Minister van Binnenlandse Zaken, Ronald Plasterk, wordt van alle kanten belaagd over het wetsontwerp voor de herindeling van Groningen, Ten Boer en Haren. Kan het wel of niet op basis van de lichte samenvoeging?
De provincie Groningen heeft op 20 december 2016 het Herindelingsadvies gepubliceerd en doet minister Ronald Plasterk het voorstel om de lichte samenvoeging toe te passen voor de herindeling Groningen, Haren en Ten Boer (GHTB). In dat geval wordt de gemeente Groningen ongeroerd gelaten en worden de gemeenten Ten Boer en Haren opgeheven. De minister zal zijn eigen aanvullende kader erbij pakken en nagaan of de plannen van de provincie Groningen voldoen aan de twee voorwaarden. Deze zijn:
-
Er is overeenstemming tussen de gemeenten.
-
Er zijn afspraken over de rechtspositie van het personeel.
Dan leest de minister de zienswijze van de gemeente Haren en de brief van 21 september 2016 van Haren aan Gedeputeerde Staten en leest dat de gemeente Haren niet akkoord is met de lichte samenvoeging. Wat staat er precies in de brief van 21 september? Daar staat: ‘Dit alles betekent dat de conclusie dat Haren akkoord zou zijn met de lichte samenvoeging niet getrokken kan worden’. De minister kan niet anders concluderen dat hij geen wetsontwerp naar de ministerraad en daarna naar de Tweede Kamer kan sturen uitgaande van de lichte samenvoeging. Toch wil minister Plasterk wel weten waarom de provincie Groningen denkt toch aan het criterium 1 te kunnen voldoen. Plasterk heeft net de lichte samenvoeging aan de hand gehad bij de herindeling van Leeuwarderadeel en een deel van Littenseradiel en van Südwest-Fryslan voor het andere deel van Littenseradiel. Alle betrokkenen daar stemden in met de lichte samenvoeging. Wat leest Ronald Plasterk in de stukken van de provincie Groningen? In het verslag van het open overleg van 19 juli 2016 staat: het college van Haren heeft vanuit inhoudelijk oogpunt begrip voor het voorstel van de lichte samenvoeging. Als de Eerste Kamer instemt met het wetsvoorstel tot herindeling, kan het college zich goed vinden in deze gedachte. De minister peinst en vraagt zich af: moet ik dit nu zwaarder laten wegen dan wat de gemeente zelf in de brief van 21 september 2016 schrijft?
Hoe zit het met het tweede criterium? Is er een personeelsconvenant? Ja, die is er, maar door wie opgesteld? Op 20 december 2016 hebben Groningen en Ten Boer een personeelsconvenant ondertekend. ‘Hoe zit het met de derde gemeente?’, zal Plasterk zich afvragen. Het college van B&W van Haren heeft niets ondertekend en heeft het personeelsconvenant voor kennisgeving aangenomen. Welke argumentatie levert de provincie voor dit punt? De gemeenten Groningen en Ten Boer hebben samen met de verbindingspersoon voor Haren, Marga Kool, en de Ondernemingsraad van het personeel van de gemeente Haren het convenant opgesteld. Plasterk zal denken: mevrouw Kool heeft geen enkel mandaat van het gemeentebestuur, nog van de inwoners van Haren. En kan ik mijn criterium voor de lichte samenvoeging laten bepalen door de OR van een van de gemeenten in plaats van het gemeentebestuur? Er is wel een afspraak gemaakt over een personeelsconvenant, maar niet door alle betrokken gemeentebesturen. In de regeling staat niet expliciet dat alle gemeentebesturen het personeelsconvenant moeten ondertekenen, maar het is ongetwijfeld wel altijd de bedoeling geweest van de regeling. Criterium 2 is daarmee onduidelijk, maar criterium 1 is wel duidelijk. Ronald Plasterk kan geen wetsontwerp maken met een lichte samenvoeging. Het zal een wetsontwerp moeten worden voor een gewone herindeling.
--afbeelding verwijderd--
Michiel Verbeek, 24 december 2016


