Ik heb 14 dagen Rhodos o.a. gebruikt om romans te lezen. Door het jaar heen lees ik veel boeken over politiek, maatschappij en management, maar op vakantie is het tijd voor fictie.
Ik ben begonnen met ‘Alsof het voorbij is’ van Julian Barnes. Daarna het boek waar ik erg naar uitkeek: ‘De man zonder ziekte’ van Arnon Grunberg. Toen vermoedelijk de laatste roman van Gerrit Komrij: ‘De loopjongen’. Daarna ‘De Verdovers’ van Anna Enquist, ‘Zonder tijd te verliezen’ van Daan Heerma van Voss en ‘De water verkoper’ van Geert van der Kolk om te besluiten met ‘Tonio’ van A. F. Th. Van der Heijden. Met de meeste hoofdrolspelers liep het niet goed af. Ik heb met plezier de boeken gelezen, al hoewel Tonio ook in 300 pagina’s in plaats van 632 had gekund. Bij Julian Barnes nemen we afscheid van de beloftes van de jeugd. Hoofdpersoon Sam bij Arnon Grunberg wil als architect het leven van de mens mooier en makkelijker maken, maar raakt zelf verstrikt in vreselijke ervaringen. Mooi en ook spannend. Bij ‘De verdovers’ had ik zo nu en dan het gevoel dat er iets teveel ziekenhuis informatie langskwam, maar uiteindelijk toch wel een prachtig verhaal over de ongrijpbaarheid van driften en verlangens. Bij zowel Komrij als bij Heerma van Voss staat vriendschap centraal. De laatste roman van Gerrit Komrij vond ik niet zijn beste. De achtergrond van de protestbeweging sprak mij niet zo aan. Van de vriendschap van de hoofdpersonen bij Heerma van Voss had ik meer gehoopt. Neemt niet weg dat het een mooi boek is. Geert van der Kolk beschrijft het indringende verhaal van waterverkoper, Nodieu, die probeert van Haïti naar Amerika te komen. Een heel indringend verhaal op weg naar hoop. Tot slot ‘Tonio’. De 21-jarige zoon van schrijver A. F. Th. Van der Heijden (waarom kan hij zich niet beperken tot A. van der Heijden?) en Mirjam Rotenstreich verongelukt en overlijdt aan zijn verwondingen. Het boek wordt alom geroemd. Ik heb wat dubbele gevoelens. De indringendheid van het verlies van een kind is zeer invoelbaar, maar het boek had niet zo dik hoeven te zijn. Na driekwart van het boek was de toedracht van het ongeluk nog niet duidelijk. Ik vermoedde een verrassend plot, maar dat bleek niet zo te zijn. De keren dat van der Heijden mooie herinneringen ophaalde merkte ik dat ik mij stoorde aan de vele keren dat hij zich met zijn zoon vergeleek. Alle goede eigenschappen had hij van zijn vader. Alleen de slechte eigenschap van drinken kwam mee!
Het boek ‘Stadsliefde’ van Adriaan van Dis, ‘De getuige’ van Vamba Sherif, ‘Vrijheid’ van Jonathan Franzen en ‘Blindgangers’ van Joke Hermsen zijn niet meegeweest naar Rhodos. Ik heb snel weer vakantie nodig!
Michiel Verbeek, 3 augustus 2012


