd een catastrofe voorkomen. De grote klappen in de financiële wereld hadden hun consequenties in de reële economie. Diverse sectoren hebben het heel erg moeilijk gehad in 2009 en ook in 2010. In de loop van 2010 en in het begin van 2011 neemt de economische ontwikkeling weer toe. De bancaire sector is door de hulp van de overheden weer aardig hersteld. Dat blijkt uit de snelheid waarmee financiële instellingen hun schulden aan de overheid terugbetalen. Dat betekent echter niet dat de overheden met de terugbetalingen ook weer snel hersteld zijn. Door de terugval van de economie blijven de consumentenbestedingen achter en dus ook de belastinginkomsten. De overheden hebben ook steun gegeven aan sectoren in de reële economie en die betalen niet zo snel weer terug. Gevolg: sterk oplopende staatsschulden. Vanuit een economisch perspectief is het heel verstandig geweest van de overheden om uitgebreide steun te verlenen. Als het bedrijfsleven en de consumenten het laten afweten in de economie, dan is het de taak van de overheid om bij te springen. Om een forse krimp van de economie te voorkomen. De wereldeconomie moest de tijd krijgen om weer te herstellen van het inzakken van een volledige verdieping van het economische huis. Indien de Westerse landen goed kunnen profiteren van de opkomende economieën als China, India en Brazilië, dan is economisch herstel zeer aannemelijk.
Overheidsschulden
De overheden in de Westerse wereld konden er niet aan ontkomen om financieel bij te springen toen de financiële sector dreigde onderuit te gaan. Alleen een overheid kan dat op een zo grote schaal doen. Na deze ingreep moest er tijd gegund worden aan bedrijven om de economische ontwikkeling weer op gang te brengen. Dat ging moeizaam, omdat bedrijven geld nodig hadden om te ondernemen en de financiële sector scherpere eisen moest stellen omdat er minder middelen beschikbaar waren. Een langzame weg naar boven lag in het verschiet. Overheden die zich flink in de schulden hebben gestoken moesten hopen op een economisch herstel vanuit de bedrijvensector. Als dat herstel op gang zou komen, zouden de overheden langzaam aan weer meer belastinginkomsten krijgen en zouden de schulden weer teruggebracht kunnen worden. Dit scenario werd ruw verstoord door de problemen van Griekenland. De schuldpositie van Griekenland bleek groter te zijn dan mocht worden aangenomen op basis van de officiële cijfers. Uit onderzoek bleek al snel dat de Grieken hadden geknoeid met cijfers. Dit gegeven zou vervolgens een flink domino-effect hebben. De focus op economische groei en langzaam omhoog krabbelen uit het dal werd in de financiële wereld vervangen door angst voor landen die onder het juk van de hoge schulden zouden bezwijken. Na Griekenland kwam Ierland in de problemen. En vervolgens werd er gevreesd voor en gespeculeerd op problemen voor Spanje, Portugal en Italië.
VS
Terwijl de Europese overheden bezig zijn met hun strijd tegen de nervositeit van de financiële markten gaat er ook iets mis aan de andere kant van de plas. De Amerikaanse overheid loopt aan tegen het wettelijke plafond van de schuldpositie van de overheid. De Democraten willen het plafond verhogen om de financiering van schulden veilig te stellen. De Republikeinen zien hun kans schoon om Barack Obama tot het uiterste te tergen. Vlak voor het bereiken van de schuldlimiet bereiken de politieke rivalen een compromis. Het plezier van het bereiken van het compromis werd een dag later al weer verstoord door de afwaardering van de kredietwaardigheid van de VS door het ratingbureau Standard & Poor’s. Van de hoogste AAA-status gaat de VS naar de AA-plus status. De financiële markten zijn bang voor nieuwe problemen in de VS door de politieke rivaliteit tussen de Republikeinen en de Democraten.
Politiek dilemma
De problemen in Griekenland hebben de focus in Europa verlegd van gezamenlijk werken aan economische groei naar onderling gedoe en proberen de financiële markten gerust te stellen met kleine stapjes. Die kleine stapjes zijn nodig om te voorkomen dat er teveel tegenstand gemobiliseerd wordt in landen die eigenlijk de Griekse problematiek niet als een gezamenlijke problematiek zien. Onze minister van Financiën, Jan Kees de Jager, zie je op televisie worstelen met het dilemma van de economische noodzaak om de Grieken binnen boord te houden en de groeiende tegenstand in eigen land van partijen als SP en PVV en een groeiende groep economen en andere deskundigen!
Een paar conclusies naar aanleiding van de bovenstaande cijfers:
1. De Grieken zullen onder de huidige omstandigheden zonder hulp ‘verzuipen’. Of ze stappen uit de eurozone en een groot deel van de schulden wordt afgeschreven of de Grieken profiteren van een lage rente op leningen door een gezamenlijke Europese aanpak. Het eerste scenario is erg gevaarlijk, omdat dat weer een domino-effect kan veroorzaken bij vooral Duitse- en Franse banken.
2. De VS kan de zware schuldenlast dragen, vanwege het perspectief van een vitale economie.
3. Nederland staat er zeer behoorlijk voor in vergelijking met de Europese grootmachten.
4. De Europese landen zijn gedwongen om een Europees blok te vormen op de financiële markten. Teveel Europese landen moeten al te hoge rentes betalen voor hun staatsobligaties. Dat blijkt uit de rentes op de 10-jaars obligaties. Daarmee vergroten ze hun begrotingstekorten en hun staatsschulden. Zouden ze dat compenseren met zeer ingrijpende bezuinigingen, dan is de kans groot dat ze de broze economische groei om zeep helpen. De begrotingstekorten kunnen worden verkleind bij lagere rentekosten. Die kunnen gerealiseerd worden als alle Europese landen gezamenlijk hun begrotingstekorten gaan financieren. Van de grote landen betaalt Duitsland nu zo’n 2,54% aan rente voor 10-jaars Staatsobligaties. Bij een gezamenlijk optreden op de financiële markten hoeft dat niet veel hoger te worden dan 2,7% of 3%. Dat levert voor Duitsland substantieel hogere kosten op, maar dat zal gecompenseerd worden door omzet in de rest van de EU. Waar ook Duitsland van kan profiteren.
5. De cijfers van Japan zijn uiterst interessant. Een enorme schuld, maar ze kunnen blijkbaar nog steeds voor weinig rentekosten lenen. Er is in de financiële markten blijkbaar nog wel veel vertrouwen in de kracht van Japan.
6. Spanje heeft vooral een gigantische werkloosheid. En daardoor een slechte begrotingspositie. Spanje zou ook enorm geholpen zijn met een gezamenlijke financiering van de begrotingstekorten. De huidige hoge rente op leningen kan dan fors verlaagd worden en dat zou heel plezierig zijn voor het Spaanse begrotingstekort.
7. Italië heeft een hogere schuld dan Spanje, maar een betere begrotingspositie. Ook Italië zou enorm gebaat zijn met een Europese financiering van het begrotingstekort. Ook Italië betaalt nu een veel te hoge rente.
8. Als de Europese Gemeenschap aldoor in kleine stapjes individuele landen probeert te helpen dan zal na iedere steunactie het volgende probleem zich voordoen. Na Spanje, Italië en Portugal zal volgens de cijfers zeer waarschijnlijk Frankrijk in de problemen komen. En dan is er geen houden meer aan!
9. China is in de positie om op tegen de achtergrond van Europese- en Amerikaanse problemen de posities in de wereld enorm te versterken! Dat is onherroepelijk gaande!
Conclusie
De enige oplossing voor Europa is een gezamenlijke financiering van de huidige begrotingstekorten. Met de uitgifte van Euro-obligaties zal er een hechtere politieke- en financiële eenheid gaan ontstaan in het EU-gebied. Gebeurt dit niet dan zullen na de hulp aan Griekenland en Ierland de volgende probleemlanden zich aandienen. Dat zullen zijn: Spanje, Italië en Portugal. Daarna zullen Frankrijk en België aan de beurt zijn. Zeer waarschijnlijk zal een verhoging van het Europese noodfonds ook geen soelaas meer bieden. Daarvoor is het te laat. Als Spanje en Italië fors in de problemen, dan zal het noodfonds snel op zijn en dan zal de ellende doorgaan met Frankrijk. Duitsland en Nederland zijn momenteel de dwarsliggers in Europa voor de onvermijdelijke oplossing van gezamenlijke Euro-obligaties. Zij moeten hun standpunt wijzigen. Zij kunnen zich niet permitteren om de afbrokkeling van Europa te laten plaatsvinden. In deze hachelijke situatie voor de EU is een mooie rol weggelegd voor de nieuwkomers in de EU. Zij staan er financieel niet zo slecht voor als de oud-gedienden in de EU. Laten zij het voortouw nemen om ervoor te zorgen dat Duitsland en Nederland het roer omgooien en de weg vrijmaken voor meer politieke- en financiële eenwording in Europa. Anders lijkt een double dip vrijwel onvermijdelijk te zijn!
Michiel Verbeek
9 augustus 2011


