In 2000 heb ik als wethouder van de gemeente Haren, samen met de concerncontroller, Peter van de Bosch, een pleidooi gehouden om de OZB (Onroerend Zaak Belasting) af te schaffen. Door het kabinet Balkenende is inmiddels het gebruikersdeel afgeschaft. Welliswaar om andere redenen, waarom wij in 2000 al de OZB wilden afschaffen. De argumentatie van 2000 geldt nu nog steeds. Dit was die argumentatie:
In termen van een productlevenscyclus is de OZB aan z'n einde gekomen. De OZB heeft een functie gehad bij het vestigen van de autonome positie van gemeenten: die kregen hun 'eigen belasting' en konden vorm geven aan hun beleid door het spelen met de hoogte van het tarief. Dit spel lijkt de laatste jaren voor iedere gemeente te bestaan uit het zoveel mogelijk beperken van de lastendruk, waardoor de eigenheid van de OZB steeds meer vervlakt/universeler wordt. Bovendien is de OZB door de regelmatige hertaxaties een onrechtvaardige heffing geworden.
Voor gemeenten is de OZB opbrengst een beperkt deel van de totale opbrengsten. D gemeente Haren ontving 10,5 miljoen euro aan Rijksbijdragen als algemeen dekkingsmiddel. De OZB opbrengst was een derde deel: 3,6 miljoen euro. De directe aanleiding voor het pleidooi om de OZB af te schaffen wordt ingegeven door de neveneffecten van de hertaxaties. Daarnaast zijn er ontwikkelingen gaande, die versterkend werken voor het standpunt van afschaffen.
Neveneffecten
Bij belasting heffen zijn uitgangspunten als doelmatigheid en rechtvaardigheid zeer belangrijk. Zoals gezegd proberen gemeenten zoveel mogelijk de belastingdruk te beperken. Grote stijgingen zijn politiek vaak onaantrekkelijk en worden door burgers niet geaccepteerd. Voor de gemeentelijke belastingheffing heb je een stabiele basis nodig waar je één tarief (tariefsdifferentiatie mag in principe niet) aan kunt koppelen die beïnvloedbaar is door het bestuur al naar gelang financiële wensen en behoeften Door de regelmatige hertaxaties is die basis erg instabiel geworden. In Haren steeg op een gegeven moment de gemiddelde waarde van het totale onroerend goed met 30%. Deze stijging wordt in Haren gecompenseerd door een zodanige verlaging van het tarief dat de totale opbrengst gelijk blijft. Maar individueel kunnen er situaties voorkomen van een stijging van het onroerend goed van bijvoorbeeld 50% of soms zelfs 100%. De compensatie van het tarief in deze gevallen gaat niet verder dan 30%. Dat was immers het gemiddelde! In individuele gevallen neemt de lastendruk dan fors toe. Is de stijging van het onroerend goed minder dan 30%, dan zal de compensatie een voordeel opleveren.
Overige ontwikkelingen: bijhouden WOZ (Waardering Onroerende Zaken)
De gemeente moet zo recent mogelijke gegevens bijhouden over de marktontwikkelingen van onroerend goed. De Belastingdienst en de Waterschappen kopen tegen een door het Rijk bepaalde vergoeding gegevens over onroerend goed bij gemeenten om hun tarieven op te baseren. De gemeenten kunnen niet deze gegevens volledig vrij verhandelen. Is het bijhouden van dit soort gegevens een echte gemeentelijk taak? Zijn andere organen daar niet veel beter in? Misschien kan de belastingdienst dit bestand veel beter bijhouden en vervolgens centraal gaan heffen?
Overige ontwikkelingen: zorgen Rijk
Het Rijk maakt zich niet zelden zorgen over de stijgende gemeentelijke lasten. Tegen de achtergrond van het Rijksbeleid gericht op lastenverlichting is het vervelend als op gemeentelijk niveau de beweging precies de andere kant opgaat. Vervelend voor de burgers, waar een zeker cynisme ten opzichte van bestuur (de ene hand geeft, de andere neemt) verschijnt c.q. zich versterkt. Vervelend voor het bestuur, dat op verschillende fronten een deel van het lastenplaatje moet laten zien. In de jaren vóór de vele meevallers van het Rijk werden de gemeentelijke lasten vooral opgestuwd door decentralisatie van diverse taken waar onvoldoende middelen bij werden gelegd.
OZB afschaffen
Ziedaar de neveneffecten en een tweetal andere ontwikkelingen. Zou het nu niet veel handiger zijn dat de volledige belastinginning in één hand komt en dat gemeenten een hogere uitkering krijgen dan nu? Gemeenten zouden geen belasting meer mogen heffen als algemeen dekkingsmiddel, maar zouden wel doelbelastingen (retributies) kunnen heffen. Een afvalstoffenheffing voor de dekking van alle kosten van inzameling en verwerking van afval of een rioolrecht voor de kosten van de riolering.
Een snelle berekening leert dat deze aanpak 0,5 tot 1 miljard gulden aan besparingen oplevert. Het bepalen van de hogere uitkering van het Rijk is niet moeilijk, omdat in de huidige systematiek wordt van de berekende algemene uitkering een bedrag afgetrokken voor de eigen belastingcapaciteit. In het nieuwe systeem kan die aftrek achterwege blijven. Om de overgang pijnloos te laten verlopen zou het Gemeentefonds éénmalig met een overgangsbijdrage kunnen worden aangevuld.
Met de afschaf van de OZB verliest de gemeente iets aan flexibiliteit, maar wint aan doelmatigheid, duidelijkheid en rechtvaardigheid.


