De financiële crisis wordt niet goed begrepen. Met als gevolg dat er of foute maatregelen worden genomen of dat de maatregelen geen effect zullen hebben.
De meningen zijn erg verdeeld over de huidige toestand in de wereld. Er gloort licht aan de horizon, en we zijn door het diepste dal heen en we gaan weer vooruit, zegt de een. Maar anderen beweren dat de beurs weliswaar enigszins is hersteld, maar dat de klappen in de reële economie nog moeten komen. In de vorm van achterblijvende bedrijfswinsten en hoge werkloosheid. Er lijkt een consensus te ontstaan over de oorzaak van de crisis. De bankiers zijn de grote graaiers met hun bonussen. Als dat maar wordt aangepakt is het probleem opgelost. Nicolas Sarkozy en Gordon Brown denken dat het helpt om de hoge bonussen met een appel op gezond verstand te veroordelen! In het verlengde van de dit sentiment zwelt de kritiek aan op de markt en het neoliberalisme. Vroeg of laat zal men beseffen dat de zaken anders zitten. Binnenkort zal ik op deze site een verhaal publiceren onder de titel: De lofzang op de markt. Met dit verhaal wil ik tegenwicht geven aan de onzinnige veroordeling van het marktdenken. Maar eerst: het beter begrijpen van de financiële crisis.
De zogenaamde graaiers
Vanuit de politiek is er de onbedwingbare wens om bankiers vanwege hun graaizucht en hebberigheid moreel te veroordelen. Daarmee denken ze de aandacht af te wenden van de rol van de politiek zelf. Elders op deze site staat mijn onderbouwing voor de stelling dat de overheid veel meer schuld heeft aan de financiële crisis dan de bankiers. De directe oorzaak van de financiële crisis is alleen te begrijpen vanuit de rol en de positie van de bank in het hele economische stelsel en de grote vraag naar geld. Een bank is niet te vergelijken met een gewoon bedrijf. Een gewoon bedrijf moet een product ontwikkelen, vervolgens maken en dan verkopen. Als het product aanslaat in de markt wordt er geld verdiend. Met dat verdiende geld kunnen nieuwe producten ontwikkeld worden en vervolgens weer gemaakt en verkocht. Een bedrijf moet eerst investeren om geld te verdienen. We kennen niet voor niets de uitdrukking: de kost gaat voor de baat. En als het bedrijf geld nodig heeft zal de geldverstrekker kijken of het bedrijf in staat is om het geleende geld terug te betalen. Het bedrijf wordt getoetst op liquiditeit (beschikbaarheid van geldmiddelen op korte termijn), op solvabiliteit (een positieve verhouding van bezittingen en schulden op termijn) en op winstgevendheid. Dat is bij een bank heel anders. Een bank kan uit het niets geld maken. Ja, je leest het goed. En een bank heeft maar heel weinig eigen geld nodig. Stel een bank heeft €10.000. Dan mag die bank voor €100.000 aan leningen uitgeven. Dat kunnen leningen zijn voor particulieren die een huis willen kopen, maar ook voor bedrijven. Stel dat de leners 5% rente per jaar moeten betalen. De bank verdient dan 5% x €100.000 = €5.000. Dat is maar liefst 50% van het eigen vermogen. De winst kan de bank weer gebruiken om nieuwe leningen uit te geven. Tegenover die €5.000 kan €50.000 aan leningen uitgegeven worden. In dit geval heeft de bank €15.000 aan eigen vermogen en €150.000 aan schulden. De bank kan eigen vermogen opbouwen door winsten en door spaargeld aan te trekken. Met twee spaarders voor elk €5.000 heeft deze bank de eerste €10.000 bij elkaar. De bank heeft twee spaarders van elk €5.000 en heeft een schuld van €150.000. Als 1 spaarder z’n geld terug wil hebben dan heeft de bank nog maar €10.000 en kan niet meer dan €100.000 aan leningen uitgeven.
Veel vraag naar geld
Als er veel vraag naar geld is voor het kopen van huizen en bedrijfsactiviteiten te financieren dan kunnen banken bijna slapend rijk worden. Tot 2007 draaide de wereldeconomie met name door de opkomende landen als China, India en Brazilië op volle toeren. Er was veel vraag naar geld. Banken kunnen dus veel leningen uitgeven en dus veel verdienen, maar ze moeten wel geld kunnen blijven aantrekken. In een groeiende wereldeconomie willen particulieren en bedrijven die geld over hebben hoge rendementen. Bij een sterk groeiende wereldeconomie wordt er veel verdiend. Die inkomens worden deels gebruikt voor directe aankopen, maar voor velen blijft er over om te sparen of nog liever om mee te speculeren. Dat vele geld zoekt hoge rendementen. Bij grote hoeveelheden geld zijn kleine marges al heel snel aantrekkelijk. Maar daar moet dan wel zekerheid over verkregen worden.
**Het systeem dat verpakte obligaties voortbracht
** Een particulier heeft geld nodig om een huis te kopen en gaat naar de bank. De bank levert een hypothecaire lening. De bank wil op save spelen en wil een verzekering afsluiten om zeker te zijn van rente en aflossing op de lening. In de markt is een risicodrager te vinden die de betalingsverplichting aan de bank op zich neemt voor een bepaald premiebedrag. De risicodrager gaat ervan uit dat verreweg het grootste deel keurig z’n rente en aflossing blijft betalen. De bank houdt iets minder over van de rente op de lening, omdat de bank premie moet betalen aan de risicodrager, maar de bank is verzekerd van de iets lagere winst. Dat is erg aantrekkelijk voor de bank. Als er veel vraag naar geld is kan de bank dit op grote schaal doen, maar de bank wordt begrensd door de buffer aan eigen vermogen die moet worden aangehouden. En dan komen we bij de vraag naar creatieve oplossingen bij banken. Dan komen we bij de slimme wiskundigen en econometristen die daar iets op moeten verzinnen. En je hebt als bank soepele regelgeving nodig. Als de bank een deel van de leningen heeft afgedekt met de deal met de risicodrager dan staat de regelgeving het toe dat de dekkingsgraad positief wordt beïnvloed. Met als gevolg dat er weer meer leningen uitgegeven mogen worden. En het uitgeven van leningen is, zoals hierboven geschetst, zeer winstgevend. Stel er is erg veel vraag naar geld, maar de bank heeft niet voldoende dekking dan moeten de creatieve oplossing ruimte bieden. Dan worden er hypotheken in de vorm van obligatielening doorgeschoven naar bijvoorbeeld hedgefondsen. Op die manier wordt de dekkinggraad weer verbeterd en kan er weer uitgeleend worden. De hedgefondsen vallen niet onder het bankentoezicht. De kern van het systeem is dat banken geld kunnen scheppen uit niets! En als er geld valt te verdienen in de markt dan hebben banken voldoende mogelijkheden om de dekkingsgraad positief te beïnvloeden zodat zij aan de nieuwe vraag naar geld kunnen voldoen. Alleen banken hoeven zo weinig dekking te hebben voor de schulden die ze uit hebben staan. Dat gaat allemaal goed zolang de activiteiten van de banken binnen het banksysteem blijven. Maar als de bank de mogelijkheid krijgt om het trucje van geld scheppen voor een deel buiten het bankentoezicht te plaatsen dan is de kans op ontsporing levensgroot. Het is de Amerikaanse politiek geweest die de regels van banken steeds meer versoepeld heeft. Een voor de hand liggende oplossing is om die regels weer aan te scherpen en het speelveld voor bankactiviteiten te beperken. Het moet banken verboden worden om de uitstapjes te maken buiten het bankentoezicht.
Bonussen
De bonuscultuur is ontstaan toen bleek dat er maar een klein groepje bankiers in staat bleek te zijn om constructies te bedenken buiten het officiële bankspeelveld. Met de mogelijkheid van geldscheppen gingen banken in de normale geldwereld van vraag en aanbod opereren. Het spel dat de banken speelden was een spel van geld binnenhalen, uitlenen en risico’s afdekken met verzekeringsproducten. Met wiskundige precisie moesten systemen ontwikkeld worden om uit te rekenen wanneer een transactie winstgevend zou zijn. De makers van de onderliggende modellen waren goud waard voor de banken. Een bonus van een miljoen is een kleinigheid als deze bankier 100 miljoen extra in de banklade wist te krijgen!
**Het systeem lokt de bonussen uit
** Het is volstrekt zinloos om met een moreel appel te proberen de bonussen terug te dringen. De enige manier om de bonussen terug te dringen is als de overheid de spelregels aanscherpt. Het bankwezen moet strenger gereguleerd worden. Banken zouden geen uitstapjes meer mogen maken naar hedgefondsen. Banken mogen leningen uitgeven tegenover de inleg van spaartegoeden. Niet meer en niet minder! Het speelkwartier is dan snel over! Buiten de banken blijft er markt voor private-equity en voor particuliere hedgefondsen. Die mogen alle knappe koppen inschakelen om mooie constructen te bedenken. Die financiële instellingen missen de mogelijkheid van geldscheppen. En juist de combinatie van een risicovolle financiële markt en de mogelijkheid van geldscheppen is de dodelijke combinatie! Als die combinatie onmogelijk wordt gemaakt dan is het vlot afgelopen met de exorbitante bonuscultuur. Dan wordt bankieren weer normaal!
10 januari 2010


