Voor bestuurlijk Nederland en iedereen die geïnteresseerd is in de politiek is het verschijnen van het rapport: 'Dualisme en lokale democratie' van de staatscommissie onder voorzitterschap van prof. D.J. Elzinga een belangwekkend moment. De commissie constateert in haar rapport vier hoofdproblemen: de beperkte representativiteit van politieke partijen; de wet- en regelgeving loopt achter bij de praktijk; de gebrekkige herkenbaarheid van het lokaal bestuur en de collegialiteit binnen het college van burgemeester en wethouders laat te wensen over.
Politieke partijen moeten macht en invloed leren delen
Er is zeker sprake van een crisis in de partijpolitiek. Politieke partijen kunnen er nog maar moeilijk aan wennen dat de omgeving verandert. Het alleenrecht op de vertaling van wensen en behoeften van burgers bij de politieke partijen is verdwenen. Via directere kanalen proberen burgers en instellingen invloed uit te oefenen. En het is voor politieke partijen heel vervelend dat veel burgers keuzen moeten maken in hun vrijetijdsbesteding. De commissie Elzinga levert waardevolle elementen op voor wijzigingen in de wet- en regelgeving. Voor het probleem van de herkenbaarheid van het lokale bestuur kiest de commissie voor meer dualisme door de wethouder geen raadslid meer te laten zijn en de taakverdeling tussen college en raad meer in de wet te verankeren. Het college bestuurt en de raad controleert. In de huidige situatie loopt dat wat door elkaar heen. De mogelijkheid om de wethouder van buiten de raad aan te trekken, biedt meer mogelijkheden om goede kandidaten te vinden. Er kan uit een grotere vijver gevist worden! Door de duidelijker rolverdeling van college en raad zal de collegialiteit binnen het college versterkt worden. Immers de collegeleden komen in een minder gebonden situatie ten opzichte van de coalitiefracties, zeker als de wethouder van buiten de raad komt.
Afschaffen van de burgemeester
De meeste discussie gaat over de burgemeester. Benoemd of gekozen en hoe kan de 'eigenstandigheid' het beste worden ingevuld. Het is jammer dat de commissie geen scenario van dualisme heeft uitgewerkt waarbij er helemaal geen burgemeester meer is. Mijn eerste voorkeur gaat uit naar zo'n constructie: er is een gekozen college als dagelijks bestuur, die de taken verdeelt. Mijn tweede voorkeur heeft het ook niet gered bij de commissie. Een gekozen burgemeester die z'n eigen wethouders meeneemt. Over de discussie van de andere mogelijkheden kan ik niet zo warm lopen. Ik heb de indruk dat de vitaliteit van de lokale democratie niet staat of valt bij de uitkomst van die overgebleven discussie.
Publieke verantwoording en kwaliteitsbeleid
Eén van de belangrijkste adviezen uit het rapport vind ik de noodzaak van een vernieuwingsimpuls van het politieke stelsel. Naast de institutionele veranderingen pleit de commissie voor een cultuurverandering. De commissie speelt hiermee in op een ontwikkeling die in veel gemeenten al volop gaande is. Het rapport zou aan deze ontwikkeling weleens een mooie versnelling kunnen geven. Het gaat om het continu verbeteren van de dienstverlening en het optimaliseren van burgerparticipatie. Concrete elementen daarvan zijn: de ontwikkeling van een gemeentewinkel, waar het leeuwendeel van de vragen van burgers snel, vriendelijk en adequaat kan worden afgehandeld, het optimaliseren van het gebruik van nieuwe media en ICT (Informatie Communicatie Technologie) en echt werk maken van publieke verantwoording. Dat betekent helder aangeven welke effecten je wilt bereiken met welk beleid. Dat vervolgens goed monitoren en daarover verantwoording afleggen. Bij de gemeente Haren zijn we gestart met het formuleren van zogenaamde SMART-doelen (SMART staat voor: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden). Kwaliteitszorgsystemen, benchmarking, burgerhandvesten en visitaties zijn elementen van rekenschap en kwaliteitsbeleid die de vitaliteit van de gemeente als organisatie enorm zullen stimuleren.
Handvest voor communicatie en participatie
Een handvest voor communicatie en participatie zou de 'staatsburger' duidelijkheid kunnen verschaffen over de mogelijkheden om het beleid te beïnvloeden. In welke situaties verschaft de gemeente alleen informatie, wanneer is er sprake van inspraak op volledige plannen en hoe vindt de verantwoording plaats. En wanneer is er sprake van 'meespraak'. Hierbij worden belangstellenden en betrokkenen uitgenodigd om in een vroeg stadium van beleidsvoorbereiding mee te denken, mee te praten en mee te ontwikkelen. De raad is het controlerende orgaan die er op moet toezien dat het college zich houdt aan zo'n handvest.
Als laatste onderdeel van de vernieuwingsimpuls zou ik willen noemen: de spelregels tussen college en raad. Laat een commissie uit de raad deze spelregels opstellen. In VNG Magazine van 7 januari 2000 (opvraagbaar bij ng@vng.nl) stond daarvan een mooi voorbeeld van de raadsleden Depla en vd. Meer uit Nijmegen.
Ruime voldoende voor het rapport
Op basis van het rapport van de commissie Elzinga zal de reeds bestaande dualistische verhouding tussen het college en de raad in wet- en regelgeving worden verankerd. De discussie over de positie van de burgemeester zal in kleine kring nog volop doorgaan, maar zal voorlopig geen noemenswaardig effect hebben en de vernieuwingsimpuls zal de gemeente verder opstuwen in de richting van excellente dienstverlening en optimale burgerparticipatie. Dit lijkt mij een prima uitkomst van het rapport, want het hoogste doel is toch niet grote politieke partijen of een spannend debat, maar wel hoogstaande producten en zorgvuldige processen en invloed voor burgers op de eigen leefomgeving.


