Tijd voor een tweestromenland in het voortgezet onderwijs
Het voortgezet onderwijs is een goed geoliede machine. Jaar na jaar worden leerlingen volgens een strak curriculum klaargestoomd voor het eindexamen, dat hen toegang geeft tot mbo, hbo of universiteit. Vanuit organisatorisch oogpunt werkt dit prima: losse vakken, jaarklassen en toetsen zorgen voor orde en efficiëntie.
Maar onder de motorkap kraakt het. Het aantal thuiszitters is volgens de oudervereniging Balans gestegen tot zo’n 70.000. Er is een grote groep ‘uitzitters’, die school als saai, betekenisloos en soms bedreigend ervaren. Leraren lopen vast in werkdruk, gebrek aan autonomie, grote klassen en toenemende diversiteit.
De pijlers onder het systeem
Het huidige onderwijs is ingericht als een productielijn. Leerlingen volgen een rooster, schuiven elk uur een lokaal in en uit en werken naar toetsen en examens toe. Leren wordt zo een kwestie van cijfers halen, niet van betekenisvol kennis opbouwen. Wie het diploma haalt, heeft gewonnen, wat er daarna overblijft, is onzeker. De huidige structuur is gebouwd op selectie en controle. Drie pijlers houden dit systeem overeind:
- De doorstroomtoets. Een momentopname op 12-jarige leeftijd die de toegang tot vmbo, havo of vwo bepaalt. Laatbloeiers en jongeren die met een achterstand de school binnenkomen betalen hier de hoogste prijs.
- De labels vmbo, havo en vwo. Voor een leerling die in een stroom is beland, is opstromen moeilijk, afstromen gaat sneller. Talenten krijgen onvoldoende ruimte om zich te ontwikkelen.
- Het centraal examen. De hele opleiding is ingericht op het behalen van het diploma. Brede ontwikkeling, verdieping en persoonlijke groei verdwijnen naar de achtergrond.
Zolang deze drie elementen onaangetast blijven, blijft het systeem draaien zoals het draait. Scholen die vernieuwend willen werken, stuiten vroeg of laat op de harde eisen van het eindexamen.
Een tweede stroom
Ondertussen verandert de wereld razendsnel. Digitalisering, artificiële intelligentie (AI) en globalisering vragen om kritisch denken, communicatieve vaardigheden, probleemoplossend vermogen, creativiteit, samenwerken en veerkracht. Vaardigheden die zich maar mondjesmaat ontwikkelen in een systeem dat draait om fragmentatie en standaardisatie. Het is tijd voor een radicale maar haalbare stap. Laat het huidige systeem bestaan, maar zet er een tweede onderwijsstroom naast waar ouders en jongeren in heel Nederland op redelijke afstand van huis voor kunnen kiezen.
In deze tweede stroom verdwijnen de doorstroomtoets, de labels vmbo, havo en vwo en het centraal examen. De overheid stelt dezelfde kerndoelen als in het reguliere onderwijs, maar scholen krijgen volledige vrijheid in de leerprogramma’s en de toeleiding naar het vervolgonderwijs. Als leerlingen eraan toe zijn melden ze zich bij de vervolgopleiding met veel zelfvertrouwen en een rijk portfolio. Toezicht verschuift van controle naar het volgen van ontwikkeling.
Het vertrekpunt in de tweede stroom is nieuwsgierigheid: leren begint bij de leervraag van de leerling. Leraren combineren vakinhoudelijke en interdisciplinaire kennis met persoonlijke begeleiding. Zo ontstaat onderwijs dat intrinsieke motivatie stimuleert en waarin kennis, vaardigheden en persoonlijke ontwikkeling elkaar versterken. Geen productielijn naar een diploma, maar een ontdekkingsreis waarin jongeren groeien in kennis, vaardigheden en persoonlijkheid.
Agora als voorbeeld
Agora-onderwijs laat zien hoe dit eruit kan zien. Leerlingen werken aan zelfgekozen uitdagingen binnen vijf ‘werelden’: wetenschap, kunst & cultuur, maatschappij, sociaal-ethisch en spiritualiteit. Ze krijgen de ruimte om te ontdekken, maar worden actief uitgedaagd door coaches die blinde vlekken blootleggen en nieuwe perspectieven aandragen. Het resultaat: betrokken, gemotiveerde jongeren die weten waar hun talenten liggen en hoe ze die verder willen ontwikkelen.
Waarom naast, niet in plaats van
Een tweede stroom is geen aanval op het bestaande systeem. Wie gebaat is bij duidelijke structuren, voorspelbare vakken en toetsen, blijft daar prima op zijn plek. Maar voor wie vastloopt in het keurslijf of juist méér wil dan het huidige systeem biedt, is er een alternatief. Werkt de tweede stroom, dan zal die groeien. Misschien wordt het op termijn de norm, niet omdat we het oude systeem hebben afgebroken, maar omdat we hebben laten zien dat het anders kan.
Durf te kiezen
Het ministerie van OCW, politici, schoolbesturen en docenten moeten nu lef tonen. Geef ruimte aan een tweede stroom met eigen wet- en regelgeving. Geef scholen die dat willen een financiering per leerling met indexering en organiseer onafhankelijk onderzoek naar de resultaten.
De vraag is niet óf we moeten vernieuwen, maar hoe. Blijven we vasthouden aan toetsen, labels en vroege selectie? Of maken we onderwijs weer tot wat het hoort te zijn: een krachtige voedingsbodem waar jonge mensen zich ontwikkelen tot zelfstandige, verantwoordelijke burgers die klaar zijn voor een complexe wereld? De tweede stroom biedt die kans.
Michiel Verbeek