Burger en Bestuur

D66 heeft de desastreuze verkiezingen van 1998 en 1999 verwerkt. De partij wordt weer levendig en wint zienderogen aan zelfvertrouwen. De politiek leider, Thom de Graaf, begint duidelijk een belangrijke positie te krijgen in de politieke arena en de Tweede Kamerleden van D66 krijgen door noeste arbeid, enthousiasme en kwaliteit veel aandacht in de media. De congressen worden niet meer beheerst door het navelstaren van verongelijkte politici. En het debat is volop teruggekeerd. Zondag 31 januari was daarvan een voorbeeld. Een goed gevulde zaal met democraten in Utrecht in debat met elkaar en met 3 inleiders over de verhouding burger-bestuur onder leiding van de kersverse partijvoorzitter, Gerard Schouw en de voorzitter van de programmacommissie, Michiel Scheffer.

Legitimatie van het besluitvormingsproces

De directeur van het wetenschappelijk bureau van D66, Christiaan de Vries, schetste als inleider de positie van de politieke partij in de netwerksamenleving. De Vries constateerde een afkalving van de 'plaatsen van reflectie', zoals de politieke partij en opiniebladen. Daar tegenover constateerde hij veel vormen van participatie. Hoe combineer je nu particuliere doelen met collectieve doelen, hield hij zijn gehoor voor. En hoe moet de volksvertegenwoordiging tegen de achtergrond van deze ontwikkeling inhoud geven aan een participatieve democratie? De Vries bepleitte de noodzaak van legitimatie van het besluitvormingsproces in tegenstelling tot de legitimatie van politici. In deze column wil ik die gedachte iets verder uitwerken.

Effect van eigen inzet

Veel mensen zijn zeer betrokken bij diverse maatschappelijke kwesties. Juist door die sterke betrokkenheid is men gericht op resultaat. Men wil effect zien van de eigen inzet. 'Je bijdrage moet er toe doen', is een belangrijk afwegingscriterium bij de invulling van de vaak spaarzame tijd.
De voortgaande individualisering versterkt het proces van zelf kiezen tussen diverse opties. De weg van beïnvloeding van maatschappelijke kwesties via politieke partijen is niet erg aantrekkelijk. Het duurt lang. Je wordt geconfronteerd met interessante, maar ook met veel oninteressante kwesties en er wordt van je verwacht dat je een aandeel neemt in de organisatorische partijklussen.
Invloed op de eigen leefomgeving is vaak succesvoller te realiseren via diverse vormen van interactief besturen. Een gesprek met een belangrijke ambtenaar is vaak effectiever dan een lokaal raadslid aanspreken!
Het dagelijks bestuur van een gemeente organiseert diverse vormen van participatie: informeren, vragen naar meningen en vormen van inspraak en meespraak. In veel van deze processen speelt de politiek een ondergeschikte rol. Althans in de directe meningsvorming, tenzij de politieke partij als gewone participant meedoet. De gemeenteraad zou bij uitstek de rol moeten hebben van bewaker van het proces. De Raad moet controleren of de participatie volgens afgesproken principes verloopt. Dit zou de Raad in een verordening kunnen vastleggen of in een soort handvest. Op deze concrete manier kan het besluitvormingsproces gelegitimeerd worden.

Proces en product

In een complexe samenleving met veel uiteenlopende belangen en interesses is het veelal ondoenlijk om iedereen in alle processen en trajecten tevreden te stellen. Maar het eindproduct zal makkelijker geaccepteerd worden door de meerderheid indien het proces goed verlopen is. Daarom is de legitimatie van het besluitvormingsproces zo belangrijk!
De grote winst in de afgelopen jaren op gemeentelijk niveau is dat steeds meer bestuurders, ongeacht de politieke stroming, de participatie van burgers leuk en nuttig vinden. Op deze manier wordt de intelligentiecapaciteit van de lokale samenleving creatief ingezet en ontstaat er een groter draagvlak voor de richting van de maatschappelijke ontwikkeling.

Terug naar top