Minister Lodewijk Asscher en staatssecretaris Jetta Klijnsma willen de arbeidsmarkt beter maken, maar hun maatregelen zullen een averechts effect hebben!
Lodewijk Asscher hoopt met de wet ‘Werk en zekerheid’ de positie van werknemers te verbeteren door het flexwerk minder flex te maken. De maximale ww duur wordt verminderd van 38 maanden naar 24 maanden. Het ontslagrecht wordt in de ogen van Asscher eenvoudiger en rechtvaardiger. Staatssecretaris Klijnsma wil met de participatiewet mensen met een beperking makkelijker aan een echte baan helpen. Mooie doelen, maar de maatregelen zullen waarschijnlijk hun doel niet halen. En dat komt, omdat het duo van Sociale Zaken te weinig rekening houdt met de belangen van de werkgever.
De beste weg wordt om zeep geholpen
Een werkgever wil voor z’n bedrijf de beste mensen. Als iemand niet goed functioneert, dan wil de werkgever zo iemand kwijt. Als het niet goed gaat in de markt, wil een werkgever mensen kunnen ontslaan om de kansen in de markt weer te vergroten. Daar moeten we niet moeilijk of zielig over doen. We moeten afvloeiing echter wel netjes regelen. Nu heeft een werkgever twee mogelijkheden: de UWV route en de kantonsrechtersroute. Als het UWV akkoord gaat met ontslag dan kost het de werkgever niets. Kiest de werkgever de kantonrechtersroute dan krijgt de werknemer een vergoeding, die gebaseerd is op het huidige salaris, de leeftijd, aantal arbeidsjaren en de mate van verwijtbaarheid. Een uiterst zorgvuldige aanpak, die voor werkgevers geld kost, maar je weet als werkgever van te voren precies wat de kosten zijn. En dat is voor een werkgever prettig. De uitkomst van de UWV route staat op voorhand niet vast en kan heel lang duren. Lodewijk Asscher vindt het niet eerlijk dat vaak laaggeschoolde werknemers bij massaontslag via de UWV route nooit een vergoeding krijgen en degenen die ontslagen worden via de kantonrechtersformule wel. In plaats van dat Asscher de kantonrechtersformule voor ieder ontslag mogelijk maakt, schaft hij die weg af voor ontslag om bedrijfseconomisch redenen. Alleen voor ontslag om persoonlijke functioneringsredenen staat de kantonrechtersroute nog open. Bij de UWV route wordt de transitievergoeding geïntroduceerd. Met dat geld moet iemand makkelijk van werk naar werk worden gebracht. De vergoeding is echter afhankelijk van de situatie. Een goed lopend systeem wordt systematisch om zeep geholpen en vervangen door een ingewikkeld gewrocht.
Flexwerk wordt minder leuk
Met de nieuwe wetgeving ten aanzien van flexwerk zal de arbeidsmarkt niet verbeterd worden. Integendeel. Asscher vindt het niet terecht dat mensen drie jaar lang een jaarcontract krijgen en dan drie maanden aan de kant gezet worden om het mogelijk te maken om weer drie keer een jaarcontract aan te gaan. Op deze manier kan iemand voortdurend in een flexbaan gehouden worden. Asscher wil dat na twee jaarcontracten iemand een vast contract krijgt. Nobel, maar wat gaat er gebeuren? Werkgevers willen graag een flexibele schil in het personeelsbestand. Als iemand na twee jaarcontracten een vast contract moet krijgen, zal de werkgever die persoon dat contract niet geven, maar afscheid nemen en een nieuwe flexwerker aannemen. Een werkgever zal het werk anders gaan inrichten. Het werk van de flexwerker wordt eenvoudiger, omdat er sneller weer iemand anders op gezet moet worden. Iemand die nu in zo’n flexibele schil werkt kan jaren lang leuk werk hebben, maar dat wordt om zeep geholpen. Met dank aan Lodewijk Asscher. De nieuwe flexwerker zal niet meer een aantal jaarcontracten bij 1 werkgever krijgen, maar zal van de ene naar de andere werkgever moeten hoppen.
Klijnsma brengt perverse prikkels in het systeem
Staatssecretaris Klijnsma wil dat mensen met een beperking ook zoveel mogelijk een echte baan krijgen. Een nobel streven. Werkgevers willen best mensen met een beperking aannemen, mits ze hun kunnen betalen voor hetgene dat ze aan toegevoegde waarde leveren. En werkgevers houden niet van een verhoogd risico op zieke en arbeidsongeschikte medewerkers, want dat kost de werkgever heel veel geld. Wat doet Klijnsma? Werkgevers nemen mensen met een beperking in dienst en betalen een volledig cao loon. Samen met de gemeente wordt de loonwaarde bepaald van een medewerker. Het verschil tussen de loonwaarde en het cao loon wordt betaald door de gemeente of het Rijk. Dat lijkt prima geregeld, maar dat is het niet. Ieder jaar wordt de loonwaarde van een medewerker bepaald. Wat zal de inzet van de gemeente of het Rijk zijn? Die willen graag een zo hoog mogelijke loonwaarde want dan is immers de loonkostensubsidie laag. En die werkgever wil niet meer betalen voor wat hij krijgt. Het conflict zit ingebakken in het systeem. Er is voor de werkgever nog een ander probleem bij het aannemen van mensen met een beperking en dat is de verhoogde kans op ziekte en arbeidsongeschiktheid. Een werkgever zit onder deze omstandigheden helemaal niet te wachten op iemand met een beperking. Klijnsma creëert een volkomen fout systeem. Zij moet er voor zorgen dat werkgevers geen groot risico lopen bij het in dienst nemen van iemand met een beperking. Hoe doe je dat dan? Dat kan als de persoon in kwestie in dienst blijft van een overheidsorganisatie en dat de diensten naar waarde worden betaald.
Bijstand en het loon van iemand met een beperking
Moet iemand met een beperking meer verdienen dan iemand in de bijstand? Die vraag wordt relevant nu veel gemeenten mensen die niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien een bijstandsuitkering geven, maar alleen in ruil voor een tegenprestatie. In de participatiewet van staatssecretaris Klijnsma wordt iemand met een beperking niet op het niveau van een bijstandsuitkering betaald, maar op het niveau van een cao-loon met het wettelijk minimum loon als bodem. De bestandsuitkering voor een alleenstaande is netto €628,68 per maand. Het wettelijk minimumloon voor iemand van 23 jaar of ouder is bruto €1.477,80 per maand. Omgerekend naar netto is dat ongeveer: €1.250,-. Dat is nogal een verschil!
Een akelig scenario
De gemeente is vanaf 1 januari 2015 verantwoordelijk voor mensen met een beperking. Er is iemand met een beperking met een loonwaarde van 20%. Bij een bedrijf ontvangt deze persoon minimaal een wettelijk minimumloon. De loonkostensubsidie is in de nieuwe wet maximaal 70% van het wettelijke minimumloon. In dit geval: 70% van €1.477,80 = €1.034,46. Dat is flink hoger dan een bijstandsuitkering. Zou de gemeente niet in de verleiding komen om in dit geval niet te kiezen voor een arbeidsplaats, maar voor niets doen met een bijstandsuitkering?
Het kan anders!
Het duo Asscher en Klijnsma zullen de arbeidsmarkt niet verbeteren, maar flink verslechteren! Kan het ook anders. Jazeker, met de sociale rotonde, de kantonrechtersformule voor ieder ontslag en handhaving van de flexwet.
Michiel Verbeek, 15 december 2013


