Bijdrage aan het onderwijsdebat

DE NIEUWE SCHOOL: contouren van een gestuurd marktmodel

Hierbij wil ik graag een bijdrage leveren aan het prachtige initiatief van het ministerie van OCW van het onderwijsdebat (zie ook www.onderwijsdebat.nl). Ik zal puntsgewijs de contouren schetsen van de nieuwe school, een alternatief in het voortgezet onderwijs.

1. Uit de ervaringen van de onderwijsvernieuwing van de afgelopen 30 jaar trek ik de conclusie dat vernieuwing niet vanuit het ministerie het onderwijsveld opgelegd moet worden, maar dat er een structuur moet komen, die prikkels bevat waardoor vernieuwing vanuit het veld zelf ontstaat.
2. Er moet niet gepoogd worden het huidige systeem om te vormen. Zo'n grootschalige omvorming duurt te lang en zal onherroepelijk veel hindermacht mobiliseren.
3. Mijn gedachte is dat er nieuwe concepten de kans moeten krijgen naast het bestaande systeem. Geen renovatie, maar nieuwbouw naast het bestaande! Indien de bewoners van de bestaande bouw de voordelen van de nieuwbouw zien en zelf nieuw willen bouwen of renoveren op basis van de nieuwe concepten, moet dat mogelijk zijn.
4. In het nieuwe stelsel worden scholen bedrijven. De gemeente speelt in het nieuwe stelsel geen rol meer in de huisvesting. Het is aan de school zelf om te bepalen of er huisvesting gehuurd, geleasd of gekocht wordt.
5. De nieuwe onderwijsbedrijven kunnen voorkomen in drie verschillende juridische vormen: een BV of NV, een stichting of een Rijksschool. In de stichting zou het bestuur kunnen bestaan uit ouders, leerkrachten en externen. Het onderscheid openbaar en bijzonder komt te vervallen. In de oude termen worden alle scholen 'bijzonder'.
6. De nieuwe onderwijsbedrijven bieden onderwijstrajecten op maat aan.
7. De financiering van de nieuwe onderwijsbedrijven kent vijf geldstromen: een basisbedrag van de overheid bij de verlening van de vergunning, verzilveren van vouchers van leerlingen, gelden voor specifieke projecten, gelden voor onderwijs innovatie en externe financiering.
8. Leerlingen in het nieuwe stelsel krijgen voor 7 jaar onderwijsvouchers. Deze vouchers kunnen alleen gebruikt worden bij onderwijsbedrijven met een vergunning in het nieuwe stelsel. Te denken valt aan een bedrag van ca. 15.000 per jaar.
9. De onderwijsbedrijven in het nieuwe stelsel moeten met elkaar concurreren om leerlingen.
10. Door het systeem van concurrentie is het niet ondenkbaar dat er adviesbureau's gaan ontstaan die leerlingen en ouders zullen gaan adviseren.
11. Het Rijk zal een vergunningenstelsel opzetten waarbij algemene doelen worden geformuleerd, minimale eisen aan vakken, minimale kwaliteitseisen met betrekking tot docenten en eisen van toegankelijkheid en publieke- en financiële verantwoording. Dus geen gedetailleerde regels vooraf, maar meer verantwoording achteraf.
12. Leerkrachten zouden als echte zelfstandige professionals nieuwe samenwerkingsverbanden moeten aangaan, bijvoorbeeld een maatschap. Onderwijsbedrijven kunnen docenten van deze maatschappen inhuren. Soms tijdelijk, soms structureel voor een deeltaak. In het nieuwe stelsel zullen niet alle docenten in vaste dienst van de school komen. Er zal veel meer differentiatie optreden.
13. Voor de organisatie van maatschappen van leerkrachten moet het Rijk een tijdelijke stimuleringsregeling treffen.
14. In het nieuwe stelsel is de nieuwe school helemaal vrij om trajecten aan te bieden. Ze kunnen opleidingen aanbieden voor bepaalde diploma's, maar ze kunnen ook eigen certificaten samenstellen. De inhoud van de lessen, het aantal lessen en het aantal uren wordt door de school zelf bepaald. De docenten moeten bepalende professionals worden!
15. In het nieuwe stelsel zal de school een naam moeten opbouwen, die een bepaalde kwaliteit garandeert.
16. Via het Gemeentefonds krijgen gemeenten geoormerkte middelen om trajecten in te kopen bij nieuwe scholen. Op basis van een plan voor 'educatie en opvoedingsondersteuning' kunnen gemeenten individuen en of bepaalde doelgroepen ondersteunen door diensten bij de nieuwe scholen in te kopen.
17. Dit nieuwe concept is een gestuurd marktmodel. De basis vormt een marktsituatie waarbij onderwijsbedrijven moeten concurreren met onderwijstrajecten en waarbij het Rijk structurele sturingsmogelijkheden heeft en de mogelijkheid van een volledig gestuurde school in de vorm van een Rijksschool. De sturing gebeurt op basis van kaderstelling vooraf en visitatie.
18. De Rijksscholen worden op dezelfde manier behandeld als de particuliere onderwijsbedrijven en de stichtingen.
19. In dit nieuwe concept wordt de school geprikkeld om na te denken over educatie, vorming, doelen, eindtermen, toetsing en het studiemateriaal. In dit concept is het voorbij dat er een circulaire wordt opgesteld door het Rijk met eindtermen en dat er slechts 1 of 2 methoden beschikbaar zijn naar die eindtermen toe. De docenten zelf bepalen het lesmateriaal. Dat kunnen zelf samengestelde syllabi zijn of boeken of een combinatie. De docenten bepalen ook zelf de werkvormen. Dus geen verplicht studiehuis of iets dergelijks!
20. De nieuwe school geeft mogelijkheden om zelf invulling te geven aan ondersteunende vormingsonderdelen. Op dit terrein is het niet ondenkbaar dat gemeenten als medefinancier zullen optreden.
21. De nieuwe school krijgt mogelijkheden om externe financiering aan te trekken. Er valt te denken aan onderzoek en stages, maar ook aan onderwijstrajecten aan volwassenen en sponsoring.
22. De nieuwe school krijgt mogelijkheden om eigen bijdragen te vragen voor bepaalde trajecten. Dit mag echter niet in strijd komen met de maximale toegankelijkheid. Met andere woorden er mag geen financiële belemmering ontstaan bij een noodzakelijk traject voor bijvoorbeeld een vervolgstudie.
23. Indien een leerling in minder dan 7 jaar wil doorstromen naar de universiteit of het HBO kunnen de vouchers worden opgespaard voor latere momenten in het leven. De waarde van de vouchers worden jaarlijks geïndexeerd.
24. Iedere leerling kan na de basisschool in aanmerking komen voor een uitgebreide test van capaciteiten, kwaliteiten en wensen en behoeften. Deze uitgebreide test kan als basis dienen van een traject op maat.
25. De nieuwe school regelt zelf de omvang van de groepsgrootte, het aantal docenten, het ondersteunende personeel en de betaling van personeel.
26. Iedere leerling in het voortgezet onderwijs kan in het verlengde van de verkregen vouchers intekenen voor 'een laptop privé project'. Na twee jaar kan de deelnemer de laptop inruilen voor een nieuwe.
27. De nieuwe school biedt onderwijstrajecten op maat aan. Met ruime differentiatie in elementen van educatie en vorming en in niveau's. De trajecten zijn afgestemd op capaciteiten en wensen en behoeften van leerlingen.
28. De nieuwe school kan opleiden voor bepaalde bestaande diploma's, maar is daar niet toe verplicht. De school wordt dan afgesloten met een bundel certificaten en een bundel beschrijvingen van gehaalde doelen en gevolgde cursussen.

Terug naar top