De Volkskrant heeft een zevental deskundigen de kans gegeven om samen een sociale agenda voor de toekomst samen te stellen. Eén van de bijdragen was van de hand van Bowen Paulle en stond op 25 februari 2006 in de krant. Paulle is een Amerikaans-Nederlandse socioloog die van 1996 tot 2002 in diverse scholen in de South Bronx in New York lesgegeven heeft. Een ervaringsdeskundige die wetenschapper is geworden. Het meest interessante uit zijn bijdrage vond ik zijn verklaring voor de vraag waarom de ene jongere onder moeilijke omstandigheden wel succes heeft en de andere faalt. En degene die faalt maakt een goede kans om af te glijden in de richting van criminaliteit.
Concept van de tweede natuur
Bowen betoogt dat het verschil tussen succes hebben en falen niet zozeer langs de lijn van etniciteit en ras loopt, maar langs de lijn van de tweede natuur. Succes in en dienstverlenende, postindustriële samenleving eist de juiste soort tweede natuur. De tweede natuur duidt op een machtsbron voor bepaalde groepen mensen. Deze subtiele mix van de juiste manieren en gewoontes is wat middenklassekinderen met de paplepel ingegoten krijgen en wat kinderen die aan hun lot overgelaten worden missen. De tweede natuur ontstaat in informele en zelfs onbewuste socialisatieprocessen.
Vmbo-leerlingen
Bij veel gesegregeerde vmbo-leerlingen hebben hun informele leerprocessen in de verkeerde sociale omgevingen helaas geleid tot de verkeerde ‘tweede naturen’. Dit soort jongeren heeft geen toepassing gehad tot socialisatieprocessen in middenklasse werelden, en dus zullen zij ‘het’ niet belichamen op school of later op het werk. De prestaties van het individuele kind worden sterk beïnvloed door de sociale samenstelling van de klas en de school. De prestaties van leerlingen gaan omhoog met een hoge sociaal-economische status zitten.
Amerikaans onderzoek
Uit recent Amerikaans onderzoek in scholen blijkt dat scholen met minimaal 60% middenlassekinderen maximaal 40% arme kinderen kunnen absorberen. Wanneer de minimaal 60% middenklassekinderen het schoolklimaat domineren dan zullen de scores van de kansarme kinderen omhoog gaan, terwijl de prestaties van die middenklassekinderen niet naar beneden gaan. Zo tillen we de kelder op zonder dat het dak instort!
Voorspeller van prestaties
Niet ras of etniciteit is een goede voorspeller van prestaties. De sociaal-economische achtergrond is veel meer bepalend. Het onderwijsniveau van de moeder blijkt een goede voorspeller van succes te zijn.
Wat nu te doen?
Ik zou zeggen experimenten aangaan met spreiding van leerlingen over scholen. Indien die scholen over veel extra middelen kunnen beschikken dan zal de spreiding minder gepaard gaan met problemen. Als sommige leerlingen verder moeten reizen, dan moeten daar goede vervoersvoorzieningen voor worden gecreëerd. Er moet nagedacht worden over schoolprogramma’s waar de ‘tweede natuur’ aangeleerd kan worden als vervanging van automatische socialisatieprocessen. Daarvoor zal de schooltijd veel langer moeten worden dan nu het geval. Wellicht is het zinvol om naast intensieve schoolprogramma’s voor de kinderen zelf tegelijkertijd programma’s op te zetten voor de ouders.
De 60/40 verhouding
Het is niet zo raar om voor te stellen dat kinderen de leerprocessen ondergaan van de hoofdstroom. Als er heel veel criminele kinderen op een school rondlopen, dan is de kans groot dat andere kinderen daardoor geïmponeerd raken en de neiging hebben om in het gevlij te komen van de leiders die het verkeerde pad niet schuwen. Als een meerderheid van de schoolkinderen kiest voor leren en bijvoorbeeld sporten, dan gaat de hoofdstroom die kant op. De beïnvloedbare grote groep wordt meegezogen in de positieve hoofdstroom. De taak van scholen is bij te dragen aan de positieve hoofdstroom. Met name in de grote steden zullen scholen veel meer middelen moeten krijgen, omdat daar veel meer negatieve invloeden gecompenseerd moeten worden. Scholen moeten kunnen beschikken over mooie gebouwen. Moeten kunnen beschikken over sportfaciliteiten, moeten kunnen beschikken over ruimten voor buitenschoolse expressie als dansen, muziek maken en theater maken. Moeten kunnen beschikken over gedreven docenten en instructeurs. Moeten kunnen beschikken over psychologen en maatschappelijk werkers die leerlingen incidenteel mentaal kunnen ondersteunen en structureel kunnen coachen.
11 maart 2006, Michiel Verbeek


