Skip to main content Skip to footer

Oerol 2026: tussen dans, duin, twijfel en verhalen

Oerol begint eigenlijk altijd voordat het echt begint. Nog voor de eerste voorstelling, nog voor de eerste fietstocht door duin en bos is er dat ritueel: het ophalen van het Oerolbandje en het Vriendenbandje. Twee bandjes om je pols als toegangsbewijs, maar ook als klein symbool: ik ben er weer, ik mag weer dwalen over Terschelling, langs theater, dans, muziek, gesprekken en onverwachte ontmoetingen. Mijn top 3 dit jaar waren: de ode aan Adèle Bloemendaal, AZC de Musical en Ivgi & Greben.

Oerol 2026 werd voor mij een editie met veel beweging. Letterlijk, door de vele dansvoorstellingen, acrobatiek en fietstochten over het eiland. Maar ook figuurlijk: voorstellingen die gingen over migratie, verbinding, polarisatie, neurodiversiteit, koloniale geschiedenis, water, wonen en de vraag hoe we met elkaar samenleven. Niet alles raakte even sterk. Sommige voorstellingen lieten me koud, andere bleven nog lang in mijn gedachten. Maar samen vormden ze weer typisch Oerol: kunst in de buitenlucht, wind door je kleren, zand onder je schoenen en ideeën die onderweg naar de volgende locatie nog even met je meefietsen.

 

Spiral: dans als uitputtingsslag

Mijn eerste voorstelling was Spiral van danstheater AYA, gemaakt door Anne Suurendonk. De voorstelling wilde iets verbeelden van jezelf zijn, jezelf verliezen en jezelf weer terugvinden. Vijf jonge dansers kwamen van een berg afgerend en stortten zich daarna op een uur lang dansen op pompende muziek. De energie was indrukwekkend. Ze dansten zich zichtbaar in het zweet, op een prachtige plek met heuvels op de achtergrond. Het fysieke vermogen van de dansers dwong bewondering af. Zeker toen ik later bij Opium op Oerol hoorde dat hun warming-up alleen al een uur duurt. Dan kijk je toch anders naar zo’n voorstelling: met respect voor het lichaam als instrument. De dans was aanstekelijk, maar ook nogal gelijkmatig. Ik miste variatie: meer afwisseling tussen groepsdans, solo’s en duo’s, meer gebruik van de omgeving, meer spanning in de opbouw. De heuvels werden eigenlijk maar één keer echt mooi ingezet, toen één danser alleen achterbleef en de anderen op afstand dezelfde bewegingen uitvoerden. Dat was een heel mooi moment.

Room in our house: het andere koloniale verleden

Ooit gehoord van Haudenosaunee? De voorstelling Room in our house van Nicole Beutler Projects draaide om de Haudenosaunee, een confederatie van oorspronkelijk vijf en later zes inheemse volkeren (ook Irokezen genoemd) in Noord-Amerika. Nederland heeft een oude relatie met deze volkeren, teruggaand tot de zeventiende eeuw, toen er in Nieuw-Nederland (gebied Hudsonvallei) sprake was van handel, bondgenootschap en vrede.

De voorstelling werd gedanst door Montana Summers en Rob Polmann. Montana is afstammeling van inheemse overlevenden, Rob komt uit Enschede. Twee lichamen op het toneel, verbonden met een geschiedenis die veel groter is dan zijzelf. De dans was intens, soms ingetogen, soms geladen. Vooraf gaf Michele Schenandoah een uitgebreide introductie. Zij vertelde over de cultuur van de Haudenosaunee en benoemde waarden die in onze tijd bijna pijnlijk actueel zijn. De aarde is niet van ons, we hebben haar te leen. De cultuur is matriarchaal georganiseerd. En dan is er het zevende-generatieprincipe: elke beslissing die je nu neemt, moet ook positief uitwerken voor de zeven generaties na ons. Dat principe bleef hangen. Het is even simpel als radicaal. Als wij in het Westen iets meer vanuit zo’n gedachte hadden gehandeld, hadden we onszelf misschien een klimaatcrisis bespaard. 

AZC de Musical: klein eiland, groot verhaal

AZC de Musical van George Tobal, met Lot van Lunteren, Marloes IJpelaar en Milan Sekeris, was een voorstelling die midden in het maatschappelijke debat stond. Hoe is verdraagzaamheid op zoveel plekken veranderd in wantrouwen? Hoe heeft ‘eigen volk eerst’ zoveel terrein kunnen winnen? En wat gebeurt er als je achter het woord “asielzoeker” weer mensen ziet?

George Tobal begon bij het gebouw op de achtergrond. Nu een appartementencomplex met woningen tussen vijf ton en een miljoen, maar ooit het asielzoekerscentrum van Terschelling. Eerst was er protest, vertelde hij, maar al snel werden de bewoners opgenomen door de eilanders. Op de basisschool werden 25 kinderen warm ontvangen. Toen het AZC moest sluiten omdat het gebouw werd afgekeurd, was er verdriet. Daarna stond het gebouw tien jaar leeg. Een concreet voorbeeld van kleinschalige opvang die wél werkte. Niet als abstract beleidsplan, maar als eilandgeschiedenis.

De voorstelling mengde persoonlijke verhalen met maatschappelijke analyse. George Tobal vertelde over zijn eigen vlucht uit Syrië en eindigde met bedankjes aan mensen die hem in zijn AZC-tijd hadden geholpen. Lot hield een meeslepende tirade over het kleine leed van Nederlanders. Marloes vertelde stoer dat zij dacht zich wel staande te kunnen houden in een AZC. Milan bracht het verhaal van een jongen van wie de jeugd werd verpest door het voortdurend verhuizen van centrum naar centrum. Tussen de verhalen door was er muziek. Milan speelde gitaar, er werd gezongen, en de bekende scène uit Sophie’s Choice kreeg extra lading doordat die twee keer werd gespeeld, met de rollen omgedraaid. Dat werkte confronterend: keuze, machteloosheid en morele verschrikking kregen even een gezicht. En de confrontatie van de wisseling van slachtoffer en onderdrukker.

De voorstelling liet ruimte voor begrip voor zorgen rond opvang, maar haar oproep was helder: kijk naar de verhalen van vluchtelingen, luister echt, en help mee om opvang menselijk te organiseren.

Monki Business: klauteren als toekomstvisioen

Bij Monki Business en de voorstelling De Uitkijkers werd het podium verticaal. Vier acrobaten klommen, balanceerden en slingerden aan zeven meter hoge stellages. Terwijl zij houvast zochten, fantaseerde een voice-over over wilde toekomstdromen: absurde fantasieën, hoopvolle verlangens en een wereld waarin spel en beweging weer centraal staan. Het beeld was mooi: mensen die letterlijk boven het alledaagse uitstijgen en van daaruit een andere wereld proberen te zien. Zelfs het Europees Parlement werd in de fantasie een plek waar vergaderen werd ingeruild voor slingeren, klauteren en spelen. Niet omdat het moet, maar omdat het kan.

Dat is misschien ook precies wat Oerol zo goed kan: even een andere ordening voorstellen. Een wereld waarin ernst en spel niet tegenover elkaar staan, maar elkaar nodig hebben.

Verhalen helpen 

Matthijs Rooduijn van de universiteit van Amsterdam heeft vorig jaar op Oerol tijdens de voorstelling When Did You Leave? van Via Berlin onderzoek gedaan naar de effecten van verhalen van een zevental personages in de voorstelling. Iedere bezoeker werd gekoppeld aan een van de personages. Voor de voorstelling kreeg iedereen een aantal vragen. Daarna werden de personages nader voorgesteld en kregen de bezoekers een tweede vragenlijst. Na de voorstelling een derde vragenlijst.

Het onderzoek laat zien dat immersive storytelling werkt. Dat is een verteltechniek waarbij je in een verhaal stapt in plaats van er passief naar te kijken. Verschillende verhalen hebben politieke opvattingen doen verschuiven na slechts acht minuten tijd. Het effect van de beschrijving van de karakters voordat de voorstelling begon. Tegelijkertijd bracht het project belangrijke nuances aan het licht. Deelnemers veranderden hun wereldbeeld niet radicaal. Veel effecten waren bescheiden en verzwakten bovendien zodra de verhalen werden ingebed in de bredere en meer chaotische omgeving van de theatervoorstelling. Dit suggereert dat overtuigingseffecten niet in een vacuüm bestaan, maar sociaal ingebed zijn. Zodra mensen worden geconfronteerd met concurrerende perspectieven, discussies en strijd, kunnen attitudes gedeeltelijk terugveren richting eerdere posities. 

De rechts radicale partijen zijn de afgelopen jaren flink gegroeid. Rooduijn gaf aan dat in 2010 5% radicaal rechts stemde, in 2026 was dat 23%. De radicaal rechtse beweging is goed in verhalen vertellen. Vooral de mensen voor wie migranten een bedreiging vormen is het effect van verhalen groot. Hoe meer ze in de verhalen getrokken worden, hoe sterker hun geloof wordt. Uit het onderzoek van Matthijs Rooduijn blijkt dat verhalen meer emotionele verbinding kunnen bewerkstelligen. Dat kan ook helpen voor het weer verbinden van groepen die uit elkaar gedreven zijn. 

In de voorstelling AZC de Musical van George Tobal zaten persoonlijke verhalen zowel voor de rechtse beweging als voor de tolerante groep. Er zijn inmiddels zoveel voorbeelden van AZC’s die goed opgevangen worden door mensen in de omgeving. Maar die verhalen komen in de media niet zo vaak aan bod. De media heeft meer interesse in dingen die fout gaan en waar schuldigen aangewezen kunnen worden. De positieve verhalen moeten opboksen tegen overvloed aan negatieve verhalen.

Laura van Dolron en neurodiversiteit: van diagnose naar waarde

Laura van Dolron was dit jaar niet op Oerol met een cabaretprogramma, maar met een bijeenkomst rond neurodiversiteit, precies op de Dag van de Neurodiversiteit: 16 juni. De inzet was niet om neurodiversiteit als probleem te bekijken, maar om te zoeken naar de waarde ervan. Laura had drie gasten meegenomen, die reageerden op haar verhalen en gedichten en deelden hun persoonlijke ervaringen. Laura vertelde over haar eigen onzekerheid: het gevoel dat iets niet goed gaat, dat ze door de mand zal vallen. Na afloop van voorstellingen blijkt dat vaak mee te vallen, maar vooraf is de angst er toch weer. Een vriend met een neurodivers brein stelde haar gerust met de prachtige zin: “Bij korfbal is dat het doel.”

Laura haalde ook Gabor Maté aan. Zijn denken over ADHD, verslaving, stress en psychisch lijden verschuift de blik van “wat is er mis met jou?” naar “wat is jou overkomen?” Neurodivergentie wordt dan niet alleen gezien als een stoornis in het individu, maar als iets dat mede gevormd wordt door vroege ervaringen, relaties, trauma, stress, cultuur en maatschappelijke druk. Dat perspectief is niet onomstreden, maar het is wel waardevol omdat het ruimte maakt. Het haalt mensen weg uit het hokje van tekort en brengt ze dichter bij context, geschiedenis, betekenis en waarde.

Muziek: TikTok Tammo, De Heinoos en de kracht van vaste gasten

Grote muzikale namen waren er dit jaar niet echt op Oerol, maar vaste bezoekers waren er wel. En soms heb je aan vaste waarden genoeg.

TikTok Tammo was opnieuw te vinden bij Onder de Pannen. Wie hem alleen kent van korte filmpjes op TikTok, zag op Oerol een andere kant. Hij is een verdraaid goede zanger, met een optimisme en enthousiasme dat meteen overslaat op het publiek. Als rasechte Groninger kon hij natuurlijk niet om Ede Staal heen. Daarnaast had hij eigen liedjes en bekende nummers, waaronder Whiskey in the Jar van The Dubliners in een Groningse versie.

Bij café De Vijfpoort waren De Heinoos weer vaste gast. Zij kozen voor jarenzeventignummers, afgewisseld met liedjes uit hun geboortestreek Overijssel. Het zijn van die Oerol-momenten die misschien niet het meest vernieuwend zijn, maar wel precies passen bij het festival: mensen bij elkaar, muziek in de buitenlucht, herkenning, plezier.

Ode aan Adèle Bloemendaal: meer dan de lach

Een van de mooiste voorstellingen was de Ode aan Adèle Bloemendaal van Elfie Tromp, met pianist Jan Groenteman. Adèle is bij veel mensen vooral bekend door haar gulle lach, televisiewerk, volkse humor, de Bros-reclame en haar Playboyfoto toen ze al vijftig was. Maar Elfie Tromp liet zien dat Adèle veel meer was. Ze noemde haar “verdomd innovatief”, en terecht. In 1969 kreeg Adèle als eerste vrouwelijke cabaretier een Edison, voor haar LP Laat mij nu maar begaan. Die plaat is nauwelijks nog te vinden en staat ook niet op Spotify. Dat is jammer, zeker omdat Adèle 617 liedjes heeft opgenomen. Elfie Tromp heeft ze allemaal beluisterd.

Het beeld dat ontstond, was dat van een perfectionist, een gedurfde en veelzijdige vrouw. Ze maakte carnavalskrakers omdat de schoorsteen moest roken, stond in grote televisieshows van Rob Touber, zong pikante liedjes, maar ook mooie en maatschappelijk scherpe nummers. Van de Gekken kreeg een kleine actualisering met Rob Jetten en kerncentrales, in plaats van kruisraketten en de achtertuin van de minister-president.

Wat ik nog wel miste was meer aandacht voor haar fantastische theatershow in Korte Broek.  Elfie zat tijdens de voorstelling achter een kaptafel en onderging langzaam een gedaanteverwisseling: van witte badjas naar zwarte jurk, naar pruik. En toen was ze even echt Adèle. Niet als imitatie, maar als eerbetoon.

The Young Gangsters: een wijk, een renovatie en een misser

Niet alles werkte. De voorstelling van The Young Gangsters was een musical over een oude wijk die door de gemeente wordt gerenoveerd. Eerst wordt beloofd dat de bewoners kunnen blijven, maar later blijkt dat de kosten dure woningen noodzakelijk maken. En dure woningen betekenen nieuwe bewoners. Het onderwerp is sterk en actueel: de vraag van wie een wijk eigenlijk is. Maar de vorm werkte voor mij niet. Het deed me denken aan Theater van de Lach, aan een ouderwets blijspel. Ik vond het zelden grappig. Soms kan een belangrijk thema verdwijnen achter een vorm die je niet meeneemt.

 

Ivgi & Greben – Not Yet: dansen om te leven

Een van de hoogtepunten was Not Yet van Ivgi & Greben. Het gezelschap had via crowdfunding de middelen bij elkaar gekregen om naar Oerol te komen. Gelukkig maar, want dit was een prachtige voorstelling. De dansers verbeeldden de zoektocht naar harmonie in een gepolariseerde wereld. Maar ze waren nog niet op hun bestemming. Not Yet — nog niet.

Mooi was al hoe de voorstelling begon. De dansers kwamen ons als publiek ophalen. Ze draaiden zich tussen de wachtende mensen, namen iemand bij de hand, en vanzelf ontstonden er treintjes. Nog voordat er officieel iets begon, was de eerste verbinding gelegd. Eenmaal op de tribune zagen we hoe de dansers het weiland doorkruisten, afgezet met strobalen. Ze dansten wervelend en intens. Soms met alle zeven tegelijk, soms in duo’s, trio’s of kleinere groepen. De voorstelling was krachtig, fysiek, op stevige muziek, maar soms ook teder. De dansers tastten elkaars grenzen af, en die van zichzelf. Dan vielen ze uiteen, dan vormden ze weer een geheel. Ze dansten alsof hun leven ervan afhing. Halverwege klonk tekst: “We dance to live; We dance not to die.”

Minder geslaagd: ook dat hoort bij Oerol

Oerol is ook kiezen, proberen, soms afhaken. Ik had al vaker voorstellingen van De Dansers gezien en daarom stond ook deze op mijn lijstje. Maar vlak voor aanvang werd verteld dat het geen gewone voorstelling zou worden, maar een voorstelling waarin iedereen zou gaan dansen. Dat was voor mij reden om de fiets weer te pakken.

Tom Lanoye las in het prachtige Bostheater voor uit ReinAard, zijn bewerking van het middeleeuwse epos Van den vos Reynaerde. Lanoye is een meesterverteller, maar deze keer ging de tekst langs mij heen.

Bij De Dansers ging ik uiteindelijk niet naar binnen, bij Tom Lanoye bleef ik toch zitten, en bij Kaleider ging ik halverwege weg. De artiesten van Kaleider bouwden op een prachtige plek in het bos een groot bouwwerk van buizen. Maar halverwege kon ik die openbare bouwklus niet meer aanzien.

Ook dat is Oerol. Je zit soms midden in iets dat niet voor jou blijkt te zijn. En dan is er altijd nog de fiets, het bos, de zee en de volgende voorstelling.

 

Tide: water als kracht en overgave

Op mijn laatste Oerol-dag ging ik naar Tide van De Gasten. Dertien jonge spelers maakten een voorstelling over de kracht van water: water dat heelt, botst, overspoelt en niet te stoppen is. In tekst, beweging en muziek zochten zij naar een nieuwe houding in een begrensde wereld. Hoe leert water ons doorgaan? Het was een eenmalige voorstelling op Oerol. In Amsterdam speelde de groep de voorstelling met veel hulpmiddelen in het theater, maar voor het strand van Terschelling moest alles opnieuw worden uitgevonden. Theatermakers Adanma Okoro en Sem Jonkers zeiden vooraf dat je uit je hoofd moest gaan en je moest laten meenemen op de golven van de voorstelling.

We zaten in een duinpan. Een speler speelde gitaar op afstand, helaas met wat te weinig volume. Een ander stond ver weg in zee en liep heel langzaam over het strand naar het publiek. Spelers kwamen achter een duin vandaan, dansten in het zand, renden over het strand en hielden indringende betogen met grote handgebaren. De ene speler kwam uit de zee, een ander rende na zijn verhaal naar de zee en ging even koppie onder.

Niet alles kwam even helder over, maar het beeld van die spelers in zand, wind en water paste goed bij het einde van mijn festival. Je hoeft niet alles te begrijpen om iets te ervaren. Soms moet je inderdaad even uit je hoofd.

Wat bleef hangen

Oerol 2026 was voor mij geen editie met één allesoverheersend hoogtepunt, maar wel met veel voorstellingen die met elkaar in gesprek leken. Over verbinding in een gepolariseerde wereld. Over verhalen die mensen kunnen openen of juist vastzetten. Over vluchtelingen en opvang. Over koloniale geschiedenis en de verantwoordelijkheid voor zeven generaties na ons. Over neurodiversiteit, niet als gebrek maar als andere manier van zijn. Over water, wonen, dansen, spelen en loslaten.

Wat vooral bleef hangen, was de kracht van persoonlijke verhalen. In AZC de Musical, bij Matthijs Rooduijn, in het gesprek van Laura van Dolron, in de ode aan Adèle Bloemendaal, in de dans van Ivgi & Greben. Steeds opnieuw ging het om de vraag: wat gebeurt er als je iemand niet reduceert tot een categorie, maar zijn of haar verhaal echt toelaat?

Daarvoor is Oerol een goede plek. Je zit niet de hele dag in één zaal, maar fietst van duin naar dorp, van bos naar strand, van muziek naar debat, van voorstelling naar voorstelling. Het eiland maakt je ontvankelijker. Misschien omdat kunst in de buitenlucht minder afgesloten voelt. Niet alles lukte. Maar veel bleef hangen. En dat is misschien precies wat een goed festival moet doen. Niet één afgerond antwoord geven, maar je met nieuwe vragen naar huis laten gaan. 

 

Michiel Verbeek

Cookiemelding

We gebruiken functionele cookies om ervoor te zorgen dat onze websites goed werken en veilige analytische cookies om je de best mogelijke gebruikerservaring te bieden.

Als u op 'Akkoord' klikt, stemt u in met het plaatsen van alle cookies.