De zaterdagcolumnist van de Volkskrant, Frank Kalshoven noemt het werk van de commissie Kok: broddelwerk. Hij kraakte het werk van de adviescommissie over de bestuurlijke inrichting van de Randstad. Hij kritiseerde vooral de doelstelling van de commissie: een top 5 positie van Europese stedelijke regio’s. Oud-commissaris van de Koningin Henk Vonhof reageerde op het rapport met de consequentie dat de rest van Nederland dan ook opgeschaald dient te worden tot landsdelen. De gedeputeerde in Groningen, Henk Bleeker, ging nog een stapje verder: bij het randstadprovincie moet de rest van Nederland zich bundelen tot één provincie. Om de zoveel jaar wordt het gezelschapsspel van bestuurlijke opschaling uit de spelletjeskast gehaald. Het is weer zover. De kans is groot dat het rapport van de commissie Kok de komende tijd op veel politieke agenda’s zal komen te staan. Aanleiding genoeg om het hele rapport te gaan lezen.
Opdracht aan de commissie
De commissie had de opdracht van minister Remkes om vier scenario’s voor de bestuurlijke inrichting van de Randstad te beoordelen. De scenario’s zijn:
- Een stevige Randstadprovincie
- Stadstaten
- Bestuurlijke autoriteiten voor de Noordvleugel
- Structuur handhaven, maar wel versterking van Rijksregie
De commissie heeft 4 criteria gehanteerd:
- Schaal van besturen moet passen bij de Randstadstrategie
- Bestuurlijke eenvoud
- Doelmatigheid en slagvaardigheid
- Democratische legitimatie
Samenstelling van de commissie
Naast oud-premier Kok zaten er in de commissie: de directeur van Schiphol, Gerlach Cherfontaine, de oud-voorzitter van de ANWB, Pieter Nouwen, de voorzitter van het College van Bestuur van Utrecht, Yvonne van Rooy, de directeur van het Havenbedrijf in Rotterdam, Hans Smits, oud directeur van Unilever, Morris Tabaksblat, oud-voorzitter van de Raad van Bestuur van Randstad, H. Zwarts en de voorzitter van de directie van Corus, M.J. Oudeman. Het is opmerkelijk dat er niemand in de commissie zit die enige deskundigheid heeft op het gebied van organisatiekunde of bestuurskunde.
Feiten en statistieken
De Randstad omvat de 5 grootste steden van Nederland: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere, maar ook 168 andere steden en kleine gemeenten. Er wonen 6,8 miljoen mensen. Dat is 40% van de Nederlandse bevolking. Van de beroepsbevolking is het percentage iets hoger: 42%. Er zit 56% van de buitenlandse bedrijven in Nederland en er maar liefst 73% van de buitenlandse hoofdkantoren. De ‘gouden rand’ van de Randstad wordt bepaald door: het Groene Hart, het kust- en duidngebied en het IJmeer.
Strategie en ambitie
In de opdracht van Remkes staat dat er rekening gehouden moet worden met de Randstadstrategie. Achter die strategie schuilt als doelstelling: De Randstad dient bij de top 5 van de Europese stedelijke regio’s te behoren. In 1999 stond de Randstad op nummer 3 in de ranglijst voor de jaarlijkse groei van het Bruto Regionaal Product (BRP). In 2004 was de Randstad gezakt naar een dertiende plaats. In 2005 is de weg terug gevonden naar plaats 9. Op basis van deze gegevens is toch nauwelijks een rechtvaardiging te vinden voor bestuurlijke opschaling. Immers de nummer 3 plaats is in de huidige constructie mogelijk gebleken. Terecht dat Frank Kalshoven de ambitie van de top 5 bekritiseerd. Die plek is natuurlijk zeer afhankelijk van ontwikkelingen in het buitenland. En is geen goede doelstelling om de strategie aan te toetsen.
Problemen
Ronduit storend aan het rapport van de commissie Kok is dat er nergens een passage te vinden is waarin een gedegen analyse staat van de problemen en mogelijke oplossingen die voor hun oplossingsvermogen getoetst worden. Het rapport doet denken aan het rapport van de commissie Hermans over de Betuwelijn. Vooraanstaande mensen in een commissie zetten en laten opschrijven wat de minister wil horen en lezen. Zelden heb ik zo’n slecht rapport gelezen als dat van de commissie Hermans. En de politiek heeft vervolgens de besluitvorming over de Betuwelijn op dat rapport gebaseerd. De randstad is van cruciaal belang voor Nederland. Niemand zal dat betwisten, maar dat er daarvoor een randstadbestuur moet komen is niet voor de hand liggend.
Afstemmingsproblemen
Waarom wordt er zo weinig geleerd van bestuurlijke opschaling? Waarom is het zo ingewikkeld om problemen te analyseren en daar pasklare oplossingen voor te vinden. Op maat gesneden strategische allianties voor bepaalde problemen. En als de gemeenten er onderling niet uitkomen moet er een besluitvormingsmacht liggen op een hogere bestuurslaag: de provincie. Komen de drie betrokken provincies er niet uit dan beslist de Tweede Kamer en het kabinet. Uiteindelijk zijn we allemaal onderdeel van de BV Nederland.
4 februari 2007


