Kunnen de politici in Europa de financiële markten rustig krijgen? De vervanging van Papandreou door Papademos in Griekenland en van Berlusconi door Mario Monti in Italië hebben daar zeker bij geholpen. Maar er moet meer gebeuren om een recessie af te wenden. Daarvoor moet Duitsland bewegen. Het lijkt erop dat Duitsland met ondersteuning van Nederland een duurzame oplossing in het Eurozonegebied tegenhoudt. Het zijn niet de financiële markten die de politiek in de tang hebben. De financiële markten geven uiting van onderliggende economische problemen. De politiek is de oorzaak van problemen, maar kan ook voor de oplossing zorgen!
Financiële markten
Als de financiële markten tot rust gekomen zijn, dan kunnen landen en bedrijven zich weer concentreren op economische groei. De financiële markten zijn het samenstel van partijen die geld lenen en uitlenen. Er zijn veel verschillende partijen die elkaar tegenkomen op die financiële markten. Dat zijn banken, pensioenfondsen, overheden, bedrijven, investeringsmaatschappijen, verzekeraars, particuliere beleggers, hedge funds enz. De een heeft voor kortere of langere periode geld over en wil dat uitlenen tegen een leuke rentevergoeding. Aan de andere kant zijn er vragers die geld nodig hebben voor het kopen van een huis, of om een schuld af te lossen, of om een bedrijf te kopen, of om een investering te doen. En aan zowel de vraagkant als de aanbodkant zijn er speculanten. Die proberen alleen maar dagelijks geld te verdienen aan lucratieve transacties. Geld lenen en direct weer uitlenen tegen een hogere rente. Aan dat spel doen ook vrijwel alle banken mee.
Hoge staatsschulden
Door de bankencrisis van 2008 moesten heel veel overheden zich flink in de schulden steken om te voorkomen dat het financiële systeem in elkaar zou vallen. Niet alleen met directe steun aan banken en verzekeraars, maar vooral door lagere inkomsten omdat de bankencrisis oversloeg naar de reële economie. Steun aan bedrijven en lagere belastinginkomsten stuwde de staatsschulden op. Aan landen met een hele hoge staatsschuld werd een steeds hogere vergoeding gevraagd bij nieuwe leningen. Voor partijen die geld willen uitlenen werd het steeds risicovoller om geld aan Griekenland te lenen. Als Griekenland zelfstandig geld zou moeten lenen dan zou ze momenteel 28% aan rente moeten betalen. Zie het schuldenoverzicht. Terwijl Duitsland met ook een aanzienlijke schuld slechts 1,81%. Je hoeft geen economie gestudeerd te hebben om te zien dat Griekenland met zulke rentes steeds verder in de problemen raakt.
Verschillen in rentekosten
Als Italië en Spanje geld nodig hebben dan moeten ze ook al respectievelijk 7% en 6,41% betalen. Dat is heel wat anders dan de 1,81% van Duitsland. Even een rekensom. Stel Spanje moet 20% van de staatsschuld opnieuw financieren. De rentekosten worden dan 6,41% x 20% x 845,85 miljard is 10,8 miljard. Tegen het rentepercentage van de Duitsers worden de rentekosten 1,81% x 20% x 845,85 miljard is 3 miljard. Dat scheelt nogal!
Individueel of samen
De Europese landen hopen de financiële markten tot rust te krijgen door stevige afspraken te maken over voornemens van begrotingsdiscipline, door te accepteren dat de ECB (Europese Centrale Bank) staatsobligaties opkoopt van landen in problemen om hele hoge rentes te voorkomen en door een noodfonds met geld en met garanties voor geldschieters. Papademos en Monti zijn een uiting van de begrotingsdiscipline. De ECB onderzoekt mogelijkheden om geld uit te lenen aan het IMF (Internationaal Monetaire Fonds) om vervolgens het IMF landen in moeilijkheden te helpen en het noodfonds is uitgebreid met garanties tot 20% voor nieuwe geldschieters. Een pakket dat niet lang stand houdt. Dat zien we aan bijvoorbeeld de rente-ontwikkeling voor Spanje. Als de Eurozonelanden op deze weg doorgaan is de kans groot dat ze de financiële markten niet tot rust krijgen. En dat betekent dat landen met grote schulden, een hoog begrotingstekort en een lage economische groei geconfronteerd zullen worden met oplopende rentes voor staatsobligaties. En dan zullen die landen steeds verder in het moeras wegzakken. Maar als de Eurozonelanden gezamenlijk de schulden gaan financieren dan worden geldleners geconfronteerd met een partij bestaande uit 17 landen. Een partij met sterke landen als Duitsland, Nederland, Finland en Oostenrijk. Gezamenlijk kunnen ze een vuist maken op die financiële markten. Voor de geldlener is er helemaal geen keuze meer tussen Spanje of Duitsland. Het is kiezen voor één sterk Europees blok, die zich nimmer zal kunnen permitteren om onderuit te gaan. Het is dus een safe belegging. Wat zal dat voor rentepercentage opleveren? Misschien geen 1,81% van Duitsland nu, maar tussen de 2,5% en 3% zou weleens heel redelijk zijn. De Verenigde Staten heeft een grotere schuld dan de Eurozonelanden bij elkaar en heeft een groter begrotingstekort, maar betaalt slechts 2% rente.
Duitsland moet om
De Duitsers houden een goede oplossing in het Eurogebied tegen. Zij zijn bang dat met name de zuidelijke landen niet de begrotingsdiscipline zullen opbrengen die nodig is voor een gemeenschappelijke solidaire aanpak van de crisis. In plaats van het tegenhouden van de enige duurzame oplossing zou Duitsland er goed aan doen om zich te buigen over de eisen aan alle landen bij de uitrol van dit scenario. Als Angela Merkel volhardt in haar standpunt dan is de kans groot van een forse recessie. Ik hoop dat de adviseurs van Merkel eens gaan uitrekenen wat nu voor Duitsland voordeliger is: Scenario 1: doormodderen met de kans dat langzaamaan diverse Europese landen bezwijken onder de schuldenlast. En daarmee koopkracht verdwijnt voor Duitse export bedrijven en steeds meer problemen voor Duitse banken die flinke posities hebben in Frankrijk, Italië en Spanje. Of scenario 2: gezamenlijke financiering van schulden door de uitgifte van euro-obligaties door de ECB of een nieuwe begrotingsautoriteit. Gecombineerd met nieuwe spelregels met sancties voor begrotingen. De uitvoering van de spelregels kan bij de al genoemde begrotingsautoriteit worden ondergebracht of bij de Europese Commissie.
Michiel Verbeek, 18 november 2011


