Dankzij de grote ego’s van Rita Verdonk en Lousewies van der Laan is het tweede kabinet Balkenende gevallen. Als je alle debatten en reacties tot je laat doordringen dan kun je geen andere conclusie trekken dat met iets meer politieke bewegelijkheid en leiderschap deze crisis te voorkomen was. Maar goed, het politieke feit is er. Binnenkort zal het derde kabinet Balkenende met steun van VVD en CDA van start gaan als zogenaamd rompkabinet. Dat kabinet zal vervroegde verkiezingen gaan voorbereidingen in het komende najaar. Door deze omstandigheid kunnen we vervroegd starten met het opstellen van wensenlijsten voor het vierde kabinet Balkenende of het eerste kabinet Bos. Ik zal de komende tijd mijn bijdrage leveren. Indien u wil reageren op mijn voorstellen of u heeft zelf suggesties, mail die dan naar: info@michielverbeek.nl. Interessante bijdragen zal ik als nieuwsbericht opnemen op deze site.
Mijn prioriteiten
Ik hoop dat het kabinet na de overgangsperiode van Balkende 3 de volgende punten hoog op de politieke agenda zal zetten:
- Werken aan de waterstofeconomie. Een nieuwe visie op duurzame economische groei.
- Een miljardenimpuls in het onderwijs en vergaande verzelfstandiging van onderwijsinstellingen
- Communicatie in de multi-etnische samenleving
- Economische dynamiek in combinatie met sociale zekerheid
- Meer marktwerking in de woningmarkt
- Breedband in heel Nederland en meer ICT in het verkeer
- Gemeenten faciliteren om de publieke dienstverlening te verbeteren
Onderwijs
Het thema waar ik mee wil beginnen is onderwijs. Het nieuwe kabinet zal wat mij betreft een topprioriteit moeten geven aan het onderwijs. En dat moet betekenen dat er miljarden extra geïnvesteerd worden in het onderwijs. En dan niet met allerhande projectgeld, maar de bedragen per leerling voor een school moeten omhoog. Binnen 4 jaar moet Nederland met betrekking tot de uitgaven voor onderwijs tenminste op het gemiddeld niveau van de Oesolanden. Het huidige bedrag per leerling zal tenminste met 50% moeten stijgen. Het onderwijs moet minder bestierd worden vanuit het ministerie van Onderwijs. Docenten zullen een veel prominentere rol moeten krijgen om het onderwijs vanuit hun professionele deskundigheid vorm te geven. De structuur zal daar de mogelijkheden voor moeten scheppen. Hieronder puntsgewijs een aantal ideeën.
Vernieuwingspunten in het onderwijs
- Scholen worden zelfstandige ondernemingen.
- Alle onderwijsgebouwen in het bezit van de overheid worden verkocht. De scholen die nu gebruik maken van de gebouwen krijgen het recht van eerste koop. Op basis van een externe taxatie wordt de verkoopprijs bepaald.
- Scholen krijgen een vast bedrag per jaar en een bedrag per leerling. Het vaste bedrag moet de mogelijkheid bieden om nieuwe kleine scholen te laten ontstaan. De structuur moet het mogelijk maken om bijvoorbeeld maatschappen van docenten in staat te stellen scholen te beginnen.
- Het bedrag per leerling zal tenminste met 50% stijgen.
- Ieder kind krijgt een ‘leerspaarpot’. Van 0 tot 21 zal de overheid bedragen storten in de spaarpot. Van die gelden kan een leerling onderwijs inkopen bij zelfstandige ondernemingen. De spaarpot wordt beheerd door de Informatie Beheer groep.
- Iedere onderwijsonderneming kan alleen in aanmerking komen voor geld uit de spaarpot als de onderneming een vergunning heeft van de overheid.
- Iedere onderwijsonderneming mag zelf bepalen wat ze voor onderwijsaanbod aanbieden, zolang ze zich houden aan een aantal regels uit de vergunning.
- Vanuit het ministerie van onderwijs worden landelijke examens georganiseerd en landelijk diploma’s. Scholen bepalen zelf hoe ze leerlingen opleiden voor een diploma.
- Indien een leerling een diploma haalt worden er bedragen verdiend die aan de leerspaarpot worden toegevoegd.
- Scholen worden gefinancierd op basis van T-1 in plaats van de huidige T-2. Dat betekent: middelen op basis van leerlingenaantallen van het afgelopen jaar en niet van twee jaar geleden. Voor groeiende scholen is dat momenteel een groot probleem.
- Scholen zijn zelf volledig vrij in de bezoldiging van docenten. Alle voorschriften van het Rijk daaromtrent worden afgeschaft.


