Artikel 23 van de grondwet gaat over de vrijheid van onderwijs en geeft geen antwoord op de vraag of een katholieke school een islamitische leerling kan weigeren. De religieuze overtui-ging van de desbetreffende leerling laat die vrijheid immers onverlet. Het antwoord op de vraag moet veeleer worden gezocht in artikel 1, het discriminatieverbod. Als de godsdienst van de leerling de reden is voor weigering is dat in strijd met het discriminatieverbod.
De commotie over de vermeende strijd tussen het discriminatieverbod (artikel 1) en de vrijheid van meningsuiting (artikel 7) is ongegrond. Het zijn beide rechten die iedere indivi-duele burger toekomen. De vrijheid van meningsuiting houdt niet in dat je alles mag zeggen wat je wilt, maar alleen dat je geen voorafgaande toestemming nodig hebt voor de openbaar-making van je mening. Het openbaar maken van een mening kan op zichzelf nooit in strijd zijn met het discriminatieverbod, zoals een pleidooi voor moord geen moord kan zijn. Voor zowel het één als het ander is een daad vereist.
Tussen het discriminatieverbod (artikel 1) en de vrijheid van godsdienst (artikel 6) is wel een zekere spanning denkbaar. Als mijn godsdienst discriminatie voorschrijft, mag ik dan op grond van artikel 6 artikel 1 schenden? Het antwoord is nee, want de vrijheid van gods-dienst is net als de vrijheid van meningsuiting niet absoluut. Beide gelden behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. En de wet (artikel 1) verbiedt discriminatie. Ik vind dan ook dat een staatkundig gereformeerde school een homofiele, joodse negerin die bereid en in staat is staatkundig gereformeerd onderwijs te geven niet als docent mag weigeren op de en-kele grond dat zij de verkeerde smaak, het verkeerde geloof, de verkeerde huiskleur en het verkeerde geslacht heeft. Wel kun je je natuurlijk afvragen wat zo’n vrouw bezielt?
De jurisprudentie gaat overigens nogal ver in de bescherming van de godsdienstvrij-heid, als het gaat om de godsdienstige belediging van homofielen. De keerzijde van het ezel-tjesproces?
Zelf ben ik overigens meer een voorstander van rechterlijke bescherming tegen daden dan tegen woorden. Als de gekken niet meer mogen schelden, gaan ze misschien wel schieten.


