De alternatieve troonrede

Een beetje later dan de troonrede van Koningin Beatrix, maar nog wel op tijd voor de bespreking van de begrotingen 2012. Majesteit, Leden van de Staten Generaal en andere luisteraars. Het valt niet mee de Nederlandse bevolking goed te informeren over de inhoudelijke gedachtewisseling en de besluiten in de Tweede Kamer wanneer er voortdurende provocatie plaatsvindt.

De media hebben alleen aandacht voor het vreemde, de uitzonderingen. Ik roep de media op iets meer hun best te doen om zich iets minder te laten misbruiken door politieke provocateurs. En burgers beter te informeren welke oplossingen er leven voor welke problemen.

Economisch moeilijke tijden

We maken economisch moeilijke tijden door, maar we fleuren wel op bij de Arabische lente. In 2007 konden al diegenen die zich beroepsmatig bezig hielden met economische aangelegenheden zien dat er hele fouten dingen gaande waren in de Verenigde Staten op de huizenmarkt. Pas in september 2008 met de val van Lehman Brothers Bank werden de financiële problemen en de wereldwijde consequenties pas duidelijk. Als je het boek ‘De Ondergang’ van de oud-medewerker van Lehman Brothers, Lawrence Mc Donald, hebt gelezen weet je dat er al vanaf 2005 is gewaarschuwd voor de gekte in de financiële wereld. Met de financiële crisis van 2008 is een grote hoeveelheid virtueel bezit in rook opgegaan. Achter dat virtuele bezit zaten inkomens. Logisch dat de reële economie een klap heeft gekregen van de financiële crisis.

Herstel

In de economie zijn er vier hoofdspelers: consumenten, bedrijven, de overheid en de banken. Toen de banken in 2008 diep onderuit gingen werden, zij het na enige tijd de consumenten en bedrijven meegesleept. Alleen de overheid kon met steunmaatregelen richting banken en bedrijven voorkomen dat de recessie overging in een depressie. De overheden waren er in 2008 snel bij en hebben adequaat gereageerd. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa. Na het moeilijke jaar 2009 leek 2010 al weer een beetje beter te gaan en in het begin van 2011 leek het herstel definitief door te zetten. Weliswaar minder snelle groei dan voor de financiële crisis, maar wel weer groei. We waren ons langzaam aan het voorbereiden op ‘het nieuwe normaal’, een lager groeitempo. Maar toen ontstonden er de problemen rondom Griekenland, Ierland en Portugal. Al deze problemen hadden in de kiem gesmoord kunnen worden als de Europese politici snel en gezamenlijk hadden gereageerd. Vanuit de gedachte dat Europa de grootste economische macht is. Groter dan de Verenigde Staten en groter dan China. Nog wel! Het kan nog steeds, maar veel langer moet er niet gewacht worden. De financiële markten zijn niet meer dan de thermometer van de economie. Spelers op de financiële markten zoeken veilige leningen en beleggingen. Dat kunnen ze krijgen als de Eurozonelanden besluiten hun begrotingstekorten gezamenlijk te financieren. Dan is er opeens geen zwak aangeschoten wild meer. Dan is er alleen een sterke roedel. Via de uitgifte van euro-obligaties via de ECB (Europese Centrale Bank) zou dit geregeld kunnen worden. Dit gezamenlijk optrekken zou ondersteund moeten worden met een nieuwe onafhankelijke begrotingsautoriteit in Europa die de macht krijgt om spelregels te formuleren en te handhaven.

Zorg

De zorg staat bovenaan de prioriteitenlijst van heel veel Nederlanders. Meer kosten aan de zorg kan rekenen op draagvlak, maar de zorgkosten kunnen niet ongestraft een steeds groter deel opslorpen van de nationale koek. Met het perspectief van steeds langer leven dienen de zorgkosten minder te stijgen dan bij ongewijzigd beleid zeker zal gebeuren. We hebben geëxperimenteerd met een systeem met zorgverzekeraars als inkopers voor burgers, maar het was geen groot succes. De zorg moet anders. De twee belangrijkste peilers van onze zorg zijn: de huisartsenzorg en de ziekenhuiszorg. De huisarts als poortwachter is uniek in de wereld en essentieel voor betaalbare zorg. Laten we met goedkeuring van uw parlement jaarlijks een basispakket aan zorg vaststellen. De ziekenhuiszorg wordt uit het basispakket collectief georganiseerd. Voor alle zorg buiten de basiszorg is marktwerking prima. In dit nieuwe systeem wordt de zorgtoeslag afgeschaft. Van de zorg uit het basispakket kan iedere Nederlander zonder betaling gebruik maken.

Persoonsgebonden budget

Het PGB (Persoons Gebonden Budget) is een prachtig systeem, maar het gebruik moet gelimiteerd worden. Er komt een door de Tweede Kamer jaarlijks vastgestelde lijst van PGB uitkeringen. De huidige wildgroei van ondersteuning moet teruggedrongen worden, maar het systeem moet eerder uitgebreid worden dan beperkt!

Vergrijzing

Het gedoe rondom het pensioenakkoord heeft het failliet bewezen van het huidige systeem. De langere levensverwachting en de hogere kosten van de AOW dwingen ons ertoe om vanaf 1 januari 2013 met een nieuw stelsel te starten. Vanaf 1 januari 2013 zal ieder jaar de pensioengerechtigde leeftijd met 2 maanden opschuiven tot maximaal 67 jaar. De sociale partners verliezen hun macht over de pensioengelden. De regering zal in de wet vastleggen dat iedere Nederlander verplicht is zich te verzekeren tegen pensionering, maar men mag de eigen verzekeraar uitzoeken. Individueel opgebouwde pensioenrechten worden meegenomen naar de nieuwe verzekeraar.

Belastingen

Voor de financiering van collectieve goederen heeft de overheid middelen nodig. Daarvoor zijn belastingen nodig. Toch moet ieder individu van iedere verdiende euro meer kunnen besteden aan individuele uitgaven dan als bijdrage aan collectieve uitgaven. Het maximale belastingtarief wordt vastgesteld op 48%. De drie schijven blijven gehandhaafd. De eerste schijf gaat naar 28%, de tweede naar 38%. Tegenover de verlaging van deze tarieven staan een versobering van de aftrek van hypotheekrente en een inkomensafhankelijke Kinderbijslag. Ook in de AOW komt een inkomensafhankelijke component.

Gemeentelijk werkbedrijf

Niemand in Nederland krijgt meer een uitkering. Iedereen krijgt een inkomen. Tegenover een inkomen staat werk. Ons economische stelsel is erop gericht dat mensen zelf in hun levensonderhoud moeten proberen te voorzien. Mensen moeten gericht zijn op betaald werk. Als het je niet lukt om via betaald werk in je eigen levensonderhoud te voorzien kun je werk vinden in het GWB (Gemeentelijk Werk Bedrijf). In het GWB krijg je een sociaal minimum of maximaal 125% van het sociaal minimum. Het sociaal minimum wordt ieder jaar vastgesteld door het parlement. In het GWB zijn er heel verschillende werkzaamheden te doen. Dat kunnen betaalde klussen zijn, maar ook vrijwilligerswerk. Van de overheid is niet meer te verwachten dan het salaris in het GWB. Mensen kunnen zich uiteraard particulier verzekeren tegen werkloosheid. De huidige sociale werkvoorzieningen worden onderdeel van het GWB.

Sociaal Minimum

Het Gemeentelijke Werkbedrijf werkt met het sociaal minimum. Er wordt een Staatscommissie ingesteld die zich gaat verdiepen in de vraag: Hoe hoog moet een sociaal minimum zijn om mee te kunnen doen in de samenleving en niet weerhouden te worden om zelf op zoek te gaan naar een betaalde baan.

Onderwijs

Het is vreemd dat veel docenten liever teamleider zijn dan docent. Het docentschap is in de afgelopen decennia niet erg in aanzien gestegen. Daar gaat de regering verandering in brengen. De hoogste betaalde werkers in het onderwijs zijn de docenten. Coördinatoren en managers gaan allemaal minder verdienen dan docenten. Directeuren kunnen iets meer gaan verdienen dan docenten. Het wordt hoog tijd voor het verhogen van het aanzien van de deskundigheid van de professionals in het onderwijs. Aangezien de basis het belangrijkste is, worden de opleidingseisen opgeschroefd van leerkrachten in het Basisonderwijs. Daar staat tegenover dat de salarissen navenant omhoog gaan. Scholen worden zelfstandige bedrijven. Willen ze voor subsidiering in aanmerking komen zullen ze aan een streng vergunningensysteem moeten voldoen. Voor diverse opleidingen komen er nationale examens. Die worden gemaakt door het NINE (Nationaal Instituut voor Nederlandse Examens). Scholen staan vrij om ook nog eigen examens te organiseren. Scholen kunnen kinderen opleiden volgens eigen opvattingen in combinatie met Nationale examens. Er blijft een Vwo, Havo, Vmbo examen en diploma, maar er komen ook allemaal deelexamens. Bijvoorbeeld voor allerlei beroepen. Nederlandse kinderen krijgen voor 9 jaar vouchers voor basisonderwijs, voor 8 jaar voortgezet onderwijs vouchers en voor 6 jaar hoger onderwijs vouchers. Totaal voor 23 jaar aan onderwijsvouchers. Een POB (Persoonsgebonden Onderwijs Budget). Heb je meer nodig dan moet je zelf betalen.

Duurzaamheid

Duurzaamheid is nodig voor ongedwongen en met plezier leven. We moeten niet leven onder het juk van ‘nu ons van alles ontzeggen’ om iets over te laten voor de volgende generatie. We moeten ervoor zorgen dat we producten maken die een beperkte aanslag doen op de wereld. Het principe van cradle to cradle kan daarbij helpen. Voor de energiehuishouding wordt gekozen voor een systeem dat energie, werkgelegenheid en een innovatieve voorspong oplevert. Daarom geen overheidsgeld in kernenergie en fossiele brandstoffen. Overheidsgeld gaat naar zon, wind, biomassa en nieuwe kansrijke energiebronnen. Nederland zal deze duurzame energiepolitiek ondersteunen met het feed-in systeem zoals in Duitsland. Producenten van duurzame energie zijn langjarig verzekerd van fiscale voordelen.

Schuld

Schuld is helemaal niet erg, zolang je de last ervan kan opbrengen. Dat geldt voor particulieren als voor overheden. Binnen Europa worden afspraken gemaakt over de maximale schuld en het maximale begrotingstekort. Bij de laatste zal het onderzoek van de Amerikaanse economen Kenneth en Rogoff worden betrokken (bij een staatsschuld die groter wordt dan 90% van het Bruto Nationaal Product wordt de economische groei negatief beïnvloed). Er zal een heldere Europese richtlijn komen voor de normen en de omstandigheden waaronder afgeweken mag worden.

Arbeidsmarkt

Het gaat niet slecht met de werkgelegenheid en de werkeloosheid in Nederland in vergelijking met andere Europese landen. Het functioneren van de arbeidsmarkt kan derhalve niet alleen maar slecht zijn. De flexibiliteit kan nog bevorderd worden met een gemeentelijk werkbedrijf en een ontslagsysteem op basis van de kantonrechtersformule.

Publieke omroep

De Publieke Omroep kan best kleiner. Op steeds meer terreinen wordt bewezen dat commerciële radio en televisie een prima alternatief is. Omroepen moeten gedwongen worden om samen te werken. Het is toch krankzinnig dat er 300 journalisten rondlopen op het Binnenhof met 150 Kamerleden. Laten we beginnen met 2 televisiezenders en 3 of 4 publieke radiozenders. Op die manier worden omroepen gedwongen om meer samen te werken.

Grote Stedenbeleid

In de periode van 1996 tot 2000 was er in Nederland een inspirerend Grote Steden beleid. Gemeenten werden uitgenodigd en uitgedaagd om mooie plannen te maken om stedelijke gebieden verbeteren. Met gemeentelijk- en Rijksgeld werden er succesvolle projecten opgezet. Dat systeem keert terug.

De auto en de files

De files op de weg worden bestreden met rekening rijden en investeringen in grote knelpunten. Op Europees niveau wordt hard ingezet om hoge normen vast te leggen ten aanzien van de uitstoot van uitlaatgassen van auto’s. Het beleid biedt kansen voor de opgang van de elektrische auto. Het Rijk zal actief bijdragen aan de snelle uitbreiding van oplaadpunten. Meer schone auto’s heeft directe voordelen voor bebouwing rondom wegen.

Adviesorganen

Er komt een staatscommissie die het stelsel van adviesorganen van de overheid gaat analyseren. Bij die analyse staat de vraag centraal: ‘Voor welke onderwerpen of sectoren heeft de overheid een permanent adviesorgaan nodig’? Alle adviesorganen die niet in de lijst voorkomen worden afgeschaft.

Het Rijk en de gemeente

De gemeente wordt steeds belangrijker voor de organisatie van overheidsvoorzieningen. Dat heeft consequenties voor de omvang en bestuurbaarheid van gemeenten. Er zullen geen herindelingen vanuit Den Haag voorgeschreven worden, maar gemeenten worden door financiële prikkels uitgenodigd om meer samen te werken. Of dat ook zal leiden tot grotere gemeenten is aan de gemeenten zelf. Naast de hoofdrol voor gemeenten op het gebied van zorg en welzijn zal het jeugdbeleid volgens plan worden gedecentraliseerd en zullen de regelingen op het gebied van werk en inkomen overgeheveld worden naar het Gemeentelijke Werk Bedrijf.

Europa en de gemeente

De ontwikkeling van meer Europa en meer gemeenten gaat door. De Provincie wordt steeds meer het middenbestuur voor afstemming en overleg van gemeenten. Bij alle decentralisaties zal scherp aangegeven worden hoe de krimp van de Rijksoverheid vorm zal krijgen.

Michiel Verbeek, 24 september 2011

Terug naar top