De uitverkoop van Nederland valt reuze mee!

Het boek De uitverkoop van Nederland van NRC-journalist, Menno Tamminga, wordt gretig aangehaald door politici die vinden dat de energiebedrijven Nuon en Essent niet in buitenlandse handen hadden mogen komen en die angst hebben voor de globalisering. Ook columnist bij Buitenhof, Jos de Beus, zag in het boek goede ondersteuning voor zijn aanklacht tegen het neo-liberalisme en de teloorgang van het Oranjegevoel doordat grote Nederlandse bedrijven in buitenlandse handen komen. Ik heb het boek gelezen en het valt me erg tegen. Het is prettige lectuur voor PVV’ers en SP’ers! Zij zien voldoende aanknopingspunten om de nationalistische kaart uit te spelen. Als je mee wilt doen in een mondiale economie dan moet je niet gek opkijken als er Nederlandse bedrijven in buitenlandse handen vallen. Daar tegenover staan Nederlandse bedrijven die weer buitenlandse bedrijven overnemen. Wat vonden we het leuk ruim voor de kredietcrisis toen ABN AMRO bijna een hele grote Italiaanse bank had overgenomen! In 2005 waren er 5.715 bedrijven in buitenlandse handen. Tegenover 487.930 bedrijven in Nederlandse handen. Kortom: slechts 1% van de bedrijven. Maar het zijn wel de grotere bedrijven. Dat blijkt uit een iets ander beeld als we kijken naar de werkgelegenheid. In 2001 was 11% van de werkgelegenheid bij bedrijven in Buitenlandse handen. In 2005 is dat opgelopen tot 15%. In 2005 zijn dat 612.000 werknemers. In 2008 zijn dat er 1 miljoen.

Essent en Nuon

Een belangrijk voorbeeld van ‘de uitverkoop’ is de verkoop van Essent aan het Duitse RWE en Nuon aan het Zweedse Vattenfall. Menno Tamminga had liever gezien dat Essent en Nuon als fusiebedrijf de internationale markt was opgegaan. Ik waag zeer te betwijfelen of de Nederlandse consument dan beter af zou zijn. Samen zouden een bijna monopoliepositie hebben in Nederland. Het is maar goed dat dat van Brussel niet mag. Daar waar meer dan 51% van de markt dreigt komt Neelie Kroes langs om er een stokje voor te steken. Ik krijg nu stroom van Essent. Ik denk dat ik niet slechter af ben met RWE.

Invloed van buitenlandse overheden

Tamminga ziet dat voorheen Nederlandse bedrijven in handen komen van bedrijven die nauwe banden met de overheid hebben. Hij spreekt over de vervlechting van staatskapitalisten in de energiesector, maar ook bij luchthavenbedrijven. ‘Sluipenderwijs en tot nu toe indirect krijgen buitenlandse overheden toch een vinger in de pap in de Nederlandse infrastructuur’, schrijft Tamminga dreigend. Voor die invloed ben ik niet bang. Zolang Brussel zorgt voor concurrentie dan is het leed te overzien!

Hoe schadelijk is de uitverkoop?

In hoofdstuk 10 noemt Tamminga de consequenties van de ‘uitverkoop’.

1. De afstand tussen werkvloer, het middenkader en de top groeit.

2. Groeiend verschil tussen de beloningen aan de top en de werknemers.

3. Het wordt steeds meer de vraag of het Nederlandse harmoniemodel gehandhaafd blijft.

4. Grote multinationale ondernemingen betalen minder belasting.

Deze punten zijn wel waar, maar zijn ze dramatisch? Redenen om in te grijpen? Tamminga lijkt dat ook een beetje aan te voelen en zet het drama nog een beetje aan met: De uitverkoop versterkt de erosie van de nationale invloed op de nationale toekomst. De overname van Nederlandse bedrijven is inherent aan de open Nederlandse economie.

Wat te doen?

Tot slot van het boek moet Tamminga aanbevelingen doen om de uitverkoop te verminderen. En dan volgen er drie voorstelen:

1. Er moet wetgeving komen voor de toetsing van buitenlandse overnames.

2. Bouw een financiële infrastructuur die nationale belangen behartigt.

3. Maak een fonds voor de aardgasopbrengsten waarmee met een langetermijnrendemenstsdoelstelling belegd wordt.

Slot

Nederland is een open economie. Dat betekent dat bedrijven uit alle landen hier binnen kunnen komen en dat Nederlandse bedrijven zich roeren over de landsgrenzen. Dat levert Nederland voorspoed op. Het is altijd goed om er voor te zorgen dat sectoren waar geen goede concurrentie kan plaatsvinden dat daar de overheid een flinke vinger in de pap heeft. Het is bijvoorbeeld vrij zinloos om veel marktwerking te bevorderen op het spoor. Wij kunnen ons in dit land niet veroorloven om meerdere spoornetwerken aan te leggen. Maar in heel veel sectoren is het prima dat er concurrentie plaatsvindt ook van buitenlandse spelers. En als we er voor zorgen dat Brussel de mogelijkheid om toe te zien op eerlijke concurrentie, dan heb ik geen probleem met stroom of kabel van een buitenlands bedrijf!

1 juni 2009

Terug naar top