Als meedoen pijn doet van @EvelienTonkens

Als pijn meedoet is de titel van het boek van Evelien Tonkens en Mandy de Wilde over affectief burgerschap. In het kader van de drie grote decentralisaties (deel AWBZ naar de Wmo, jeugdzorg en de participatiewet) van Rijk naar gemeente ziet de overheid dit affectieve burgerschap graag toenemen.

Zorgzame burgers die door affectieve banden in beweging komen. Die positieve gevoelens koesteren voor elkaar en hun omgeving en door die gevoelens betrouwbare vervangers van betaalde krachten zullen zijn. Tegen de achtergrond van heel veel mantelzorgers, flink veel overbelaste mantelzorgers en heel veel vrijwilligers is het goed om kennis te nemen van onderzoek naar betrokkenheid van burgers bij het beleid en de uitvoering van beleid. Uit het onderzoek van Tonkens en de Wilde komen ook veel voorbeelden naar voren waarbij de welwillende overheid welwillende burgers systematisch weet te ontmoedigen om mee te doen!

Eigen ervaringen met burgerparticipatie

Het boek staat vol met heel veel concrete situaties, maar wat zijn nu de belangrijke leringen uit het boek? Ik heb het boek gekocht, omdat ik dacht dat het hele directe aanknopingspunten zou opleveren voor de inrichting van het Sociale Domein. Interessante gedachten zou opleveren voor het maken van informatieloketten voor gemeenten. Dat heeft het misschien niet direct opgeleverd, maar het heeft wel bijgedragen aan scherper zicht op de beweging van formele zorg naar meer informele zorg en naar nieuwe combinaties van formele en informele zorg in het Sociale Domein. In mijn vorige leven als wethouder in de gemeente Haren heb ik prachtige ervaringen opgedaan met burgerparticipatie. De vele voorbeelden in het boek hebben mij weer beter doen realiseren waarom mijn eigen ervaringen zo positief waren. Dat had veel te maken met het serieus nemen van alle actoren, heel duidelijk laten zien hoe je opvattingen en analyses van anderen hebt gewogen en dat je altijd bereid moet zijn om verantwoording af te leggen voor je keuzes als bestuurder. Niets wordt zo maar aangenomen! Ambtenaren en externe professionals in mijn eigen praktijkervaringen ondersteunden de aanpak van burgers in het proces. Zij waren dienstbaar.

Emotionalisering

Tonkens en de Wilde schetsen het proces van emotionalisering. De overheid zoekt nabijheid, openheid en persoonlijke verhalen, en reageert met empathie, genegenheid en begrip. Zij neemt tijd en moeite om naar burgers te luisteren en geeft hen daarmee ruimte om hun hart te luchten en hun persoonlijke zorgen publiek te maken. Dat schept verwachtingen over begrip en toenadering. Deze houding van de overheid moet affectief burgerschap uitlokken. Als de overheid hierin slaagt dan ontstaan er nieuwe verhoudingen in de driehoek: burger, overheid en samenleving. De overheid kan een stapje terugdoen om meer ruimte te bieden aan de relatie burger - samenleving. Dat leidt tot de herziening van de verzorgingsstaat. Volgens de politiek is dat nodig vanwege financiële krapte. Kort door de bocht moet affectief burgerschap de nieuwe garantiestaat borgen! Als de individueel verantwoordelijke burger de sleutel is voor de ideale wijk, zijn die burgers dat samen voor de nieuwe staat! Maar uit de vele voorbeelden in het boek blijkt dat de overheid eerst heel intensief en enthousiast samen zaken oppakken om vervolgens terug te trekken en het over te laten aan burgers. Dat is weer een voedingsbodem voor teleurstelling.

Neo-communaristisch burgerschapsideaal

In het neo-communaristische burgerschapsideaal wordt vanuit loyaliteitsgevoelens verantwoordelijkheid gevoeld voor de gemeenschap. Dat leidt tot verbondenheid en vertrouwdheid met vreemden in de wijk en een alledaagse praktijk van niet alleen meebeslissen en meepraten, maar ook echt van meedoen! Het vermogen te voelen en hierna te handelen levert een verschuiving op van rede naar emotie. Als mensen echt betrokken op elkaar raken dan wordt het sociale netwerk uitgebreid. Dan kunnen ze voor elkaar van belang zijn.

Moeilijke wijken

Voor de voordeur vinden we jeugdwerkloosheid, overlast, schooluitval, criminaliteit en werkloosheid. Met een hechte en sterke verbondenheid in de wijk kun je daar verbeteringen op realiseren. Maar achter de voordeur zitten: huiselijk geweld, schulden, armoede, eenzaamheid en opvoedingsproblemen. En die zullen heel anders bestreden moeten worden!

Gezag

Waar geweld wordt gebruikt heeft gezag gefaald wordt in het boek geciteerd van Hannah Arendt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 5 soorten van gezag: 1. Het traditionele gezag. Een persoon met discretionaire bevoegdheden. 2. Gezag op basis van expertise. 3. Bureaucratisch gezag. Gezag gebaseerd op wetten, regels en procedures. 4. Populistisch gezag. Is vaak gebaseerd op de opstand tegen traditioneel, expertocratisch en bureaucratisch gezag. 5. Dialogisch gezag. Het is gebaseerd op persoonlijk begrip, betrokkenheid en goede communicatie. De vijfde vorm is de vorm waar we het van moeten hebben!

Relationale-, groei- en fantoompijn

Het boek van Evelien Tonkens en Mandy de Wilde is opgebouwd langs het drieluik: relationele-, groei- en fantoompijn. Uit de vele voorbeelden blijkt dat het samenleven in achterstandswijken niet eenvoudig is. Beleid gericht op sociale cohesie en leefbaarheid verzacht de relatiepijn. De groeipijnen komen van jongeren die overhoop liggen met het gezag. En de fantoompijn wordt ervaren o

Participatieladder

De traditionele participatieladder loopt van informeren via meedenken naar meebeslissen. Volgens Tonkens en de Wilde moet er een nieuwe participatieladder komen. Die loopt van meedoen naar meebeslissen, van koffieochtend naar actie, van wandelclub naar overleg over belangrijke maatschappelijke aangelegenheden, van zorgen voor je grootmoeder naar een discussie in de raad over het ouderzorgplan. En er moet ruimte komen voor een stapje terug. Mensen moeten plezier kunnen vinden in het meedoen, maar moeten ook kritiek en frustratie kunnen uiten. Plezier en frustratie geven samen vorm aan de nieuwe participatieladder.

Meedoen is meevoelen

Uit de vele voorbeelden in het boek van Tonkens en de Wilde blijkt dat burgerschap niet alleen te maken heeft met kennis en de rede. Een voorwaarde voor meedoen is meevoelen. Empathie, genegenheid en respect voor anderen zijn essentieel voor affectief burgerschap. Meevoelen betekent jezelf verbonden voelen met anderen, emotioneel begrip te ontwikkelen en naar dat gevoel te handelen.

Moedig voorwaarts

De vele voorbeelden in het boek laten zien dat voor burgerschap geen eenvoudig en allesomvattend recept is. Goede bedoelingen voor meedoen zijn niet voldoende. Op basis van specifieke omstandigheden moet een passende vorm worden gekozen. En iedereen die meedoet moet rekening houden met tegenvallers. Een paar aspecten van succes staan voor mij overeind: interesse in elkaar, elkaar echt proberen te ontmoeten, ruimte om dingen uit te proberen, fouten maken en opnieuw proberen en communiceren! Angst en onbekendheid kun je uitsluitend succesvol tegemoet treden met goed communiceren! Laten we moedig voorwaarts gaan met burgerparticipatie. Verwacht niet altijd affectief burgerschap, maar laten we voordurend nieuwe dingen uitproberen!

Michiel Verbeek, 1 juni 2013

Terug naar top